‘Als raadslid is het niet acceptabel dat je zo weinig hoort’

Raadsleden moeten controleren of de zorgwetten goed worden uitgevoerd. Dat lukt hun slecht, vertellen raadsleden.

Wim Bartels, fractievoorzitter van oppositiepartij Dorpsbelangen en Toerisme Veere, dacht dat het goed geregeld was. Elk kwartaal zou het college van B en W met een rapportage komen over de laatste stand van zaken van de decentralisaties. Dat was de afspraak met de gemeenteraad. Maar de rapportages bleven uit. Het eerste rapport ontving Bartels pas kort geleden, zegt hij, over januari tot en met maart. „En die rapportage is lang niet compleet”, zegt hij door de telefoon. „Er ontbreken allemaal financiële cijfers uit januari. En de cijfers die er wel zijn, geven geen betrouwbaar beeld waar je als raadslid op kunt sturen.” Op deze manier heeft hij, zegt hij, „onvoldoende instrumenten” om zijn werk goed te doen.

De informatievoorziening van burgemeester en wethouders aan de raad is een netelige kwestie, blijkt uit de enquête van NRC en onderzoeksbureau Overheid in Nederland. Meer dan honderd keer noemen raadsleden als Bartels – zonder daar specifiek naar te zijn gevraagd – de gebrekkige informatievoorziening door hun college over de begin dit jaar overgehevelde nieuwe taken.

Neem Klaas de Vries, fractievoorzitter van het CDA in Leiden. „We krijgen fragmenten van antwoorden. Het totale overzicht hebben we niet.” Wat De Vries bijvoorbeeld wil weten: hoeveel geld geeft Leiden nu precies uit aan de zorg voor jongeren en ouderen, hoeveel burgers helpt de gemeente daarmee, hoe effectief is die hulp, hoe tevreden zijn de burgers ermee, hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en zorginstellingen?” En wat hij zich ook afvraagt: hoe staat het met de eigenlijke opdracht achter die hele decentralisatie? De ommezwaai van zorg naar preventie? Het integrale werken van de wijkteams? „Pas onlangs kwam ik erachter dat er nog helemaal geen plan is. Als raadslid is het niet acceptabel dat je zo weinig informatie krijgt.”

Oké, ergens hebben beide raadsleden er begrip voor. De overdracht van zorgtaken van rijk naar gemeenten was een haastklus, zegt Bartels. Onduidelijkheid over budgetten duurde maar voort. En jeugdzorg is voor gemeenten een compleet nieuwe taak, zegt De Vries. Alles moest „ingeregeld”: de uitwisseling van gegevens tussen instellingen en gemeente, het betalingverkeer, de wijkteams. „Het draait allemaal nog maar net.”

Het houdt een keer op

Maar de excuses houden een keer op, vindt De Vries. Het college moet de cliëntenaantallen nu toch kunnen ophoesten, moet nu toch kunnen rapporteren over klanttevredenheid en samenwerking met zorginstellingen? Bartels ziet heus de voordelen van de decentralisaties; gemeenten staan dichter bij de burger dan provincie en rijk. „Vertrouwen in het college is goed”, zegt hij. „Maar cijfers zijn beter.”

Chris Maas, wethouder in Veere (zorg en welzijn, PvdA/GroenLinks), zegt in een reactie dat hij juist heeft „geïnvesteerd” in het informeren van de gemeenteraad. Maar inderdaad, zegt hij, „de eerste kwartaalrapportage bevat weinig financiële gegevens”. Informatie bijvoorbeeld over hoeveel zorg door instellingen is geleverd en hoeveel die kost. „Het systeem waarbinnen zorgaanbieders konden declareren, is traag op gang gekomen.”

Een woordvoerder van de gemeente Leiden zegt dat het college ook graag „nu al het hele overall beeld” had willen hebben. Maar er is vanuit het rijk lang onhelderheid geweest over budgetten en cliëntenaantallen, en er is een „achterstand in de facturatie van aanbieders”, aldus Leiden.