Bouwvallig Binnenhof

Als de belangrijkste instituties van het land zijn gehuisvest in gebouwen die niet langer voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van brandveiligheid en arbeidsomstandigheden, dient daaraan een einde te worden gemaakt. Het liefst onverwijld. Als wetgevende instanties burgers en bedrijven verplichten te voldoen aan bouwkundige voorwaarden, kunnen ze zelf uiteraard niet achterblijven.

Over de renovatie van het Binnenhof in Den Haag wordt al vijf jaar gesproken. Hier zijn de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, een deel van de Raad van State en het ministerie van Algemene Zaken, inclusief het welbekende torentje van de premier, gevestigd. In een labyrint van in elkaar overlopende complexen. Monumenten uit de veertiende, zestiende en achttiende eeuw, met in het hart de dertiende-eeuwse Ridderzaal, waar het staatshoofd jaarlijks de Troonrede voorleest in de Verenigde Vergadering van Eerste en Tweede Kamer. En er is een aangrenzend modern complex, met onder meer de vergaderzaal van de Tweede Kamer, dat is voltooid in de jaren negentig van de twintigste eeuw.

Parlementariërs en hun medewerkers, bewindslieden, ambtenaren en adviseurs doen hun werk deels onder lekkende daken met houtrot in de kap en in de goten, met gas-, elektriciteits- en waterleidingen die aan vervanging toe zijn, en met gebrekkige ICT-voorzieningen. De gebouwen zijn ongezond voor wie er werken.

Het is te lezen in rapportage die oud-minister Liesbeth Spies gisteren naar haar verre opvolger Stef Blok (Rijksdienst, VVD) stuurde. Vergezeld van een advies om uiterlijk in 2020 met de drastische opknapbeurt te beginnen, die in vijfenhalf jaar moet worden uitgevoerd. In die periode moeten de gebruikers van het Binnenhof elders in Den Haag worden gehuisvest. Het alternatief is een veel meer gefaseerde renovatie, gedurende dertien jaar, waarbij met name het parlement niet van het Binnenhof hoeft te verkassen. Deze variant vergt niet alleen meer tijd, ze is, blijkens een schatting in Spies’ advies, ook 85 tot 125 miljoen euro duurder.

‘Het hart van de democratie’ transplanteer je niet zomaar. Dus heeft de bouwbegeleidingscommissie van de Tweede Kamer al haar twijfel geuit. Zijn er niet meer, misschien ook wel goedkopere opties? Het staat het parlement vrij om het onderzoek dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft uitgevoerd tegen het licht te houden, een second opinion te vragen. Maar er is veel te zeggen voor een renovatie die zo kort mogelijk duurt, met als consequentie dat Kamerleden en anderen tijdelijk elders hun arbeid verrichten. In het besef dat het hart van de democratie niet in gebouwen klopt, maar in de volksvertegenwoordigers die de regering sturen en controleren.