Fabres 24-uurstragedie is groots

Dionysos regeert in de 24-uursversie die Jan Fabre van de Griekse tragedies maakte.

Foto Wonge Bergmann

Ongeveer 570 toeschouwers meldden zich vrijdagavond in de Stadsschouwburg Amsterdam voor een marathonvoorstelling van 24 uur van Jan Fabre, die met Mount Olympus: to glorify the art of tragedy niet alleen zijn 27 performers, maar ook het publiek voor een uitdaging stelt. Verslag van een etmaal opmerkelijk theater, met veldbedjes en tenten voor het publiek dat de nacht in de schouwburg wil doorbrengen.

Vrijdag 3 juli

21.00 u Ha! We zijn weer thuis. Na een wat chaotische inloop is de voorstelling begonnen en nu al hebben we gezien hoe twee zieners hun voorspellingen via de anusmond kregen ingeblazen door geile, saterachtige wezens, was er een handsfree erectie, werd er ge-twerkt dat het een aard had en groeven de performers druipend vlees op uit hun toga's.

Fabre geeft zijn visitekaartje af: vlees zijn we, wellustig, gewelddadig en kwetsbaar vlees. Maar met verbluffende krachten: een klein uur na aanvang worden dansers door een drilsergeant afgemat als in een (Grieks) militair bootcamp, ruim een kwartier lang touwtjespringend met kettingen.

Zaterdag 4 juli

01.15 u De zaal is al aardig uitgedund, maar rampspoed en waanzin zetten onverminderd door. Want in het fabriaanse universum heerst Dionysos, de god van exces, wellust en waanzin. Acteur (én knappe slagwerker, danser en zanger) Andrew Van Ostade draagt die kwaliteiten in zijn ongegeneerd trillende, mollige lichaam. Hij en zijn vrouwelijke equivalent (een Fabre-vondst) hebben met welgevallen toegezien hoe de mens zich tot in het absurde overgeeft aan zijn driften, oorzaak van tragische fouten: er wordt met kuipboompjes gecopuleerd, de weifelachtige Creon draait om de koningskroon heen die, eenmaal aanvaard, met slapstickachtige hardnekkigheid aan hem blijft trekken – macht is verslavend.

Tussendoor beweent Hekabe aangrijpend de brokken vlees die ooit haar zoon waren. Oedipous’ ontzetting over de bloedschande die hij, onwetend, met zijn vrouw/moeder Jokaste heeft begaan, vertaalt zich fysiek naar een onbeheersbare stotteraanval.

05.20 u De veldbedjes in de Koninklijke Foyer zijn allemaal in gebruik, in de tentjes op het Gijsbrechtbordes klinkt zacht gesnurk. Veel mensen zijn na middernacht vertrokken en slapen thuis. Op het toneel komen de performers, die in witte slaapzakken hebben gerust, weer in beweging. Na een protestdans van de Grieken tegen hun goden (…!) openen vier vrouwen hun benen om geconcentreerd hun naakte vagina te versieren met bloemblaadjes. Het is prachtig, allesbehalve pornografisch, zeer erotisch, volkomen publiek en toch intiem. Later zullen ze die een man als ‘tantaluskwelling’ aanbieden en onthouden.

En telkens opnieuw kleurt het smetteloze wit van de Griekse toga’s bloedrood.

11.30 u In de damestoiletten wast een vrouw haar voeten. Buiten blakert de zon het Leidseplein, in de zaal is het redelijk koel, weer zeker halfvol met informeel over de stoelen gedrapeerde mensen. De furiën worden gewekt door de geest van Klytaemnestra. Volgt de Oresteia Fabre-style: een dans van steeds woestere neukbewegingen, gevolgd door moeder en dochter Klytaemnestra en Iphigeneia die in een (bijna) eindeloze serie draaisprongen om vader/krijger Agamemnon cirkelen, smekend om Iphigeneia niet te offeren.

Het publiek voelt bijna zelf de pijn van Mélissa Guérin (Klytaemnestra), die volhoudt tot ze gedesoriënteerd, kokhalzend en huilend moet opgeven. Misschien is het niet eens zozeer het kunnen, maar vooral het wíllen van deze performers dat verwondert en imponeert: wat bezielt ze om zich zó te geven?

Agamemnons familie moordt zichzelf uit, onvermijdelijk. Elke dood moet nu eenmaal worden gewroken. Het ensemble jonast de bergen dood vlees van de familietragedie, die het slagveld in microformaat symboliseert. Feestelijk, gruwelijk.

18.30 u Intussen heeft Medea haar gruweldaad verricht. De kindermoord blijft onzichtbaar – al sterven babypoppen een gewelddadige dood in de demonische droomsequenties waarin Fabre de oorsprong van zijn soms meeslepende, dan weer flauwe, vaak lachwekkend liederlijke en vrijwel altijd grootse tot groteske beelden onthult in licht zelfglorifiërende teksten.

In de delen waarin tekst weinig fysieke vertaling krijgt, zakt Mount Olympus wat in. Co-auteur Jeroen Olyslaegers’ teksten zijn dienend op hun best. In Fabres eigenzinnige, gespierde beeldentaal klinken de impliciete commentaren op de hedendaagse maatschappij, politiek en tragedies voorspelbaar.

20.45u Het is voorbij. Of niet: „Is this it?”, vraagt Dionysos, in een onderbreking van een waanzinnige, extatische orgie van kleuren, licht en glitters, een uitzinnige clubrave. Want de menselijke tragedie houdt immers nooit op. Doorademen en iets nieuws bedenken, is de boodschap waarmee Fabre/Dionysos zijn even extatische, meedansende, joelende en langdurig applaudisserende publiek naar huis stuurt. Voor wie tollend van slaaptekort en nog helemaal afgestemd op Fabres imposante beeldentaal het theater uitloopt, voelt de buitenwereld even onwerkelijk.

Een meesterwerk? Groots theater, dat zonder meer.