Eindelijk weer reden voor bubbels in Champagne

Foto Bloomberg

Knallende kurken in de Champagnestreek: champagnehuizen en hun wijngaarden hebben na een jarenlange lobby eindelijk de status van werelderfgoed gekregen van UNESCO, de VN-organisatie die werelderfgoed beschermt. Een nieuwe overwinning in de strijd van champagneboeren tegen al wat bubbelt, maar niet uit Champagne komt. Wat levert het hen op?

Traditie

Voor de duidelijkheid: de status van werelderfgoed is niet zozeer vergeven aan de ‘drank’ champagne, maar aan de ‘heuvels, wijnhuizen en kelders’ in de streek waar champagne wordt geproduceerd. ”De productie is slechts een onderdeel”, zegt Alfredo Perez de Armiñan, assistent-directeur voor cultuur binnen UNESCO:

“Essentieel voor deze toewijzing is de traditie, de wijze waarop het ambacht zich van begin 17de eeuw in deze streek heeft ontwikkeld en vooral hoe dat de landschap heeft gevormd.”

Denk aan de eeuwenoude in kalksteen uitgehouwen kelders of de wijngaarden bij Hautvilliers, waar volgens de overleveringen de monnik Dom Pérignon het fermentatieproces zou hebben bedacht dat voor de bubbels in champagne zorgt. En l’Avenue de Champagne in Épernay, waar onder meer Möet & Chandon huist.

Bubbels

De statustoekenning is een welkome opsteker voor de champagnemakers die de vraag naar hun luxueuze bubbels de afgelopen jaren wereldwijd zagen teruglopen. Sinds 2007 daalde de verkoop met bijna 10 procent, blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Comité Interprofessionnel du vin de Champagne. Vorig jaar was er weer sprake van een lichte stijging.

De teruglopende vraag is niet alleen het gevolg van de financiële crisis, maar volgt ook op de opkomst van goedkopere alternatieven als cava en prosecco. En, een doorn in het oog van de champagnemakers, mousserende wijnen die worden verkocht als champagne, maar niet in die streek zijn geproduceerd.

De ‘appélation de champagne’ is namelijk niet overal beschermd. Nóg niet, want ook daar wordt hard voor gelobbyd. Met succes in onder meer China en Brazilië. Maar in de Verenigde Staten wil het nog niet lukken. Daarvoor is onder meer het gerenommeerde advocatenkantoor Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP ingezet.

En nu is er de werelderfgoedstatus. “Door de bekendheid die dat met zich meebrengt, zal iemand die 2.000 kilometer verderop woont minder gemakkelijk kunnen profiteren van de naam champagne”, zegt Pierre Cheval, de man die leiding gaf aan de UNESCO-nominatie. Al voegt hij daar meteen aan toe dat dat níet de reden was voor deze nominatie:

“Het is er een gevolg van. UNESCO is niet verantwoordelijk voor appélations, maar het helpt wel te begrijpen waarom champagne uniek is.”

Toerisme

Niet alleen moet dat een boost geven aan de verkoop van champagne, het moet ook het toerisme naar de streek doen toenemen. Cheval rekent op een stijging van “zo’n 20 tot 30 procent”. “Daar bereiden we ons nu op voor.” Zo zijn er plannen voor de bouw van onder meer drie vijf-sterren-hotels, moeten er nieuwe restaurants komen en wordt een museum heropend.

De streek wordt daarin (financieel) bijgestaan door het Franse ministerie van Toerisme. En dat is maar goed ook, want alleen al het verkrijgen van de werelderfgoedstatus - in dit geval een acht jaar durend proces - vergt een flinke investering. En dan zijn er nog de bijbehorende verplichtingen om het erfgoed te beschermen (“bijvoorbeeld tegen luchtvervuiling”).

Hoeveel de nominatie precies heeft gekost, wil Cheval niet zeggen:

“Het is in ieder geval een stuk goedkoper dan een grootschalige, internationale mediacampagne. En veel efficiënter.”

Nederland telt tien noteringen op de Werelderfgoedlijst. De meeste recente is de Van Nelle fabriek in Rotterdam, maar daar lijkt het vooralsnog meer een extra last dan een zegen: