Brieven

Je reinste politisering dit

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil de accreditatie van de Islamitische Universiteit van Rotterdam intrekken, vanwege politiek niet acceptabele uitspraken van haar rector prof. Akgündüz. Maar dit is een principieel foute ingreep, omdat politieke correctheid van de rector geen criterium is voor het toekennen van accreditatie. Een accreditatie wordt toegekend op grond van de wetenschappelijke kwaliteit van een opleiding. Deze willen intrekken, omdat de rector politiek niet correcte uitspraken doet, is je reinste politisering van het onderwijs, die zelf bedreigend is voor de kwaliteit en voor de vrijheid van onderwijs. Het oordeel van VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg is een puur politiek oordeel, dat er vanuit gaat dat wanneer de politieke opvattingen van de rector en het college van bestuur onacceptabel zijn, het onderwijs van hun universiteit dat ook wel zal zijn. De toekenning van de accreditatie indertijd getuigt echter van precies het tegendeel. De Kamer lijkt welhaast op Erdogan, omdat hij politiek hem onwelgevallige bedrijven gewoon de belastingdienst op hun dak stuurt. Daarbij komt nog dat de uitspraken van de heer Akgündüz grotendeels het buitenland, namelijk de politiek van Turkije betreffen en vervolgens de houding van de Turken daartegenover. Vervolgens hoort geruzie over de juistheid van iemands geloof, met alle akelige persoonlijke oordelen, bij alle religies van alle tijden. Dat kan voor zo’n maatregel de doorslag niet geven. Natuurlijk zijn de uitspraken van de heer Akgündüz volledig onacceptabel. Vanzelfsprekend kunnen zijn uitspraken over Turkije ook repercussies hebben op de Turkse Nederlanders in onze samenleving en daarmee op de kwaliteit van onze omgang met elkaar. Daarom moet nog eens heel stevig met het college van bestuur van de Islamitische Universiteit in Rotterdam gesproken worden. Maar het intrekken van de accreditatie gaat veel te ver, omdat ze in principe de vrijheid van onderwijs in alle universiteiten bedreigt.

Oud-docent godsdienst- en cultuurfilosofie van de Radboud Universiteit

Hans Wiegel

Staat aanklagen mag niet?

De heer Wiegel beweert dat wijlen professor Böttger het enige Nederlandse lid van de club van Rome is. Dit klopt niet, want Wouter van Dieren is ook lid van deze club. Verder vindt Wiegel dat het aanklagen van de staat door een organisatie de trias politica aantast. Omdat er geen verdere argumenten worden genoemd waarom dat juist in deze zaak het geval is, komt het betoog van de heer Wiegel er feitelijk op neer dat niemand dus ooit de staat aan zou mogen klagen. Getuige de recente uitspraak lijkt ook dit een onjuiste redenering.

Arie Duindam

Veroordeling zakenmannen

Sprake van klassenjustitie

Opmerkelijk lage straffen legt het Haagse gerechtshof op aan de heren Scholten en Van Nieuwenhuyzen. Verlies van status van de heren wordt als argument gebruikt om een lage straf te rechtvaardigen. Een argument dat in de Nederlandse rechtspraak vaak wordt gehanteerd om witteboordencriminelen met een minimale straf de dans te laten ontspringen. Er valt wat tegen de redenering in te brengen: voor statusverlies moet je eerst status hebben. Van Nieuwenhuyzen heeft voor mij altijd de status van louche oplichter gehad. Een mooi pak veranderde dat niet, integendeel. Had hij wel status gehad, dan kan dat evengoed voor strafverzwaring pleiten. Iemand met status heeft een voorbeeldfunctie. Tenslotte, ik heb het verlies van status nog nooit meegewogen zien worden bij de strafmaatbepaling van een veroordeelde bijstandsfraudeur of motorbendelid. Terwijl verlies van status binnen hun peergroup voor hen even pijnlijk is als voor een witteboordencrimineel. Blijkbaar geldt dat privilege alleen voor de ‘hogere’ klassen. Misschien omdat de rechter ook een witte boord draagt?

Schandelijke klassenjustitie dus, en niet voor het eerst in Nederland.

Hans Koch