Neef-nichthuwelijk geeft iets dommere kinderen

Als neef en nicht kinderen krijgen, zijn die gemiddeld iets kleiner en ook iets dommer dan kinderen van ouders die minder nauw verwant zijn. Ook de longfunctie van die kinderen is niet zo goed. Maar hun kans op hartziekten, diabetes of zwaarlijvigheid is gelijk.

Dat blijkt uit een grote genetische analyse van ruim 350.000 mensen. Het is het tot nu toe grootste onderzoek dat op een nieuwe manier naar ‘inteelt’ bij mensen kijkt. De publicatie erover verscheen afgelopen donderdag in Nature.

Tot het begin van het DNA-analysetijdperk (rond de eeuwwisseling) werd de ‘inteelt’ bij mensen vastgesteld met stamboomonderzoek. Genanalyse biedt de mogelijkheid om bij een individu vast te stellen welke stukken DNA homozygoot zijn (op beide van het chromosomenpaar ligt een vrijwel identiek stuk DNA) of heterozygoot (op beide chromosomen verschilt het DNA duidelijk).

Homozygositeit is een maat voor inteelt. Om homo- en heterozygositeit vast te stellen hoeft niet het hele genoom te worden gesequenced. Het zijn namelijk langere stukken DNA die overerven. Met analyse van éénletterveranderingen (SNP’s) zijn die brokken te determineren. Dan is van iedereen vast te stellen hoe homozygoot hun genoom is.

Neef-nichthuwelijken zijn in veel landen nog gewoon en huwelijken tussen minder verwant familieleden kwamen vroeger veel voor in geïsoleerde gebieden, zoals vissersdorpen langs de Nederlandse kust. De oorspronkelijke Afrikaanse bevolking heeft juist een lage homozygositeit.

Het stamboomonderzoek zegt niet alles over genetische verwantschap, aangezien de genen van vader en moeder op steeds andere manier over hun zaad- en eicellen zijn verdeeld. Bij kinderen uit een neef-nichthuwelijk kan de homozygositeit flink variëren. Dat is een kanskwestie. Ook is het moeilijk rekening te houden met hele verre verwantschappen tussen partners, die bij toeval toch weer een flinke homozygositeit kunnen opleveren.

De ernstige, zeldzame recessief overervende ziekten zijn berucht voor kinderen met hoge homozygositeit, zoals bij kinderen uit neef-nichthuwelijken. In dit onderzoek is juist gekeken naar kenmerken en ziekten die worden bepaald door veel genen. Als enkele daarvan homozygoot zijn kan dat invloed hebben. Die invloed op kenmerken waar mensen bij partnerkeuze op letten kan misschien verklaren waarom huwelijken tussen nauwverwante partners cultureel ongewenst werden. Dat kan komen, schrijven de onderzoekers, doordat er bij partnerkeuze wel werd gelet op lengte, slimheid en wellicht uithoudingsvermogen (longfunctie), maar niet op ziekten die later in het leven ontstonden.