Met welke opdracht gaat Rutte naar Brussel?

Foto Frank Rumpenhorst/EPA

Verder praten met Griekenland is op zich niet verkeerd. Dat vinden de meeste Tweede Kamerfracties en dat vindt ook het kabinet.

Het is, zoals Dijsselbloem het gisteren zei, immers niet eenvoudig om richting een EU-bondgenoot de deur dicht te doen. „We zijn partners.” Maar aan nieuwe concessies voor de Grieken wil bijna niemand denken.

Regeringspartijen VVD en PvdA blijven het noodzakelijk en onvermijdelijk vinden dat Griekenland zelf ingrijpende maatregelen zal moeten nemen om uit de crisis te komen. De concessies zullen dus vooral van Griekse zijde moeten komen. „Verdere hulp aan Griekenland zou alleen mogelijk zijn als er nog veel meer bezuinigd wordt dan in het voorstel dat voorlag in het referendum”, zegt Mark Harbers van de VVD. Zijn PvdA-collega Henk Nijboer vindt daarbij dat het voor Griekenland, Europa en Nederland „het beste is dat Griekenland onderdeel blijft uitmaken van de euro.”

Het CDA is, met PVV, mordicus tegen nieuwe steun aan Griekenland. „De ECB moet de geldkraan aan de Griekse banken niet verder openen”, zei CDA’er Pieter Omtzigt zondagavond al direct na de uitslag.

PVV-leider Wilders sprak gisteren voor een camera van nieuwssite Zoomin.tv dat je nooit een nieuw shot aan een junk moet verstrekken. „En Griekenland is de grootste junk van Europa.” Aan premier Rutte geeft Wilders maar één opdracht mee voor de ingelaste eurotop vanavond in Brussel: „Griekenland moet zo snel mogelijk uit de eurozone.”

Alleen de SP en GroenLinks zien door het massale ‘nee’ van de Griekse bevolking nieuwe legitimiteit voor een verlichte schuldsanering. Rik Grashoff, van GroenLinks: „Na al die maanden van verspilde energie is het de hoogste tijd voor een realistisch pakket voor Griekenland en concreet uitzicht op herstructurering van de Griekse schuldenlast.”

De SP vindt dat nieuwe onderhandelingen voor „een sociaal en duurzaam akkoord” met de Grieken onherroepelijk zijn. Dat moet, wat SP-leider Emile Roemer betreft, ook aan Europese zijde met nieuwe spelers plaatsvinden. Na het opstappen van de Griekse minister van Financiën zou het ook voor Dijsselbloem „tijd voor een exit” moeten zijn. Dijsselbloem heeft als Eurogroep-voorzitter in de huidige crisis immers „een grote rol gespeeld en heeft daarin gefaald”, aldus Roemer.

Die oproep krijgt, vanzelfsprekend, geen gehoor van de regeringspartijen.