Meer televisieseries, minder kijkers

Het aantal series is sinds 2000 in de Verenigde Staten verzevenvoudigd. De helft van de series haalt het tweede seizoen niet.

Cat Sullivan (Chyler Leigh) en Leo Romba (Jacky Ido) spelen de hoofdrol in het geflopte Taxi Brooklyn. Foto Linda Kallerus/NBC)

57channels (and nothin’ on) zong Bruce Springsteen in 1992. Zijn klacht was een veelgehoorde in die tijd. Het Amerikaanse zenderaanbod was enorm, en toch waren er maar heel weinig programma’s de moeite van het kijken waard.

Springsteen had toen niet kunnen bedenken dat zeven jaar later Tony Soprano, een dikke, kalende maffiabaas uit New Jersey met psychische problemen en een slecht humeur, een nieuw televisietijdperk zou inluiden. Een periode waarin de tv-serie een gelijke, zo niet hogere status zou krijgen dan de Hollywoodfilm. En tv-personages als Soprano, maar ook Don Draper (Mad Men) en Walter White (Breaking Bad) popcultuuriconen werden.

De ‘Gouden Eeuw voor Televisie’, zoals de afgelopen vijftien jaar ondertussen zijn gedoopt, heeft van Springsteens ‘57 kanalen maar niets te zien’ weinig over gelaten. Het aantal zenders in de VS is ruim verdriedubbeld; het gemiddelde Amerikaanse huishouden ontvangt tegenwoordig 189 kanalen en dat is zonder streamingdiensten als Netflix, Amazon en Hulu. De lijst televisieseries die in de categorie ‘must see tv’ valt, lijkt met de dag langer te worden.

In 2014 werden er in Amerika 352 zogenaamde ‘scripted series’ uitgezonden. Dat waren er zeven keer zoveel als in 2000. Wie alles wil zien, moet acht maanden lang 24 uur per dag voor de televisie zitten, zo rekende nieuwszender Bloomberg uit.

Dit jaar lijkt het aantal televisie-uren alleen maar toe te nemen. Want naast de traditionele Amerikaanse netwerken, betaalzenders HBO en Starz en de streamingdiensten brengen netwerken als Bravo en E! (voorheen vooral bekend van realityshows over respectievelijk ruziënde huisvrouwen en de Kardashian-familie) sinds dit jaar hun eigen drama– en comedyseries uit. De verwachting is dat er dit jaar voor het eerst meer dan vierhonderd gescripte tv-series worden uitgezonden in de VS. Had Springsteen zijn nummer vandaag geschreven, dan was zijn boodschap wellicht geweest dat er te juist veel te veel te zien is.

Gouden eeuw versus goudkoorts

De keerzijde is dat bijna de helft van de nieuwe series het tweede seizoen niet haalt. Ter vergelijking: in 2000 was dat slechts 10 procent. „De gouden eeuw is een goudkoorts geworden”, zei Jeff Watchel, president van kabelzender NBCUniversal onlangs tegen Bloomberg. „Iedereen probeert de hoofdprijs te winnen.”

Die hoofdprijs is een eigen ‘signatuurserie’, een show waarover op de blogs en bij de koffieautomaat wordt gesproken en die het netwerk verheft. Zoals Mad Men in 2007 van AMC een belangrijke, prijswinnende speler in het Amerikaanse tv-landschap maakte, terwijl het daarvoor een kleine zender was die vooral oude zwart-wit-films uitzond. Doordat ieder netwerk probeert zo’n eigen Mad Men te maken, nemen de productiekosten toe. Een showrunner (de bedenker en belangrijkste schrijver van een show, verantwoordelijk voor de toon) kan steeds hogere bedragen per aflevering vragen. En in steden als New York, waar veel series worden opgenomen, worden locaties en crews steeds gewilder en dus duurder.

Ook de acteurs zijn een stuk prijziger geworden. Toen Tony Soprano de nieuwe Gouden Eeuw inluidde, was zijn vertolker James Gandolfini een redelijk onbekende acteur. Maar het tweede seizoen van True Detective, dat onlangs op HBO van start ging, heeft vier hoofdrolspelers (Colin Farrell, Vince Vaughn, Taylor Kitsch en Rachel McAdams) die werden gecast mede omdat ze al beroemd zijn. Dit in navolging van filmsterren als Kevin Spacey, Robin Wright (House of Cards) en Matthew McConaughey (het eerste seizoen van True Detective) die eerder met veel succes de stap naar het kleine scherm maakten. Een aflevering van The Sopranos kostte in het eerste seizoen 2 miljoen dollar per aflevering, True Detective al meer dan het dubbele.

Is er een seriebubbel?

Binnen de industrie rijst dan ook de vraag hoe lang de exorbitante groei nog kan doorgaan. Vergelijkingen met de internetbubbel van begin deze eeuw worden al gemaakt. „Kleinere spelers die een grote gok nemen met een investering kunnen dat niet blijven doen”, zei een doorgewinterde producent vorig jaar tegen Variety.

Moet de kijker zich zorgen maken? Brett Martin, schrijver van het boek Difficult Men, waarin hij de opkomst van de kwaliteitsshows beschrijft aan de hand van de belangrijkste series en de (moeilijke) mannen achter het succes, meent van niet. „Het is nog steeds een geweldige tijd voor de kijker”, zegt Martin. „Als de angst is dat netwerken te veel geld uitgeven omdat ze hopen een goede tv-serie te maken, dan maak ik me voorlopig geen zorgen. Dat doe ik pas als ze een nieuwe manier bedenken om geld te verdienen.”

En zelfs dan zijn er nog jaren aan ‘must see tv’ in te halen.