Minder ondervoeding? Dat houdt India liever geheim

Ondervoeding onder kinderen is in India de afgelopen tien jaar sterk afgenomen, blijkt uit een rapport. Goed nieuws, zou je denken. Waarom houdt de Indiase overheid de publicatie dan tegen?

Jyoti, twee maanden oud en ondervoed, ligt op de intensive care in Dharbhanga Medical College. Foto Poulomi Dey/REUTERS

Ondervoeding is in India de afgelopen tien jaar sterk afgenomen. In 2005 was 48 procent van de kinderen onder de vijf onvolgroeid (een indicator voor chronische ondervoeding) en vertoonde 43 procent ondergewicht. In tien jaar tijd is dat afgenomen tot respectievelijk 39 procent en 29 procent. „Ongekend”, noemt Victor Aguayo, Unicefs voedingsexpert voor Zuid-Azië, de cijfers.

Het goede nieuws is echter niet officieel: het komt uit een uitgelekt rapport dat al een half jaar ligt te wachten op goedkeuring door de Indiase autoriteiten. Het betreft de Rapid Survey on Children (RSOC), uitgevoerd in 2013-2014 en voltooid in oktober vorig jaar. Bij het onderzoek, gehouden door Unicef en het Indiase ministerie voor de Ontwikkeling van Vrouwen en Kinderen, werden in 29 van India’s 36 deelstaten en uniegebieden 90.000 kinderen onder de vijf jaar en 28.000 tienermeisjes gewogen en gemeten. Daarnaast werden 210.000 vraaggesprekken gevoerd.

Accurate cijfers over de gezondheid van kinderen in Zuid-Azië waarvan India het kloppend hart is, zijn van groot belang voor het in kaart brengen van de wereldwijde armoede en de bestrijding ervan. Met name India, maar ook de omringende landen zoals Bangladesh, zijn bezig zich uit de armoede te verheffen. India doet dat op eigen kracht. In 2003 gaf het land aan geen hulp meer te willen ontvangen van de meeste donors. Groot-Brittannië, de voormalige kolonisator, was het laatste land dat 2012 de ontwikkelingshulp staakte.

Maar om een effectief anti-honger- en armoedebeleid te voeren in een enorm land als India (bevolking: 1,25 miljard), zijn gegevens nodig op deelstaatniveau nodig. In oktober werden enkele algemene cijfers uit het RSOC vrijgegeven. Het eigenlijke rapport, met de uitsplitsing op deelstaatniveau, bleef geheim. Totdat The Economist en de BBC de hand wisten te leggen op het rapport.

Armste groepen profiteren niet

Tegenover de BBC noemde de ontwikkelingseconoom Jean Drèze het achterhouden van het rapport „een absoluut schandaal”. Hij schreef het gezaghebbende boek An Uncertain Glory, over India’s achterblijvende sociale ontwikkeling in tijden van economische groei. „Alle omringende landen, inclusief Bangladesh, Nepal, Sri Lanka, Bhutan, Pakistan en zelfs Afghanistan hebben actuele voedingsstudies. Het is moeilijk een tienjarig gat in de cijfers te verklaren zonder politieke onwil te veronderstellen.”

Zowel de BBC als The Economist, die beide sinds de verkiezingen in mei vorig jaar weinig enthousiasme hebben getoond over de regering van Narendra Modi’s BJP, suggereren dat het rapport wordt achtergehouden wegens de slechte prestaties van met name Madhya Pradesh en Gujarat: deelstaten die al sinds lange jaren worden bestuurd door Modi’s BJP, een partij die onder haar supporters actieve hindoefanatici telt.

In het geval van Gujarat zou volgens The Economist „de trots” van premier Modi geschaad kunnen zijn: hij was er dertien jaar deelstaatpremier. Volgens het ministerie voor de Ontwikkeling van Vrouwen en Kinderen moeten sommige RSOC-cijfers nader onderzocht worden wegens afwijkende resultaten in andere onderzoeken.

Een refrein van Modi’s verkiezingscampagne was zijn belofte India te hervormen volgens zijn ‘Gujarat-model’. Vanaf 2005 groeide daar het inkomen per hoofd van de bevolking met bijna 15 procent per jaar. Dat bereikte Modi met name door het bedrijfsleven te bevorderen. Uit de RSOC blijkt echter dat de armste groepen daar weinig van profiteerden: de deelstaat scoort veel slechter dan minder rijke deelstaten, met name op het gebied van ondervoeding en vaccinaties. Volgens The Economist en de BBC komt dit door „een gebrek aan beleid”.

Modi gaat strijd aan met gebrek wc’s

Zij melden echter niet dat premier Modi sinds zijn aantreden als premier op nationaal niveau enkele omvangrijke programma’s in werking stelde om de armste bevolking meer baat te laten hebben bij de economische groei. Voor dit jaar worden die op ruim 7,5 procent beraamd. Zo hebben 125 miljoen arme Indiërs een bankrekening gekregen met bijbehorende levensverzekering (uitkering: 450 euro) en een ongevallenverzekering ter waarde van 1500 euro; onder voorwaarde dat tenminste één transactie per 45 dagen wordt gedaan.

Ondervoeding in India is doorgaans niet het gevolg van te weinig voedsel, maar vooral van ziektes. Volgens het RSOC doet 45 procent van de bevolking de behoefte nog buiten in het veld. Dat zorgt voor onder meer parasieten en diarree bij kinderen waardoor zij hun voedsel niet goed kunnen opnemen. Daarom heeft Modi de strijd aangebonden met het gebrek aan wc’s.