Politieke controle op grote hervormingen in zorg faalt

Een half jaar nu zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugd- en ouderenzorg en het aan het werk helpen van gehandicapten. Foto ANP / Roos Koole

De politieke controle op de drie grote zorghervormingen van begin dit jaar faalt, omdat gemeenteraadsleden te weinig worden geïnformeerd om hun democratische rol goed te kunnen vervullen. Dat blijkt uit een enquête van NRC, in samenwerking met onderzoeksbureau Overheid in Nederland, waaraan ruim 700 raadsleden deelnamen. Zij vormen een representatieve afvaardiging van manvrouwverhouding en verhouding coalitie/oppositie, en wonen door het hele land.

Een half jaar geleden werden gemeenten verantwoordelijk voor zorg, jeugdzorg en de arbeidsmarkt. Zij kunnen, zo was het idee, beter inschatten wat hun bewoners nodig hebben. Wel moeten ze het doen met minder geld. Voor de gemeenteraden is ook veel veranderd: zij zijn meer dan ooit verantwoordelijk voor de (politieke) controle op belangrijk beleid dat direct ingrijpt op de gezondheid van hun inwoners.

Raadsleden merken meer dan honderd keer op in de enquête – zonder dat er specifiek naar werd gevraagd – dat ze geen goede politieke controle kunnen voeren. De raadsleden worden regelmatig slecht geïnformeerd door het college, en kunnen niet overzien of burgers noodzakelijke zorg wordt onthouden. Dat geldt voor zowel oppositie- als coalitieraadsleden.

Al langer zorgen over democratische controle in gemeenteraad

De afgelopen jaren zijn met enige regelmaat zorgen geuit over het effect van de decentralisaties op het democratische gehalte in gemeenteraden. In mei 2013 schreef de Algemene Rekenkamer in een brief aan minister Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken) dat het zich zorgen maakte over de “democratische controle na de decentralisaties”. Doordat veel gemeenten samenwerken in de jeugdhulp, zorg en op de arbeidsmarkt, is niet één specifieke gemeente belast met de controle op dat samenwerkingsverband. De politieke controle op de grote overhevelingen zou daarmee te veel “op afstand” komen te staan, waarschuwde de Rekenkamer. De Raad voor het Openbaar Bestuur uitte dezelfde zorgen bij de minister.

“Ik heb onvoldoende instrumenten om mijn werk goed te doen”, zegt de Zeeuw Wim Bartels, fractievoorzitter van oppositiepartij Dorpsbelangen en Toerisme Veere. “Ik krijg wel informatie, maar die is onduidelijk of niet compleet.” Een ander raadslid schrijft: “De raad wordt nauwelijks betrokken in de planvorming.”

Raadsleden geven wisselend beeld decentralisatie

Voor zover ze er wel zicht op hebben, geven de gemeenteraadsleden een wisselend beeld van de overheveling. Zo klagen veel raadsleden dat hun gemeente er niet in slaagt arbeidsgehandicapten weer aan het werk te krijgen – terwijl dat een wettelijke verplichting is. De manier waarop gemeenten de keukentafelgesprekken voeren, om in kaart te brengen welke zorg burgers nodig hebben, kan in de ene gemeente rekenen op waardering (“maatwerk!”) en in de andere op afkeur – bijvoorbeeld omdat ze telefonisch worden gevoerd. Het maakt dus zeer uit, zo blijkt uit de antwoorden van de raadsleden, in welke gemeente je woont. Over de samenwerking van veel verschillende zorginstellingen in de jeugdzorg zijn veel raadsleden juist erg positief. Echter, gevraagd naar een negatieve ervaring in de jeugdzorg, noemen eveneens veel raadsleden “de samenwerking tussen instanties voor jeugdzorg.”