Pensioenstelsel: meer keuzevrijheid en afschaffing doorsneepremie

Foto ANP / Roos Koole

Het kabinet wil binnen vijf jaar een nieuw soort persoonlijke pensioenregeling met meer keuzevrijheid en ‘maatwerk’ hebben ingevoerd. Vanaf 2020 wil het kabinet ook beginnen met afschaffing van de doorsneepremie, waarbij alle werknemers dezelfde pensioenpremie betalen en per jaar dezelfde pensioenopbouw hebben. De doorsneepremie is onrechtvaardig, omdat de premie van jongeren langer rendeert en ze zo meer inleggen in de pensioenpot dan ouderen, zegt het kabinet.

Dat staat in de langverwachte nota ‘Hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel’ die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zalen, PvdA) zojuist aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De nota is een weerslag van de ‘Nationale Pensioendialoog’ van Klijnsma en geeft richting aan de hervorming van het pensioenstelsel. Het kabinet, de Tweede Kamer en de sociale partners, werkgevers en vakbonden, moeten de komende jaren verdere invulling geven aan de hervormingen.

Zelf kiezen uit beleggingen en hoogte premie

Het kabinet wil bekijken of mensen bij een persoonlijke pensioenopbouw zelf kunnen kiezen uit bijvoorbeeld het beleggingsbeleid, de hoogte van de premie en hoe het pensioengeld wordt uitgekeerd. In de huidige situatie bouwen de meeste werknemers verplicht collectief pensioen op bij een bedrijfs(tak)pensioenfonds zonder harde garanties en met weinig keuzevrijheid.

Het kabinet is daarbij voorstander van een nieuwe pensioenvariant met persoonlijke pensioenpotjes, maar gezamenlijke risicodeling. Een persoonlijke pensioenopbouw is voor mensen meer transparant, maar de beleggingsrisico’s moeten wel gedeeld blijven worden om ze beheersbaar en betaalbaar te houden. In opdracht van het kabinet is de SER momenteel bezig met onderzoek naar deze vrij onbekende pensioenvariant, die al wel bestaat in bijvoorbeeld Denemarken en Zwitserland.

Doorsneepremie afgebouwd vanaf 2020

Vanaf 2020 wil het kabinet ook de doorsneepremie afbouwen en overstappen op een nieuw systeem. De ,,voorlopige voorkeur’’ van het kabinet is een nieuw systeem, waarbij alle werkenden binnen één pensioenregeling wel dezelfde premies betalen, maar de opbouw geleidelijk afneemt naarmate ze ouder worden. Op jongere leeftijd bouwen werkenden zo meer pensioen op en kan er ook meer beleggingsrisico worden genomen omdat de pensioenleeftijd nog ver is. Zo wil het kabinet ook voorkomen dat er ‘herverdeling’ van pensioenspaargeld van jong naar oud plaatsvindt.

Verder wil het kabinet flexwerkers en zelfstandigen zoals zzp’ers die te weinig pensioen sparen gaan ondersteunen, maar niet verplichten om pensioen op te bouwen. De groep werknemers die verplicht te veel pensioen sparen moeten meer maatwerk en keuzevrijheid krijgen. Met vakbonden, zelfstandigenorganisaties en werkgevers wil het kabinet de mogelijkheden verkennen voor een “gedifferentieerde aanpak”.