Rus Ryzjkov houdt van Oekraïense fascisten

Russische machinebouwer Ryzjkov vecht in het Oekraïense Charkov voor zijn bedrijfsterrein. Alleen de fascisten bieden een luisterend oor.

Gezicht op Charkov Foto EPA

Joeri Ryzjkov, een kleine fabrikant in de tweede stad van Oekraïne, is een geboren en getogen Rus. Volgens het Kremlin wordt hij bedreigd door ‘neonazi’s’. Ryzjkov stemt wel op mensen die Rusland ‘fascisten’ noemt. Zijn veertig arbeiders in de fabriek doen dat ook. In de werkplaatsen hangen tussen de draaibanken en slijpmachines posters van de Oekraïense nationalistische partij Svoboda (Vrijheid) en haar leider Oleg Tjagnibok onbekommerd naast een Lenin-affiche.

Wat is er gebeurd dat deze 51-jarige ingenieur uit Koersk, die in het Russisch-talige Charkov een bedrijf runt en zelf geen Oekraïens spreekt, het rechts-nationalistische Svoboda aanhangt? Zijn desertie illustreert het probleem van een postcommunistisch land, waar een ondernemer onderhorig is aan de grillen en wensen van de macht. De meesten schikken zich en betalen. Ryzjkov is gaan vechten tegen deze bierkaai.

Het verhaal begint tien jaar geleden. Joeri Ryzjkov besluit een klein fabriekje op te zetten. Dankzij een besluit van de gemeenteraad kan hij een stuk grond van 1.200 vierkante meter verwerven op het verkavelde terrein van de failliete Tractor Motorfabriek in een fabrieksarbeiderswijk in Charkov. In 2008 gaat de fabriek Hydromodul draaien. Ze repareren of produceren zuigers, pompen, cilinders en andere onderdelen voor waterinstallaties.

Op het hoogtepunt, vlak voor de crisis van 2008-2009 heeft hij meer dan zestig medewerkers in dienst. De gemeente is hem welgezind. Ryzjkov doet in 2010 zelfs een poging ook de politiek in te gaan. Een beetje ondernemer gokt op twee paarden. Hij faalt. En dan wordt Ryzjkov geconfronteerd met een groep die de nieuwe macht nog beter gezind is.

Vlakbij Hydromodul woont de Vietnamese gemeenschap van Charkov. Die is in de jaren 80 naar de Sovjet-Unie gehaald om de industrie tegen lage lonen draaiend te houden. Door gezinshereniging telt de groep nu drieduizend zielen. De Vietnamezen hebben hun eigen woonkazerne aan de Laan Helden van Stalingrad gebouwd. Een pagode ontbreekt nog. In 2007 valt hun oog op grond vlak achter de fabriek van Ryzjkov. Om een pad aan te leggen naar hun flat willen ze een deel van zijn bedrijfsterrein.

Zoiets krijg je alleen bovenlangs voor elkaar. De leiding van de Vietnamese diaspora heeft goede contacten met het bestuursapparaat van Charkov. Ryzjkov is die kwijtgeraakt. „De Vietnamezen sponsoren veel, zoals vuurwerkshows. Ik kan die bedragen niet betalen”, vertelt hij. „Een ambtenaar zei me het ooit: 'jouw bijdragen zijn te klein, zo kunnen wij geen handelscentrum bouwen, je bent niet interessant". Gevolg: de gemeenteraad beslist dat Hydromodul een deel van zijn grond moet afstaan.

Ryzjkov verzet zich met juridische middelen. Bij de ene rechtbank krijgt hij gelijk, bij de andere rechtbank ongelijk. De Vietnamese gemeenschap neemt het heft daarop in eigen hand. Ze besluit de grond van Hydromul in bezit te nemen, af te palen van de fabriek en het pad naar de pagode te bestraten. Een kleine ‘raideraanval’, heet dat in Oekraïne.

D an wordt de zaak politiek. De lokale neonazi Andrej Biletski, leider van de organisatie Patriotten Oekraïne, trommelt op een zaterdag 120 mannen op die met runen-vlaggen en anti-vreemdelingenleuzen naar Ryzjkov marcheren. Vijfhonderd agenten en talrijke rechercheurs kunnen de stoet niet stuiten.

De lokale macht laat het er echter niet bij zitten. Het water wordt afgesloten. De officier van justitie stuurt om de haverklap inspecteurs op de fabriek af voor controles. En uiteindelijk komt de fiscus langs om onroerend goedbelasting te innen voor grond die niet op zijn naam staat.

Ryzjkov begrijpt het. „Het is politiek, geen wraak. Als ik tegen de macht kan ingaan, doen anderen dat ook. En dan wordt die grote ambtenaar ineens veel kleiner”.

Maar toch. „Ik moest vechten. Anders zou de hele zaak kapot zijn gegaan”, aldus Ryzjkov. Niet dat hij een fan is van internationale solidariteit – hij vindt dat Vietnamezen zich koest moeten houden – maar hij zoekt eerst steun bij zijn eigen partij, de club van de huidig premier Jatsenjoek. De enigen die reageren, zijn de lokale leider van Svoboda en diens partijchef Tjagnibok die dweept met het Front National van Le Pen. De Russisch Orthodoxe Kerk doet niets. Ryzjkov wil op zijn fabrieksterrein een christelijk kapelletje bouwen: aan de andere kant van de muur waar de pagode staat. Het Moskouse patriarchaat weigert steun. Het wil niet dat andere kerkgenootschappen meedoen aan oecumenisch weerwerk tegen boeddhisten.

Ryzjkov: „Ik ben Rus. In Rusland worden Russen bang gemaakt met ‘fascisten’ als Tjagnibok. Ik ben door de kennismaking met Tjagnibok juist minder bang geworden.”