Kamperen is uit en 6 andere grafieken over jouw vakantie

foto ANP

Vandaag is de eerste vrije maandag voor basisscholen in het noorden van Nederland. Hoe vieren Nederlanders eigenlijk vakantie? NRC Q vertelt het je in 7 grafieken.

1. Nederland vs. buitenland

Het aantal vakanties van Nederlanders in eigen land (17,1 miljoen) en buitenland (17,9 miljoen) verschilt weinig.

2. Duitsland en Frankrijk zijn het hele jaar veruit het populairst

Door het jaar heen gaan de meeste vakanties naar Duitsland: 3,4 miljoen. Frankrijk volgt met 2,6 miljoen.

3. Maar in de zomer ook veel vliegreizen naar de zon

In de zomer rijden Nederlanders het meest naar Frankrijk en Italië. Maar de autovakantie naar die landen lijkt aan populariteit te verliezen: dit jaar 10 procent minder dan in 2014. Nederland is de derde bestemming voor wie met eigen vervoer gaat.

Turkije is de populairste vliegbestemming in de zomer, maar ook daarvoor neemt de belangstelling iets af: 6 procent. De nummers twee en drie, Spanje en - opvallend - Griekenland, zijn juist 14 en 7 procent populairder dan vorig jaar.

4. Aan buitenlandse vakanties geven we gemiddeld 700 euro uit

Nederlanders zijn heel stabiel in hoeveel ze uitgeven aan vakantie: zo’n 700 euro per persoon in het buitenland, zo’n 160 euro per persoon in Nederland. Dat is trouwens bij maar 4 op de 10 Nederlanders in loondienst het vakantiegeld dat ze in mei op de rekening kregen.

Hoeveel ze aan vakantie uitgeven, hangt vooral af van hun inkomen: huishoudens die bovenmodaal verdienen geven er jaarlijks zo’n 3.800 euro aan uit, als ze minder dan modaal verdienen 1.400 euro, blijkt uit Nibud-onderzoek.

5. En we slapen het vaakst in hotels

In het buitenland gaan we vier keer zo vaak naar een hotel als naar een camping.

6. Binnen Nederland: liefst naar de Noordzeekust

De thuisblijvers vertoeven vaak aan de Noordzee (2,2 miljoen keer per jaar). Maar ook de Veluwe en Friesland en Drenthe zijn populair (1,7 en 1,8 miljoen vakanties).

7. Wandelen en eten

En als we dan toch hier met vakantie zijn, dan gaan we vaak wandelen (57 procent) en uit eten (64 procent).