Waarde Grieken, wij zijn allen Europeanen

We benijden jullie niet, maar zouden best mee willen stemmen, schrijft René Moerland in een open brief aan de Grieken. Europa is: beheerst ruzie maken. De vraag is: hoe beheerst willen jullie ruzie maken?

Waarde Grieken, waar herken je Europeanen aan? Volgens sommigen aan het kapsel: wie Hollands-strenge krullen à la Jeroen Dijsselbloem heeft, is een Europeaan. We hebben ze wel gezien hoor, jullie gefotoshopte Varoufakis met Dijsselbloemhaar die ronddanste over sociale media – en we hebben erom gelachen. In Nederland is Dijsselbloem ook een speciaal geval, met zijn onderkoelde, strenge optreden. En een rebel met sterallure zoals Tspiras hebben we al helemaal niet, en ook geen, zeg, Jean-Claude Juncker, bij wie de zwaarte van dertig jaar Europa in elke zin doorklinkt.

Als de geschiedenis wordt geschreven, stelen de hoofdrolspelers de show. Of ze breken al vechtend met elkaar de boel af, met hun humeuren en passies, en met hun retorische trucs.

Maar dat is nu precies wat ons bindt, Grieken, Nederlanders, Spanjaarden, Ieren en die 24 andere divisies van het continent. Europeanen herken je aan hoe ze politiek bedrijven: altijd ruzie maken. Of, in de omgekeerde Merkelliaanse oplostaal: Europa is compromissen sluiten, altijd compromissen. De langjarige Frans-Duitse as bestaat ook bij gratie van het besef dat ze elkaar nu eenmaal niet kunnen verslaan. Eenheid is in Europa zo vaak niet meer dan beheerste ruzie. Daar gaat het nu eigenlijk om: hoe beheerst willen jullie ruzie blijven maken, waarde Grieken?

Al onze verschillen hebben ook voordelen. Geen enkel land kan in Europa ongestraft de sterkste blijven. Omgekeerd is het ook ondenkbaar dat één land eindeloos in de hoek zal staan. Elke Europeaan herkent instinctief de claim op nationale eigenheid. De romantiek van het anders zijn – dat is Europees dna.

Alleen al daarom is ook de Europese Unie geen rijk, al wordt dat soms wel beweerd. Het is geen imperium met een eigen geest dat zijn wil aan de lidstaten kan opleggen. Soms voelt het wel zo – als een macht van buiten, en onze politici bevorderen dat beeld graag. Het moet van Brussel! Maar laten we niet vergeten dat Europa uiteindelijk nog altijd zoiets vaags is als een ‘project’, een experiment van 28 landen dat altijd mis kan lopen.

Je kunt ook zeggen: de EU is de voorzetting van ons eeuwenlange geruzie met andere middelen. In onze manieren zit vooruitgang, maar ook een zekere stagnatie. Zet twee Europeanen bij elkaar, en ze gaan vergaderen. Aan de tekentafel ontwikkelen ze grote plannen (unie, eenwording!), en botsen daar dan zo hard over dat chaos en verdeeldheid het gevolg zijn. De peetvaders van de euro wilden de munt graag zien als een breekijzer om meer eenheid in Europa af te dwingen, maar alleen het loswrikken is gelukt: de economische verschillen zijn vergroot. Jullie betalen daarvoor nu de prijs – en iedereen heeft wel wat fout gedaan.

Maar als iets bewijst dat Griekenland niet aan de rand, maar in het hart van Europa ligt, dan is het wel dit. Nu het erom spant in Griekenland, zindert het in heel Europa. De Griekse crisis ís ook onze crisis – de crisis van het project Europa. De Griekse frustratie over het ‘een met hen worden’, zoals jullie premier Alexis Tsipras het deze week noemde, komt kiezers overal in Europa bekend voor – al zijn de omstandigheden, toegegeven, nergens zo dramatisch.

We zijn allemaal gevormd door nationale trauma’s – en de Europese eenwording dwingt ons steeds om over eigenaardigheden heen te springen. In Nederland zie je bijvoorbeeld nu al jarenlang een worsteling met ons oude zelfbeeld van voortreffelijkheid: een moreel ‘gidsland’ dat groot kon zijn door goede bedoelingen (ja, zo werd hier over nationale eigenheid gedacht). Die luxe is weg: Nederlandse leiders weten heel goed dat ze een relatief kleine geopolitieke speler vertegenwoordigen die moet knokken voor zijn belangen, en vaak niets anders te kiezen heeft dan meegaan. De worsteling hiermee levert diepe binnenlandse verdeeldheid op, en stimuleert bij sommigen de wens tot een nieuw isolement.

Duitsland lijkt zich de afgelopen jaren juist te hebben verzoend met een nieuwe Europese leidersrol, voorbij het historische schuldgevoel. Frankrijk moet dealen met afnemende macht – en de vraag is of dat goed afloopt. Spanje worstelt met zijn eenheid… zo kunnen we wel doorgaan, het rijtje is bekend.

Wij wachten met spanning af hoe jullie dit weekend zullen antwoorden op de vraag naar de Griekse lotsbestemming: mee in de Europese convergerende krachten, ook als dat betekent dat je politieke nederlagen en een langjarig financieel korset moet verdragen? Of anders zijn – desnoods in chaos en armoede. Beide opties vragen moed, veel moed. En alleen jullie kunnen antwoorden.

We zouden het wel willen hoor, meestemmen in jullie referendum. Als je de betrokkenheid in de debatten in bijvoorbeeld Nederland ziet, moet de uitkomst haast wel zijn: ja, Griekenland hoort er bij. Like it or not. Europa is onze gezamenlijke worsteling.

Natuurlijk. Dat Griekenland nodig moet moderniseren, blijft in de meeste verhalen overeind. En er zijn ook mensen die Griekenland liever uit de eurozone zien vertrekken. Die stem is niet verwaarloosbaar klein. „Geen cent meer naar de Grieken” was drie jaar geleden de verkiezingsbelofte waarmee de centrum-rechtse premier Mark Rutte zijn electorale concurrenten op rechts met succes van zich afhield. Wel regeert Rutte sindsdien samen met de centrum-linkse partij die zich in die verkiezingscampagne juist beriep op ‘het eerlijke verhaal’: Griekenland zou hoe dan ook meer steun nodig hebben en Europa zou de Grieken nu eenmaal niet laten vallen. Dat was de partij van Dijsselbloem.

Oja, er is trouwens nog iets waar je Europeanen aan herkent: dat ze op beslissende momenten een uitweg zoeken in grote woorden. Democratie, verraad, Plato die in de tweede divisie moet gaan spelen. Jaja. Tsipras en Varoufakis zijn incompetente amateurs voor de een, helden voor de ander. Ook dit is niet exclusief Grieks: overal in Europa zijn er mensen die er zo over denken. Het is niet Griekenland tegen de rest: het is ons tegen ons.

We benijden jullie niet, waarde Griekse kiezer. Wat een onmogelijke uitspraak wordt van jullie gevraagd dit weekend. Ja of nee zeggen tegen een ingewikkeld plan waarvan de botsende onderhandelaars in Brussel zelf niet eens een eensluidende samenvatting kunnen geven. Je mag denken wat je wil van de competentie van die onderhandelaars: wij gewone kiezers zijn in elk geval in grote meerderheid niet de experts die de gevolgen van een ja of nee helder kunnen overzien. Maar onze stem telt altijd, dat is democratie in Europa. Hoe het Griekenland na dit weekend ook vergaat, jullie zullen er zelf voor hebben getekend. Sterkte.