De Hohe Messe: Bachs greatest hits

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: een kruisiging op wringende klanken.

Het is een monument als de dom van Florence. Cultureel erfgoed als de Borobudur. Een wereldwonder, als je het mij vraagt, zo solide en tijdloos als de Chinese Muur. Maar dan gemaakt door één man: Johann Sebastian Bach.

In de popmuziek wordt het er vaak als aanbeveling bij vermeld als een artiest lang (zeg, drie jaar) aan een album heeft gewerkt. Tussen de oudste en nieuwste muziek in de Mis in b-klein, beter bekend als de Hohe Messe, zit ten minste 35 jaar. Is bij het grote publiek de Matthäus-Passion Bachs meest geliefde stuk, als je het musicologen vraagt, zal vaker de Hohe Messe worden genoemd. Goede kans dat Hij dat zelf ook zou hebben geantwoord.

De Mis in b-klein is zo’n stuk waarin alles samenkomt – vrijwel alle technieken, vormen en genres uit zijn tijd verwerkte Bach erin. De mis opent met een duizelingwekkende fuga (een vorm of compositie waarin een thema door één stem wordt ingezet, waarna het door andere stemmen wordt overgenomen) op de tekst ‘Kyrie eleison’ (Heer, ontferm u over ons) waardoor je je even heel klein voelt. Het contrast met het daaropvolgende duet ‘Christe eleison’ kan haast niet groter, want dan waan je je in een barokke Napolitaanse opera. De ene keer roept hij de klankwereld op van de Renaissance (‘Credo in unum Deum’), even later zit je in de Rococo (‘Osanna’).

De Hohe Messe is bij uitstek een intellectueel werk. Bachvorsers breken zich een leven lang het hoofd over alle retoriek die erin verwerkt zit. Maar het is niet alleen zware kost. De mis zit vol muziek waarbij je onmogelijk stil kunt blijven zitten. Het feestelijke ‘Gloria’. Het ‘Et resurrexit’, waarin gevierd wordt dat Jezus op de derde dag is opgestaan – sterker spul dan MDMA.

Natuurlijk werkte Bach niet 35 jaar onafgebroken aan het stuk. In de laatste jaren van zijn leven stelde hij het samen. Hij schreef nieuwe muziek, maar maakte vooral gebruik van stukken die hij eerder had geschreven – vergelijk het met een opgepoetste greatest hits-plaat. Zo is het ‘Crucifixus’ een bewerking van de opening van de cantate ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’ uit 1714 – de oudste muziek in de Hohe Messe. Maar wat een geniale vondst om de tekst over de gruwelijke kruisiging op deze wringende samenklanken te zetten!

De mis is tijdens Bachs leven nooit in zijn volledigheid uitgevoerd. In het lutherse Leipzig waar hij woonde en werkte had dat ook niet gekund. Er is gesuggereerd dat de (katholieke) mis voor Dresden bestemd zou zijn. Een andere verklaring is dat hij zijn beste muziek verpakte in een andere vorm, een gewichtig genre bovendien, zodat zij ook buiten lutherse kringen haar weg kon vinden. In zijn laatste levensjaren heeft hij meer van dit soort bijna encyclopedische projecten ondernomen (zoals de Kunst der Fuge), alsof dit was wat hij wilde nalaten voor de eeuwigheid. Als dat zijn plan was, dan heeft het gewerkt.