Opschuiven, opschuiven roepen alle ploegleiders

Elke etappe staat bol van de stress. Iedereen wil vooraan rijden om de slag niet te missen. „Het wordt elk jaar erger”, zegt Bauke Mollema.

Wittetruidrager Tom Dumoulin moet opgeven als gevolg van een schouderblessure na de massale valpartij. „Dit had zo’n mooie dag moeten worden.” Foto Cor Vos

De een kan een vlak voor hem vallende renner niet helemaal meer ontwijken, duikt „in supermanhouding” voorover de greppel in. „Mijn schouder uit de kom en een breukje”, somt Tom Dumoulin onder de pijnstillers op, na afloop van een voor hem dramatisch verlopen derde etappe in de Tour. Weg kans op de gele trui, in plaats daarvan opgave. „Dit had zo’n mooie dag moeten worden.”

De ander rijdt net zo attent vooraan in het peloton, maar bij toeval aan de andere kant. „Eentje van Astana viel”, vertelt Bauke Mollema terwijl hij bovenop de Muur van Huy uitfietst op de rollen. „Als zijn fiets mijn kant opstuitert, ben ik er geweest.”

Maar de kopman van Trek ontsnapt, eindigt bovenop de Muur van Huy elf tellen na ritwinnaar Joaquim Rodriguez als tiende. En mag vandaag in de Tour met 193 overgebleven renners op jacht naar de beste positie voor zeven kasseistroken. Al mist hij zijn ‘gids’ Fabian Cancellara, die bij de gruwelijke valpartij over de kop sloeg, de rit wel uitreed maar ‘s avonds met gebroken dwarsuitsteeksels van de rugwervels alsnog de Tour verliet. Het geel was de Zwitser al kwijt, leve Chris Froome, de nieuwe leider.

Steeds harder en vaker wordt er in de Tour gevallen, constateerde Mollema al in de aanloop in een opmerkelijke blog. Na het regime-Armstrong is de orde en onderling respect ver te zoeken in het peloton. Iedereen ruikt zijn kans. Die gruwelijke rit naar Saint-Flour in 2011 vol botbreuken en met Johnny Hoogerland in het prikkeldraad. De vreselijke val van Poels en de Rabo-kopmannen een jaar later. Of de vroege eliminatie vorig jaar van Cavendish, Contador en Froome. „Het wordt elk jaar erger”, stelt Mollema.

Dagelijks werk van een Tourrenner? „We gingen met 60, 70 kilometer per uur naar beneden”, schetst Mollema de situatie van gisteren. „Iedereen wil met de hele ploeg van voren zitten. Je weet dat vlak daarna de klimmetjes beginnen. ‘Opschuiven, opschuiven’, roepen de ploegleiders door de oortjes. Nog meer stress.” Kleinere ploegen met minder renners, suggereert hij. En weg met de oortjes. Maar zijn oproep aan de wielerbestuurders lijkt aan dovemansoren gericht. „Vandaag de Ardennen, morgen de kasseien.” Ja, dan gaan we weer vallen met z’n allen, voorspelt Mollema.

Zo ernstig waren de valpartijen gisteren op kilometer 81,4 en 81,9 dat de Tourdirectie en de juryvoorzitter van de internationale wielerunie UCI voor het eerst in de geschiedenis van de Tour vanuit de auto besloten de wedstrijd stil te leggen. Als bij het voetbal was er even tijd voor blessurebehandeling. „De vier ambulances en twee auto’s met doktoren waren nodig om alle gevallen renners te helpen”, legde Tourdirecteur Christian Prudhomme na afloop uit. „Er was geen medische assistentie over voor de voorste groep. Dit was een exceptioneel geval, met twee zware valpartijen vlak na elkaar. Daarom moesten we incidenteel deze beslissing nemen.”

Als een zeis maaide de Fransman William Bonnet door het peloton, nadat hij op de brede N80 rechts vooraan zomaar onderuit leek te schuiven. Vier renners moesten de Tour na de val direct staken, onder wie Dumoulin met naar later bleek een gebroken schouder. „Rij jij maar door”, had hij geroepen tegen Ramon Sinkeldam, die over zijn kopman heen tuimelde en tegen een lantaarnpaal tot stilstand kwam met een kluwen renners op zich. „Ik heb geluk gehad”, stelt Sinkeldam aan de finish, met bloed op beide benen en de rechterarm. „Ik heb alleen hechtingen nodig.”

Wijze beslissing om de koers aan de voet van de Bohissau even te neutraliseren, vond Nico Verhoeven. De ploegleider van Lotto-Jumbo zette de fiets van de gevallen Laurens ten Dam al op de auto. Schouder uit de kom, dizzy. Maar Ten Dam ging door, zag Verhoeven. „Niet normaal, zo’n valpartij met 80 in het uur. Onze mechanieker hoorde renners gillen, je ruikt bandensporen van het remmen. Ze zouden van mij vaker de koers mogen stilleggen op zulke momenten.”

Maar het instinct van de meeste renners is anders. Zie ze opdringen naast de twee auto’s van de Tourdirectie die de koers lamleggen. Zo snel mogelijk weer in de aanval! „Door de wedstrijd te stoppen krijg je niet ineens het peloton rustig”, reageerde Robert Gesink, die de valpartijen kon vermijden en op 22 tellen als veertiende eindigde. „Iedereen reed gewoon langs de auto’s, het was chaos. ‘Weet je nog toen wij een paar jaar geleden op de grond lagen’, zei ik tegen Wout Poels. Toen werd er helemaal niet gesproken over stilleggen. Veel jongens vonden het onterecht dat de organisatie de koers neutraliseerde.”