Column

De wraakgevoelens van Pascals vader

Telefoons moeten we inleveren. „En wat zit daarin?” De bewaker wijst naar het plastic tasje dat Jack Keijzer bij zich heeft. „Boeken”, zegt die. „En een sneetje brood.” Hij glimlacht verontschuldigend. Om de beurt gaan we in de bodyscanner en dan mogen we doorlopen.

„Acht mannen”, zegt de vrouw die ons staat op te wachten. „Ik hoop niet dat jullie van ze schrikken.”

„Schrikken?”, zegt Jack Keijzer.

„Tatoeages. Gouden tanden.”

„Hm, hm”, zegt Jack Keijzer. „Zitten er moordenaars bij?”

Ze knikt en gaat ons voor naar het zaaltje waar hij zo zal vertellen over zijn zoon Pascal, die op 30 april 2007 langs een verlaten weg in de Kop van Noord-Holland werd gedood door twee drugsdealers. Ze staken hem met een snoeischaar in zijn hals, daarna reden ze drie keer over hem heen. Pascal, 16, had de mannen om genade gesmeekt toen hij op de grond lag.

Bastognekoeken op tafel. Acht spierbundels in de kleuren zwart, wit en bruin. Ze kijken verveeld, tot Jack Keijzer – leraar economie op een vmbo-school – begint te praten. Dan gaan ze rechtop zitten en luisteren ze naar het verhaal over het altijd pratende jongetje dat in een stille puber veranderde toen hij naar de middelbare school ging. De Ritalin die hij kreeg voorgeschreven, weigerde hij te slikken. Verkeerde vrienden, verdovende middelen, de zelfmoordbrief. Ik deed nooit iets goed.

We zijn in de penitentiaire inrichting in Arnhem en Jack Keijzer zit hier als onderdeel van het programma Puinruimen. Gedetineerden luisteren vrijwillig naar gedupeerden, of hun nabestaanden. Hij kijkt de mannen een voor een aan en zegt: „Mijn vrouw, mijn zoon Rémy en ik, we zijn allemaal naar de verdommenis. Als we lachen, zijn we niet blij. Als we uit eten gaan, smaakt het ons niet.”

Stilte.

„Meneer”, zegt een van de mannen. „Voelt u zich schuldig?”

„Schuldig niet”, zegt Jack Keijzer. „Maar ik heb wel gefaald. Ik zag niet hoe erg het was met Pascal.”

Een andere man schudt nee. „Kunt u niets aan doen, meneer. Ik heb zelf drugs verkocht aan van die jonge gastjes. Hun papa’s en mama’s merken daar niets van.”

Eerder dit jaar heeft Jack Keijzer met een van de moordenaars van zijn zoon gesproken. Die zit een straf van 15 jaar uit. „Laat ik het zo formuleren”, zegt hij. „Ik heb niet op al mijn vragen een bevredigend antwoord gekregen.” In 2017 komt de moordenaar vrij. En als Jack Keijzer hem dan een keer ziet oversteken?

„Dan rem ik.”

„Respect, meneer”, zegt de drugsverkoper. „Maar ik zou gas geven.”

„Nooit doen”, zegt een van de andere mannen. „Dat geeft problemen.”

„Nou en?” De drugsverkoper kijkt nu heel ernstig. „Meneer, mag ik vragen, heeft u geen wraakgevoelens?”

„Nee”, zegt Jack Keijzer.

„En uw vrouw?”

Stilte.

„Zij gaat er anders mee om”, zegt Jack Keijzer. „En ik krijg er mijn zoon niet mee terug.”

De drugsverkoper knikt. Hij weet het zeker. De moeder van Pascal wil bloed zien.