En daar gaat je goeie plek vooraan

Uren wachten hadden ze ervoor over, die ene topplek langs de route. Toen kwam het noodweer.

In Zeeland trotseerden bezoekers langs de route hitte en later noodweer: „Dit wil je toch meemaken.” Foto’s Koen van Weel/ANP, David van Dam, Vincent Jannink/ANP

De beste plek om de tweede etappe van de Tour de France in Zeeland te zien passeren, is de rotonde buiten het dorp Haamstede. Beweert Kevin Repkes. „Ik woon hier 200 kilometer vandaan, maar op Google ontdekte ik deze rotonde.” Met een vriend en zeven familieleden heeft hij zich vanaf half elf geposteerd langs de binnenbocht die de renners pas ruim zes uur later zullen nemen, als zij een vrij scherpe bocht naar links moeten maken en van daaruit afkoersen op de stormvloedkering met Neeltje Jans, de finish. Opa zit wat achteraf, tevreden starend naar het wielervolk. Ze hebben gekaart. Gebarbecued. En ze zijn geïnterviewd door de regionale omroep.

Enkele honderden mensen hebben zich verzameld om over een paar uur eerst de reclamekaravaan en daarna de wielrenners langs te zien flitsen. Sommigen, zoals de gepensioneerden Elly en Henk Kruijff uit Rotterdam, zitten pas een uur op hun klapstoeltjes in de berm. „Ik weet niks van wielrennen maar dit wil je toch meemaken”, zegt Henk. Vijf jaar geleden passeerden de Tourrenners hier ook. „Toen was het drukker. Maar toen was het ook mooier weer.” Nu zitten beiden ingepakt in een poncho, regenbuien trotserend langs de weg die behoort tot een fietsroute genaamd ‘Strijd tegen water’.

Anderen zitten er al veel langer. Zo heeft Wolf Engel uit Vrouwenpolder vannacht naast de rotonde in zijn Audi gekampeerd. „De gemeente heeft speciaal voor de Tour een tijdelijke ontheffing gegeven van het verbod op wildkamperen”, haast hij zich te zeggen. Engel heeft de stoelen achterin de auto verwijderd: daar ligt nu een matras. Hij zit op de achterbumper, de achterklep staat open. „Zo heb ik een perfect zicht.” Vele weken geleden al wist hij dat hij hier wilde gaan kijken, waar je de renners vanaf Renesse ziet aankomen. Tja, ze zullen snel weer voorbij zijn. Zou je bijna hopen op een valpartij? „Nee nee”, zegt Henk Kruijff. „Als je voor de sensatie komt, kun je beter een knokfilm huren.”

Het is half vier. We zijn met de racefiets van Haamstede naar Renesse gereden. Ook daar veel volk op de been, zelfs de rotonde zelf is ingenomen door de toeschouwers. Of dat gevaarlijk is, weet een verkeersregelaar niet. „Als het niet mag, zal de Franse gendarmerie dat wel zeggen. Die zijn hier vandaag de baas.”

Noodweer

Een Duits echtpaar, een week kamperend in Renesse, staat kleumend in de motregen langs de kant. Ze wonen in Mannheim en besloten vorige week de hitte van 40 graden aldaar te ontvluchten. Dat hebben ze geweten. Een noodweer barst los. Het water komt met bakken uit de hemel. De helft van de toeschouwers blijft dapper staan. De andere helft zoekt een veilig heenkomen. In hijskranen. Achter bussen. Onder vrachtwagens, zoals ook uw verslaggever. „Niet gaan rijden, hoor!” roepen omstanders tegen de chauffeur die droog in zijn cabine zit. De reclamekaravaan dient zich aan. „Make some noise, people!” klinkt een elektronische stem uit een auto. „You don’t care about the rain. You want to party!” Ammehoela. En spreek Frans.

Na een uur is het droog. Zelfs de zon schijnt. Terug in Haamstede staan ineens niet honderden, maar duizenden mensen langs de kant. Onder meer pal voor de auto van Wolf Engel. „Ik heb gezegd dat ze mijn uitzicht verpesten, maar de mensen willen niet luisteren. De discipline is ver te zoeken”, klaagt hij. Hij besluit bovenop zijn auto te gaan staan.

Daar zijn de renners. Niemand vliegt uit de bocht. De familie Repkes ziet een groep van ongeveer twintig man passeren. Dan drie volgers. Daarna opnieuw een vrij grote groep. Vervolgens die ene leuke renner uit Eritrea in z’n eentje. „Dat is mijn held. En makkelijk te herkennen”, zegt Nick Tijssen. En ten slotte opnieuw een grote groep. Het heeft alles bij elkaar een paar minuten geduurd. De vrouwelijke leden van de familie Repkes kijken op hun telefoon naar wie even later de etappe zal winnen. Geen Nederlander. „Maar het was toch een leuk dagje”, zegt iemand.