Alles wat hij zegt moet twee keer vertaald worden

In hockeyland India bondscoach zijn is niet eenvoudig. Paul van Ass ging door een porseleinkast om een hechte ploeg te creëren. Een cultuuromslag was nodig, hij spaarde zijn spelers niet.

Voor Paul van Ass (midden) is het als coach van India soms lastig communiceren door de diversiteit aan talen die zijn spelers spreken. Foto KOEN SUYK/ANP

Thuis, in India, kijken miljoenen fans over zijn schouder mee. Zestig miljoen bondscoaches. Paul van Ass (54) – de enige officiële bondscoach – glundert als hij erbij stilstaat. „Dat is toch het mooiste wat er is? Die positieve spanning voel je overal in India. Ze willen zó graag.”

Eigenlijk was hij „klaar” met tophockey, toen hij vorig jaar na het WK in Den Haag afscheid moest nemen van de Nederlands mannenploeg. Totdat hockeynatie India – achtvoudig olympisch kampioen – hem begin dit jaar benaderde voor die ene baan die hem terug kon sleuren op het hockeyveld. „India was als winnaar van de Asian Games al geplaatst voor de Olympische Spelen in Rio”, zegt Van Ass langs de lijn bij de Hockey World League in Brasschaat. „Ik dacht altijd: als ik het nog een keer doe, dan is het India. Hoeveel mensen krijgen zo’n kans? Dit is een verlenging van mijn carrière, en van mijn hobby.”

Geld is geen probleem

Maar simpel is het niet, zo bleek vorig weekeinde, toen de nummer negen van de wereld tegen Australië alle hoeken van het veld te zien kreeg (6-2). Niet leuk, maar ook niet onverwacht: de wereldkampioen is voor elk land een paar maten te groot. India plaatste zich overigens keurig voor de halve finales van het toernooi.

Van Ass wist van tevoren één ding over zijn nieuwe baan: het duurt zolang het duurt. „Je weet het nooit in een land als India. Er kan een keer een kink in de kabel komen. Dan kunnen ze je er zo uitgooien. Maar het geldt van twee kanten: als ik mijn programma niet kan uitvoeren stop ik zelf. Ik ga mijn naam niet verbinden aan een kansloze missie.”

Geld is het probleem niet: „We hebben twee miljoen euro tot aan de Spelen, dat komt van de overheid.” Maar hij krijgt geen vinger achter de manier waarop de hockeybond beslissingen neemt. „Om snel ervaring op te doen wil ik heel veel interlands spelen. Dan verschuilt de bond zich ineens achter de kosten. Maar als je je half voorbereidt op de Spelen ben je kansloos.”

Toch is het Indiase niveau al hoger dan vorig jaar, toen Van Ass met Nederland de eerste editie van de World League won. Hij wist dat een cultuuromslag nodig was, wil India zich met de top kunnen meten. En Van Ass spaarde zijn spelers niet. „Ze zijn in India niet gewend te zeggen wat ze écht denken. Ik ben door een porseleinkast gegaan, en dat had helemaal verkeerd kunnen aflopen.”

Hij begon het proces met zijn aanvoerder Sardar Singh. „Hij heeft twee jaar slecht gespeeld. Een enorme ster in India, verdient veel geld, maar het kwam er niet uit, dat voelde iedereen. Hijzelf ook. Toch was hij onbetwist. Dat heb ik dus aangekaart.”

Van Ass vroeg de spelers of zij daadwerkelijk geloofden in hun aanvoerder en in de andere leiders in de selectie. „Ik heb ze de Roos van Leary uitgelegd, een methodiek van de Amerikaanse psycholoog. Iemand kan wel de leider zijn volgens de krant, maar is hij het ook voor de spelers? Dan komen die spelers in een zone waarin ze liever niet zitten. Dat zie je veel in India: ze blijven liever aardig. Ze zeggen ‘yes’, maar denken ‘no’.”

Na veel sessies slaagde Van Ass erin een hiërarchie te creëren, met echte leiders en spelers die volgen. „Dat is best een heftig proces in India, maar wel het meest interessante. Er zat één speler bij die zich een leider voelde, terwijl twaalf spelers dat niet zo zagen. Die moet dus niet te veel roepen in het veld.” Ook Sardar pakte het goed op. „Hij is helemaal terug.”

Communicatie is nu beter

De communicatie verloopt beter volgens Van Ass, maar hij worstelt in de kleedkamer nog wel eens met de Indiase diversiteit aan talen. Zijn keeper uit Kerala verstaat Hindi noch Punjabi, de taal van de meeste Sikhs. Van Ass: „De cameraman die alle wedstrijden filmt is mijn tolk en vertaalt wat ik zeg in het Hindi en het Punjabi.”

Tot nu toe geniet Van Ass volop van zijn nieuwe baan. Maar hij waarschuwt voor te hoge verwachtingen van zijn ploeg. Hij ziet in India niet meer de balvirtuozen die ze in de tijd voor het kunstgras waren. „Ik vind ze minder handig dan je zou denken. Vroeger, op gras, stonden ze boven de stof. Een aantal Nederlandse spelers is technisch stukken beter. Maar het grootste probleem is dat ze wedstrijden minder goed kunnen ‘lezen’. Dat is een kwestie van interlands spelen.”

De kans dat India voor het eerst sinds 1980 olympisch goud behaalt, acht hij niet groot. Maar hij zal er voor strijden. „Je moet een beetje mazzel hebben met je poule, en dan in de flow komen. Op een goeie dag kunnen we winnen van de beste landen.”