Muziek die ‘moreel’ is: wat een bullshit

Als dance inderdaad niet deugt, zoals filosoof Toine Janssen in deze krant beweerde, kan hij dan misschien helpen de platencollectie van Frank Provoost te zuiveren?

Defqon.1 Foto Michel van Bergen

I was so wasted. I was so fucked up. I was so messed up. I was so screwed up. I was out of my head.

(Black Flag, ‘Wasted’)

Meteen maar een bekentenis: ik was ook naar de knoppen. Jarenlang was ik blind en onwetend. Ik leefde in de veronderstelling dat punkrock me had gered van puberverveling, tirannieke middelbareschoolfrikken en andere eerstewereldproblemen. Als een blinde mol groef ik me in om zoveel mogelijk scheurgitaargenres te doorgronden. Terwijl de piep in mijn oren sterker werd en mijn muzieksmaak zich verbreedde, verbeeldde ik me dat ik de rockgeschiedenis snapte: alles hing met alles samen.

Ik werd evangelist van de evolutietheorie waarin generaties en stromingen zich gewelddadig tegen elkaar afzetten of juist dankbaar leentjebuur speelden. In dat muzikale ecosysteem werd megalomane bombast logischerwijs afgestraft met opgefokte drieakkoordenwoede, en gladde disco door ruige gangsterrap. Opeens lieten ondoorgrondelijke platenbakken zich lezen als volstrekt begrijpelijke stambomen. Ik rolde van de ene openbaring in de andere en waande me in het paradijs.

Inmiddels weet ik beter. Want eerlijk is eerlijk, geachte medezondaars, waar is de moraal in dit verhaal? U raadt het al: nergens te bekennen.

Als je bitch wil chillen is ’t geen probleem, dan ga ik erheen. Ik kom niet alleen want ik heb drank en drugs.

(Lil’ Kleine & Ronnie Flex, ‘Drank & Drugs’)

Tot afgelopen vrijdag dan, want toen werden mij de ogen geopend. Filosoof en zelfbenoemde ‘wijsmaker’ Toine Janssen liet in deze krant de hemel opensplijten met beweringen als: „Het verschil tussen van Mozart genieten en van Hardwell is het verschil tussen lachen om een grap en lachen omdat je gekieteld wordt.”

Toegegeven: ik begreep het niet meteen. Maar je voelde aan alles: dit was zo’n diep inzicht, dat moest wel waar zijn. Nog eentje dan: „Dance is geen communicatie van subject tot subject meer, maar van object tot object. Wat net zoveel wil zeggen als: het is helemaal geen communicatie meer.”

Aanleiding van al dit wijze ge-orakel: ‘Drank & Drugs’, de ultieme zomerhit van Lil’ Kleine & Ronnie Flex. Die nummer-1-track was zowaar uitgegroeid tot het epicentrum van het publieke debat. Op de opiniepagina van de Volkskrant waarschuwde een Utrechtse student voor „de verhulde anti-ideologie van neerslachtigheid” (‘Drank & Drugs maar geen plezier of liefde’, 17 juni). Maar in nrc.next ging onze wijsmaker daar even mooi overheen (‘Dance is een doodlopende weg’, 3 juli). Vergeet die tekst, schreef de filosoof, het was de muziek die niet deugde.

Hoewel Janssen wist dat ‘het tegenwoordig not done is om muziek op zijn morele kwaliteiten te beoordelen’ deed hij dat lekker toch! Hij was zelfs bereid om toe te geven dat hij helemaal niets snapte van elektronische dansmuziek (EDM) en alle bijbehorende subgenres. „Maar wat ze gemeen hebben, is duidelijk: de ritmes zijn machinaal en eentonig, de melodie is eenvoudig, harmonische ontwikkeling is afwezig of zeer bescheiden.”

De puberpunker in mij was vroeger bij zo’n bewering meteen gaan schuimbekken. Immers: als een track met enkel lomp, monotoon, doods, gevoelloos en anti-communicatief gebonk zo snel op nummer één belandt en ook nog ruim zeven miljoen views op YouTube haalt, zijn er slecht twee mogelijke scenario’s: 1) De Zombie Apocalyps is uitgebroken.

2) Ergens in die dorre en dreunende EDM-woestijn van ‘kale technobeats’ moet een hook, oorwurm of hoe-je-het-ook-wilt-noemen verstopt zitten waardoor ‘Drank & Drugs’ zo belachelijke veel mensen aanspreekt. (Dat verklaart wellicht waarom eerdere nummers van Ronnie Flex - toen hij nog door alle media werd doodgezwegen - óók al miljoenen YouTube-views oogstten. Het zou zomaar eens kunnen dat hij talent heeft, en niet enkel uit is op „stimulus-respons” en „instant behoeftebevrediging zoals bij verslavingen – internetten, porno, gokken”.)

En dan kunnen ze ook nog niet dansen, klaagt Janssen, want de „gecontroleerde beweging die je eigen vrijheid toont, maakt bij dance plaats voor automatisch zwaaien en springen”.

Kijk, toen voelde de punker in mij zich pas echt aangesproken. Waren al die moshpits en stagedives dan tevergeefs geweest? Dit ging er helemaal niet meer over dance, ‘Drank & Drugs’. Welnee, dit ging ook gewoon over rock-’n-roll.

You call yourselves the Moral Majority. We call ourselves the people in the real world. God must be dead, if you’re alive.

(The Dead Kennedys, ‘Moral Majority’)

Er zit niets anders op. Ik moet opnieuw beginnen. Maar dat kan ik niet alleen. Ik ben een dolende ziel die de rijkdommen van ‘morele muziek’ niet kent. Daarom doe ik een dringend beroep op u, weledelgeleerde wijsmaker. Wijst u mij de weg?

Wellicht kunnen we om te beginnen samen mijn platenkast zuiveren. Dat wordt een behoorlijke klus, mijn collectie puilt uit van machinale en eentonige ritmes, eenvoudige melodieën en bescheiden en/of afwezige harmonische ontwikkeling. En ik snap dat alle schreeuwende oproerkraaiers, gruntende duivelaanbidders, depressieve grungers, vleermuiskoppensnellers, zelfmoordpropagandeurs, gangsterrappers en chimpanseehouders er meteen uit vliegen.

Maar wat doen we bijvoorbeeld met die heupwiegende vlegel en zijn duivelse rock-’n-roll? Ik heb het vroege werk van die vetkuif nog eens teruggeluisterd, en het klonk redelijk eenvoudig. En wat te denken van die vier Liverpoolse schavuiten die hun haren naar voren kammen en ophitsende beatmuziek spelen? ‘Helter Skelter’, heeft dat wel voldoende harmonische ontwikkeling?

En ik weet dat het tegenwoordig not done is om literatuur op zijn morele kwaliteiten te beoordelen, maar kunnen we voor de zekerheid ook mijn boekenkast onder handen nemen? En zullen we vervolgens meteen alle theaters, concertgebouwen, musea en bioscopen vrijmaken van zonde? Om de mensheid te behoeden voor de ‘weg voor de Walking Dead’ mag geen enkel middel worden geschuwd. Redt u mij van de doodlopende weg?