Ieder een eigen pensioenpotje

De pensioenpot moet eerlijker verdeeld tussen jong en oud, zegt het kabinet. Iedereen moet een eigen pensioenpotje met meer keuzes krijgen.

Illustratie Stella Smienk

„Jetta, maak ons pensioen simpeler en doorzichtiger! Die hartekreet hoorde ik overal in het land”, vertelt staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) op haar werkkamer in Den Haag. „Iedereen zegt: we willen een eigen pensioenpotje, maar de risico’s wel gezamenlijk blijven delen, want zélf beleggen – dat moet je ons niet aandoen, Jetta.”

Tijdens de ‘Nationale Pensioendialoog’ verzamelde Klijnsma vorig jaar wensen en klachten van werkenden en gepensioneerden. Ze zijn verwerkt in een langverwachte kabinetsnotitie over de hervorming van het pensioenstelsel, die gisteren naar de Tweede Kamer is verzonden.

Hervormen is nodig omdat Nederland vergrijst, de arbeidsmarkt ‘flexibiliseert’ en de crisis heeft laten zien dat pensioenen onzeker zijn. Maar dat het slepende pensioendebat voor veel mensen onnavolgbaar is geworden, kan Klijnsma „volledig” begrijpen, zegt ze. Het gaat om complexe en gevoelige hervormingen over veel geld (nationale pensioenpot: 1.420 miljard euro) die bovendien nóg eens nog jaren gaan duren.

De richtlijnen in de 25 pagina’s tellende notitie zijn bewust wat vaag gehouden. Het is de bedoeling dat het kabinet in overleg met de Tweede Kamer, werkgevers en vakbonden en de pensioensector de hervormingen concreter gaat maken. Over vijf jaar, een decennium na het eerste pensioenakkoord, moet Nederland dan stapsgewijs een nieuw soort pensioen krijgen. Hoe ziet dat eruit?

Eerlijker verdeling jong en oud

Het kabinet zet een grote stap door de ‘doorsneepremie’ vanaf 2020 geleidelijk af te schaffen.

Nu dragen alle werknemers evenveel pensioenpremie af over hun salaris (inclusief werkgeverspremie circa 20 procent) en bouwen ze jaarlijks evenveel pensioen op. Jongeren betalen zo meer mee aan de pensioenen van ouderen dan andersom, omdat de premie van jongeren langer kan renderen. Jongeren betalen sowieso al meer voor ouderen door de vergrijzing, terwijl zij er niet op kunnen rekenen dat de jongeren van later hún pensioen gaan betalen. „Dat is wat curieus”, zegt Klijnsma. In de kabinetsnotitie staat: „niet fair”.

Om het vertrouwen van jongeren in het stelsel te behouden, wil het kabinet een nieuw systeem met eigen pensioenpotjes. Jong en oud blijven evenveel premie afdragen en de totale pensioenopbouw verandert niet, maar mensen gaan meer pensioen opbouwen als ze jong zijn en minder als ze ouder zijn. De premie van jongeren rendeert niet alleen langer, maar kan ook met meer risico en een hoger rendement belegd worden. Het potje van werkenden die hun pensioenleeftijd naderen, wordt veiliger belegd met minder rendement.

Er hangt wel een prijskaartje aan deze systeemwijziging: 100 miljard euro voor werknemers tussen de dertig en zestig jaar die al te veel hebben ingelegd in de pensioenpot, volgens het Centraal Planbureau. Het kabinet wil kijken hoe deze ‘schade’ eerlijker verdeeld moet worden.

Eigen pensioenpotjes

Een eigen pensioenpotje moet mensen meer inzicht geven in de opbouw. Het kabinet heeft daarbij een „voorlopige voorkeur” voor een persoonlijk pensioen waarbij de beleggingsrisico’s toch gezamenlijk worden gedeeld. Dat is uiteindelijk goedkoper en moet ook voorkomen dat mensen hun pensioen ‘vergokken’.

Zo’n pensioen bestaat al in Denemarken en Zwitserland, maar is voor Nederland nog behoorlijk exotisch. Het is een mix tussen het huidige pensioen waarbij de einduitkering vooraf min of meer ‘vaststaat’ en een pensioen waarbij alleen de premie vaststaat. De Sociaal-Economische Raad doet momenteel verkennend onderzoek naar dit model.

Mensen moeten ook meer keuzevrijheid krijgen zodat het pensioen beter aansluit bij persoonlijke levensomstandigheden. Het kabinet wil laten onderzoeken welke vrijheid mogelijk is (lees: verantwoord en betaalbaar) als het gaat om het beleggingsbeleid, de hoogte van de premie en hoe het pensioen wordt uitgekeerd. Klijnsma: „Maar het kan ook zijn dat we uiteindelijk helemaal afstappen van keuzevrijheid, omdat het stelsel alleen met collectiviteit stabiel is.”

Pensioen voor zzp’ers

Flexwerkers, zzp’ers en andere zelfstandigen die nauwelijks pensioen opbouwen, wil het kabinet stimuleren om te gaan sparen. Niet verplichten, want je moet uitkijken dat je mensen niet tegen hun zin gelukkig wilt maken, vindt premier Rutte.

„Je kunt mensen ook verleiden met fiscale voordelen”, zegt Klijnsma. Zelfstandigen die een bijstandsuitkering aanvragen, hoeven bijvoorbeeld niet meer eerst hun pensioenspaargeld ‘op te eten’, zegt ze. Een andere optie is automatische pensioenopbouw voor flexwerkers met de mogelijkheid tot ‘uitstappen’, of een apart fonds voor flexwerkers. Voor werknemers in dienst moet pensioensparen via het bedrijfs- of bedrijfstakfonds verplicht blijven, vindt het kabinet.