Politieke mores in villadorp ‘snoeihard’

Aaltje Emmens-Knol

Burgemeester Bloemendaal

In een zeer kritisch rapport beschrijft Aaltje Emmens-Knol de bestuurscultuur in Bloemendaal. „Iedereen denkt het beter te weten.”

Aaltje Emmens-Knol was al met pensioen toen haar werd gevraagd waarnemend burgemeester in Bloemendaal te worden.

Het appartement van Aaltje Emmens-Knol (PvdA, 69 jaar) geeft zicht op de passerende vrachtschepen op het Amsterdamse IJ. Ze woont hier nog niet zo heel lang als ze op een woensdagochtend in januari wordt gebeld. Of ze waarnemend burgemeester in Bloemendaal wil worden. „Bloemendaal is een prachtig dorp, met uitgestrekte duinen en mooie villa’s, maar hier voel ik me thuis, zegt ze, terwijl ze de laatste boodschappen in haar kast opbergt.

Hier aan het IJ wonen studenten, professoren, kunstenaars en werklozen. Met de kroegeigenaar aan de overkant bespreekt ze de politiek. „Bloemendaal is niet de echte wereld”, zegt ze.

Emmens was raadslid in Naaldwijk en burgemeester van Westerbork, Eibergen en Castricum. Ze genoot alweer 3,5 jaar van haar pensioen, bezocht debatten, „heerlijk”. Haar zoon, op wiens zoon ze een dag in de week paste, zei dat ze het gewoon moest doen. „Ik houd van moeilijke dingen.”

Wist ze waar ze aan begon? Commissaris van de koning Johan Remkes (VVD) waarschuwde haar voor bestuursproblemen en slepende dossiers in het duindorp. Die kende ze al uit de krant. Van oud-collega’s kreeg ze sms'jes met waarschuwingen als ‘weet waar je aan begint’ en woorden als ‘wespennest’ erin.

Een wespennest zou ze het zelf niet noemen, zegt ze nu, een half jaar later. „De mensen zijn aardig en de meesten willen ook wel. Langzaam aan ontstaat echt een gevoel dat er iets dringend moet veranderen.”

Maar ze is ook op haar hoede, altijd. „De omgangsvormen in de gemeentepolitiek zijn snoeihard. Je moet dit, je moet dat, zeggen raadsleden tegen me. Dan zeg ik: Ik moet niks. En tegen elkaar zeggen raadsleden te pas en te onpas: ‘u begrijpt er niets van’, of, ‘u liegt’.”

Haar eerdere burgemeesterschappen waren ook niet altijd makkelijk, „maar dit is zwaar”. Sinds kort speelt haar rug weer op.

De bestuurscultuur in Bloemendaal lijkt op die van villadorpen als Wassenaar en Laren. Lang overheerst één partij, de VVD. Inwoners zijn vermogend, invloedrijk en uitermate assertief. Geschillen worden uitgevochten in de rechtszaal. Maar in de gemeente Bloemendaal – waaronder ook het dorp Aerdenhout valt – sneuvelden sinds de vorming van het college vorig jaar een burgemeester, een gemeentesecretaris en twee wethouders. Daar moest echt iets gebeuren.

In een van Aaltje Emmens’ eerste raadsvergaderingen liep de halve raad weg tijdens een speech van een van hen, politicoloog Meindert Fennema van GroenLinks. Emmens: „Ik dacht: laat maar gaan. Ik kan nu wel zeggen dat hij moet stoppen, of dat zij moeten blijven, maar geen van allen zou naar me luisteren. Ik dacht ook: zo ziet men tenminste wat er gaande is.” Het zou nog wel vaker gebeuren dat raadsleden wegliepen als het hen niet zinde.

Een week geleden gaf ze alle raadsleden het boek Tegen verkiezingen van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck cadeau. Gewoon, leuk, zo vlak voor de vakantie. Maar wat bedoelde ze daar nou mee, wilde een raadslid weten. Was de burgemeester soms tégen verkiezingen?

