Minder ondervoeding in India? Modi houdt het stil

Goede cijfers over afnemende ondervoeding worden niet openbaar gemaakt. Speelt de trots van premier Modi mee?

Kind bij een voedseluitreiking. Foto Manish Swarup/AP

Ondervoeding is in India de afgelopen tien jaar sterk afgenomen. In 2005 was 48 procent van de kinderen onder de vijf onvolgroeid (een indicator voor chronische ondervoeding) en vertoonde 43 procent ondergewicht. In tien jaar tijd is dat afgenomen tot respectievelijk 39 procent en 29 procent. „Ongekend”, noemt Victor Aguayo, UNICEF’s voedingsexpert voor Zuid-Azië, de cijfers.

Maar het goede nieuws is niet officieel: het komt uit een gelekt rapport, dat al een half jaar ligt te wachten op goedkeuring en publicatie door de autoriteiten. De verdenking groeit inmiddels bij politici van de oppositie en sommige analisten in New Delhi dat deze vertraging heeft te maken met de tamelijk povere cijfers in de deelstaat Gujarat, waar de huidige Indiase premier Narendra Modi tot vorig jaar 13 jaar deelstaatpremier was. De cijfers zijn inderdaad pijnlijk voor Modi, juist omdat hij de economische ontwikkeling in Gujarat ten voorbeeld stelde aan de rest van het land.

Bij het rapport gaat het om de Rapid Survey on Children (RSOC), uitgevoerd in 2013-2014 en voltooid in oktober vorig jaar. Bij het onderzoek, van UNICEF en het Indiase ministerie voor de Ontwikkeling van Vrouwen en Kinderen, werden in 29 van India’s 36 deelstaten en uniegebieden 90.000 kinderen onder de vijf jaar en 28.000 tienermeisjes gewogen en gemeten. Daarnaast werden 210.000 vraaggesprekken gevoerd.

Om een effectief anti-honger en –armoede beleid te voeren in een enorm land als India (bevolking: 1,25 miljard), zijn gegevens nodig op deelstaatniveau. In oktober werden enkele algemene cijfers uit het rapport vrijgegeven. Het eigenlijke rapport, met de uitsplitsing op deelstaatniveau, bleef geheim. Maar zowel The Economist als de BBC wist de hand te leggen op exemplaren ervan.

Tegenover de BBC noemde de Belgische ontwikkelingseconoom Jean Drèze, die al decennia in India werkt, het achterhouden van het rapport „een absoluut schandaal”. „Alle omringende landen, inclusief Bangladesh, Nepal, Sri Lanka, Bhutan, Pakistan en zelfs Afghanistan hebben actuele voedingsstudies. Het is moeilijk een tienjarig gat in de cijfers te verklaren zonder politieke onwil te veronderstellen.”

Hindoe-fanatici

De Congrespartij, de grootste oppositiepartij, maar ook de BBC en The Economist, die beide sinds de verkiezingen in mei vorig jaar weinig enthousiasme hebben getoond over de regering van Modi’s BJP, suggereren dat het rapport wordt achtergehouden wegens de slechte prestaties van Gujarat en Madhya Pradesh: deelstaten die al jaren worden bestuurd door de BJP, een partij die onder haar supporters actieve hindoe-fanatici telt. In het geval van Gujarat zou volgens The Economist „de trots” van premier Modi geschaad kunnen zijn. Volgens het ministerie voor de Ontwikkeling van Vrouwen en Kinderen moeten sommige RSOC-cijfers nader onderzocht worden wegens afwijkende resultaten in andere onderzoeken.

Een refrein van Modi’s verkiezingscampagne was zijn belofte India te hervormen volgens zijn ‘Gujarat-model’. Vanaf 2005 groeide daar het inkomen per hoofd van de bevolking met bijna 15 procent per jaar. Het bedrijfsleven werd er gesteund maar uit het rapport blijkt dat de armste groepen daar weinig van profiteerden: de deelstaat scoort slechter dan minder rijke deelstaten, vooral op het gebied van ondervoeding en vaccinaties.