Dit had zo’n mooie dag moeten worden

Een massale valpartij gisteren in rit drie. Voor Tom Dumoulin is de Tour alweer voorbij.

Fabian Cancellara was een van de slachtoffers: hij heeft twee rugwervels gebroken en is gisteravond uit de Tour gestapt. Foto Eric Gaillard / Reuters

De één kan een vlak voor hem vallende renner niet helemaal meer ontwijken, duikt „in supermanhouding” voorover de greppel in. „Mijn schouder uit de kom en een breukje”, zegt Tom Dumoulin onder de pijnstillers, na afloop van een voor hem dramatische derde etappe in de Tour. Weg kans op de gele trui, in plaats daarvan opgave. „Dit had zo’n mooie dag moeten worden.”

De ander rijdt even attent vooraan in het peloton, maar net aan de andere kant. „Eentje van Astana viel”, vertelt Bauke Mollema terwijl hij boven op de Muur van Huy onder wat bomen uitfietst op de rollen. „Als zijn fiets mijn kant opstuitert, ben ik er geweest.”

Maar de kopman van Trek ontsnapt, eindigt bovenop de steile Muur van Huy elf tellen na ritwinnaar Joaquim Rodriguez als tiende. En mag vandaag in de Tour met 193 overgebleven renners op jacht naar de beste positie voor zeven gemene kasseistroken. „Ja, we gaan morgen gewoon weer vallen met z’n allen”, voorspelt Mollema (29) met nauwelijks verholen cynisme.

Zo ernstig waren de valpartijen gisteren op kilometer 81,4 en 81,9 dat de Tourdirectie en de juryvoorzitter van de internationale wielerunie UCI voor het eerst in de geschiedenis van de Tour vanuit de tweede koersauto besloten de wedstrijd stil te leggen. Als bij het voetbal was er even tijd voor blessurebehandeling. „De vier ambulances en twee auto’s met doktoren waren nodig om alle gevallen renners te helpen”, legde Tourdirecteur Christian Prudhomme na afloop uit. „Er was geen medische assistentie over voor de voorste groep. Dit was een exceptioneel geval, met twee zware valpartijen op rij. Daarom hebben we op dat moment deze incidentele beslissing genomen.”

Wijs besluit of onterecht?

Als een zeis maaide de Fransman William Bonnet door het peloton, nadat hij op de brede N80 rechts vooraan zomaar onderuit leek te schuiven. Geletruidrager Fabian Cancellara was slachtoffer, Laurens ten Dam viel zijn schouder uit de kom en „ging bijna van m’n stokje”, het wiel van Dumoulin werd ‘weggetikt’. „Rij jij maar door”, had de Limburger meteen geroepen tegen Ramon Sinkeldam, die over zijn kopman heen viel en tegen een lantaarnpaal langs de weg tot stilstand kwam, met een kluwen renners boven op zich. „Ik heb nog geluk gehad”, stelt Sinkeldam aan de finish, met bloed op beide benen en op de rechterarm. „Ik heb alleen een paar hechtingen nodig.”

Wijze beslissing om de koers aan de voet van de Bohissau even te neutraliseren, vond Nico Verhoeven, oud-renner en ploegleider van Lotto-Jumbo. „Niet normaal, zo’n valpartij met 80 in het uur en vijf of zes renners meteen uit koers. Onze mechanieker hoorde renners gillen, je ruikt bandensporen van het remmen, niet van de auto’s maar van de fietsen. Ze zouden van mij vaker de koers mogen stilleggen op zulke momenten.”

Maar het instinct van de meeste renners is anders. Zie ze opdringen naast de twee auto’s van de Tourdirectie die de koers lamleggen. Zo snel mogelijk weer in de aanval! Tegenstanders elimineren. „Door de wedstrijd te stoppen krijg je niet ineens het peloton rustig”, zegt Robert Gesink, die de valpartijen kon vermijden en op 22 tellen als 14de eindigde. „Veel jongens vonden het onterecht dat de organisatie de koers neutraliseerde. ‘Weet je nog toen wij een paar jaar geleden op de grond lagen’, zei ik tegen Wout Poels. Toen werd er helemaal niet gesproken over stilleggen.”

Het wordt elk jaar erger

Steeds harder en vaker wordt er gevallen, constateerde Mollema al in de aanloop naar de Tour in een opmerkelijke blog. Het slagveld in de Ardennen van 2010, toen Cancellara de koers lamlegde. De gruwelijke rit naar Saint-Flour waar diverse renners breuken opliepen en Johnny Hoogerland in het prikkeldraad belandde. Of de zware val van Poels op weg naar Metz, twee jaar geleden, waarbij ook alle Rabo-kopmannen lagen. Vorig jaar de vroege eliminatie van Cavendish, Contador en Froome, die gisteren de gele trui pakte. „Het wordt elk jaar erger”, stelt Mollema.

Een dag op kantoor in het Tourpeloton? „We gingen met 60, 70 kilometer per uur naar beneden”, schetst Mollema de situatie voor de val. „Iedereen wil met de hele ploeg van voren zitten. Je weet dat vlak daarna de klimmetjes beginnen. ‘Opschuiven, opschuiven’, roepen alle ploegleiders door de oortjes. Nog meer stress.” Kleinere ploegen met minder renners, suggereert hij. En weg met de oortjes. Maar zijn oproep lijkt aan dovemansoren gericht. „Vandaag de Ardennen, morgen de kasseien.” Een apart vak, profwielrenner? „Dat kun je wel zeggen.”