Column

‘Moslims, lees Van de koele meren des doods’

‘Eigenlijk zou iedere moslim dit boek moeten lezen”, zegt de Pakistaanse schrijver Farook Khalid in zijn studeerkamer in de Amsterdamse Dapperbuurt. Hij heeft het niet over de Koran, maar over Mot Ki Tthanddi Jheelien, oftewel Van de koele meren des doods, de onlangs door hem in het Urdu vertaalde roman uit 1900 van Frederik van Eeden.

Khalid (Lahore, 1950) is in de ban van Van Eeden, van wie hij eerder De kleine Johannes vertaalde. „Als je hem leest, begrijp je wat de Nederlandse identiteit is. Van Eeden heeft dit land gedemocratiseerd.”

Aangezien ik zelf nooit zo goed weet wat die Nederlandse identiteit precies behelst, laat ik me graag door Khalid voorlichten. Ook omdat het Urdu, een mengeling van Perzisch, Arabisch en Hindi, door zo’n 235 miljoen moslims, vooral in Pakistan, wordt gesproken. Zij krijgen nu een kans om die Nederlandse identiteit massaal aan te nemen. „In Pakistan lezen fanatieke moslims alles, ook dankzij internet”, zegt de vertaler hoopvol.

In Van Eeden ziet Khalid een schrijver wiens geschriften de islam zouden kunnen moderniseren. Terwijl de ventilator de hitte in zijn kamer verjaagt, zegt hij: „In het derde deel van De kleine Johannes heeft Markus Vis het bijvoorbeeld over het veranderen van de wereld. Hij spreekt zich uit tegen religie en het koningshuis, en is een humanist. Maar uiteindelijk wordt hij vanwege die opvattingen gedood, net zoals tegenwoordig fanatieke moslims hun tegenstanders vermoorden.”

Zelf is Khalid een afvallige moslim. En al is hij niet tegen de islam, hij spaart zijn islamitische vrienden niet. Van Eeden komt hem ook hier van pas. „Moslims kunnen van hem leren hoe ze een land leefbaar kunnen maken met humanistische waarden”, zegt hij. „Ik las gisteren nog een artikel waarin staat dat een moslim niet loyaal hoeft te zijn aan een niet-islamitisch land. Onzin natuurlijk. Je krijgt gastvrijheid in zo’n land aangeboden, en daar hoor je blij om te zijn. Maar dan moet je ook de taal van dat land leren, wat bij mij in de Dapperbuurt veel te weinig gebeurt.”

Als jongeling in Pakistan streefde Khalid naar een betere, vrije wereld. Op zijn negentiende, hij had inmiddels een roman gepubliceerd, besloot hij zijn geluk te beproeven in Amerika. Op doorreis bleef hij in Nederland hangen. Hij leeft van het vertalen, maar wil ook fanatieke moslims de Nederlandse waarden bijbrengen, die de islam niet kent. „Veel christenen zien Christus als God, maar doen er niet hysterisch over. Moslims zijn dat wel als het over Mohammed gaat. Zonder hem is er geen verlossing en komen ze niet in het paradijs. Dat maakt hen egoïstisch.”

Is Van Eeden dan een betere Verlosser? Khalid: „Hij haalt in zijn romans voortdurend de Bijbel aan om nederigheid te betrachten. Voor hem zit God niet alleen in de Bijbel, maar ook in goedheid. In de ogen van de islam kan een niet-moslim nooit goed doen.”

De islam zou volgens Khalid dus heel wat meer begrip voor andersdenkenden mogen hebben. „Met haat kun je niemand veranderen”, zegt hij. „Met redelijkheid wel. Dat geldt overigens ook voor Wilders.”

Nu maar hopen dat Mot Ki Tthanddi Jheelien vele herdrukken beleeft. De eerste oplage telt 1.000 exemplaren.