En gisteren werd het rapport Samen bouwen aan het huis van de democratie in Bloemendaal openbaar. Daarin brengt ze de bestuurscultuur in de gemeente in kaart, in opdracht van Remkes. Er is sprake van „een niet goed functionerende raad met ruwe omgangsvormen”, schrijft ze. Burgemeester en wethouders voelen zich „onveilig”, de ambtenarij is lang verwaarloosd, de relatie met de inwoners „problematisch”.

Tekent u met dit snoeiharde rapport niet uw eigen politieke vonnis?

Even is ze stil. „Daar heb ik aan gedacht, ja. Weet u, ik had het onderzoek ook kunnen uitbesteden, het door een ander laten doen. Maar dat is gewoon niet mijn stijl. Ik wil niet alleen onderzoek doen, maar ook bouwen en zelf blijven om de bestuurscultuur te verbeteren. Ik wil bouwen en verbinden. Het gaat zelfs al iets beter. We hebben werkateliers georganiseerd, slechts een enkeling traineert nog. En ook in het taaiste dossier zit nu beweging. Met de eigenaren van landgoed Ewoutshoek zitten we sinds kort bijvoorbeeld om de tafel.” De gemeente en de twee broers die het landgoed willen ontwikkelen, strijden al jaren over de vraag of op het landgoed een tweede huis gebouwd mag worden.

Het rapport dat de burgemeester nu schreef, zou eigenlijk vertrouwelijk zijn. Toen het af was, werd besloten het toch te openbaren. „Ik dacht: nu ga ik de tekst ook niet meer aanpassen ook. Ik hoop dat het rapport als een opluchting wordt gezien. Zo van: het is gezegd. Nu kunnen we verder.”

In Bloemendaal zijn bestuurders kwetsbaar, schrijft u zelf.

„Veel inwoners komen uit het bedrijfsleven en hebben een corporate visie op het gemeentebestuur. Iedereen denkt het beter te weten. Maar het betreft niet alleen de gemeente, ik hoor het ook van schooldirecteuren, de dominee, voorzitters van de sportverenigingen. Als zij niet doen wat hun gevraagd wordt, kunnen ze vertrekken.”

Zouden de bestuursvoorzitters en topadvocaten in uw gemeente het wellicht écht beter weten dan de ambtenaar die hen te woord staat?

„We hebben het er wel eens over gehad dat vooral senior medewerkers de gesprekken met de mondige Bloemendalers moeten voeren. Een steviger ambtenarenapparaat is wenselijk.”

Hoeveel raadsleden traineren nu eigenlijk nog?

„Even denken hoor: een... twee... ik denk vier. Nou. Nee, vijf. Van de negentien. Ze luisteren niet naar elkaar. Interrumperen constant, vanuit een negatieve gedachte. Maar het is niet alleen de raad hoor. Wij, het college, zouden betere sturing kunnen geven. Met zijn allen doen we aan kluitjesvoetbal. Iedereen speelt de baas. De kluwen van alle rollen en verantwoordelijkheden moet ontward worden.”

Merken Bloemendalers iets van de bestuurlijke chaos?

„Nou dat is een goeie. Weinig denk ik. Het onderwijs is goed, sportverenigingen floreren, wegen en het groen zijn keurig onderhouden.”

Hebben politici in uw gemeente gewoon te weinig te doen? Zijn ze daarom zo met elkaar bezig?

„Dat zou kunnen. Bloemendaal kent geen grote maatschappelijke problemen. Debatten over armoede, jeugdzorg en pgb kennen we niet. Een duidelijke focus ontbreekt daardoor. Misschien dat men zich daarom zo vastbijt in kleine dingen en die heel groot maakt. ”

Het schemert als een van de wethouders belt. Tegenslag rond het landgoed. Net nu het goed leek te gaan. Als ze na het gesprek weer aan tafel zit, zucht ze diep. Tekenend, zegt Emmens. Telkens als een besluit lijkt te zijn genomen, wordt het getorpedeerd. „Zo gaat het nou steeds. Je spreekt iets af. En ineens komt er weer iets tussen. Hoe kunnen mensen toch zo lang zo raar met elkaar werken?”