Mannen van het Metal-Oosten

In Irak was heavy metal maken lange tijd verboden, en vooral: levensgevaarlijk. Toch richtte een stel vrienden in het geheim Acrassicauda op. Nu is er een album. Het verhaal van de eerste metalband van Irak.

Acrassicauda: zanger Faisal Talal, drummer Marwan M. Hussein  en gitarist (vanaf 2011) Moe Al Hammawandi op het dak van opnamestudio Spin in New York, april2015. Foto Don Emmert / AFP

1.

The war is not over, the worst is yet to come

What have we become

How will it be the end, my friend

This pain, this shame

All this blood we shed

We kill, destroy

Allowing ourselves to enjoy others pain

Will we be saved or is it too late?

(Rebirth)

Bij heavy metal horen stoere teksten. Flink boos, liefst over leven en dood, en lekker dramatisch. Denk er razendsnelle gitaarriffs bij, knalharde drums en dreunende bastonen, en schreeuw zo’n tekst eroverheen. Zo zijn er honderden bands, duizenden. Maar menen die ook wat ze zingen? Acrassicauda wel, een metalband uit een land waar heavy metal maken verboden en levensgevaarlijk is: Irak.

Onlangs brachten ze in ballingschap in de Verenigde Staten hun eerste album uit, terwijl ze al zestien jaar bestaan. Ze weten precies wat het verschil is tussen leven en zinloos sterven. Pijn, schaamte, bloedvergieten en de angst dat het ergste nog moet komen.

Als heavy metal in Irak zo gevaarlijk is, hoe zijn ze dan überhaupt metalheads geworden? „In de jaren zeventig was het een moderner land, moet je weten”, vertelt Marwan M. Hussein (30) via Skype vanuit zijn appartement in Brooklyn. „Mijn vader luisterde wat hij maar wilde. Hij hield van Frank Sinatra, en liet me toen ik jong was eens een film zien over Buddy Rich, de drummer van Sinatra. Toen ik dat zag, wilde ik ook drummer worden.”

Marwan en zijn bandmaten wonen sinds 2009 in de Verenigde Staten, waar ze hun liefde voor harde muziek eindelijk in vrijheid kunnen botvieren. Dat kon niet in het Irak van hun puberteit.

Zanger Faisal Talal, bassist Firas Al Taleef, gitarist Tony Aziz Yaqoo en Marwan, allemaal een jaar of 15, groeien in Bagdad op als monniken zonder klooster. Er is geen drank, er zijn nauwelijks drugs voorhanden, de meisjes zijn onbereikbaar want ze leven strikt gescheiden, en er bestaan al helemaal geen platenzaken waar je even de nieuwe van Slayer kunt aanschaffen. Al was het maar vanwege de sancties die de Verenigde Naties sinds 1990 tegen het land heeft ingesteld na de invasie van Koeweit. Medicijnen en eten mogen worden geïmporteerd, de rest niet.

Metal is bovendien verboden tijdens de dictatuur van Saddam Hussein. Het is westers, satanisch dus. De risico’s zijn serieus: overtreders van de strenge wetten kunnen worden opgepakt door de geheime politie. Mensen worden gemarteld, verkracht, gedeporteerd, vermoord of verdwijnen gewoon.

Het lukt de jongens toch om af en toe wat bootlegtapes met westerse metal te bemachtigen. Metallica, Black Sabbath, Sepultura, Megadeth, dat werk. Zonder logo’s of hoesje, de nummers schrijven ze over op een briefje. Soms hebben reizigers bandjes bij zich, die ze mogen kopiëren. En er zijn weleens vrienden die muziek meesmokkelen uit Jordanië of Turkije. Die bandjes verspreiden zich in rap tempo onder hun vrienden. Iedereen kopieert ze en de laatste die zo’n bandje krijgt, moet het doen met waardeloze kwaliteit en fouten in de namen – maar ze zijn goed genoeg om op te kunnen headbangen. Ze luisteren tot ze verslaafd zijn. Tot ze de neiging om zelf metal te gaan maken niet meer kunnen onderdrukken.

Dat is niet de bedoeling. De druk vanuit hun omgeving, familie, school en vooral de autoriteiten ontmoedigen het. „Iedereen zei alleen maar: doe dit, doe dat. Alleen een gitaar of drumstokjes vasthouden werd al niet getolereerd. Maar we waren jong, we wilden doen wat we zelf wilden. En eigenlijk was het gewoon een manier voor ons om een beetje te hangen, als vrienden. Als sociale activiteit. Zoals jongeren aan de andere kant van de wereld ook doen.”

Als plek om te hangen huren ze in 2000 een kleine oefenruimte, onder in een winkelcomplex. Voor elke repetitie nemen ze een jerrycan benzine mee, om de generatoren te laten draaien waar hun instrumenten van afhankelijk zijn. Ze kalken logo’s van hun favoriete bands op de muur en ze dempen met oude dekens hun instrumenten om gedoe met de buren te voorkomen. Met de gesmokkelde tapes oefenen ze hun Engels, tegelijk met hun riffs.

Daar hoort een lekker brute naam bij: A. Crassicauda, voor Androctonus crassicauda. Dat is een gevaarlijke, zwarte schorpioen die in de woestijn rond Bagdad voorkomt – later berucht onder zowel rebellen als coalitiesoldaten in Irak. Het beest is dodelijk en bestand tegen de meest extreme omstandigheden.

Een passende naam voor de eerste metalband van Irak.

En zo worden ze metalheads. Maar wel metalheads zonder op te vallen. Lang haar mag niet tijdens de dictatuur van Saddam. Een sik ook niet. Dat lijkt allemaal te veel op satanisme. Draag liever een brave, islamitische baard. Headbangen, dat mag ook niet. Dat lijkt weer te veel op wat orthodoxe joden doen bij hun gebed. Een rock-concert kan in die tijd soms nog wel, mits er minstens één liedje aan Saddam wordt opgedragen, met een passende tekst voor de grote leider.

Acrassicauda wil graag optreden, en dus moeten ze pleasen. Ze schrijven ‘The Youth of Iraq’. ‘Following our leader Saddam Hussein, we’ll make them fall, we’ll drive them insane!’ Muzikaal niet eens echt slecht, vinden ze later.

2.

As I take my first steps

in your house of dust

I should have known from the start

Where will it end?

Right here, right now

(House of Dust)

Drie jaar later. Op 20 maart 2003, vroeg in de ochtend, vallen de eerste Amerikaanse bommen op Bagdad. George W. Bush kondigt aan dat hij de aanval op Irak heeft ingezet, samen met een ‘coalition of the willing’, een groep landen die, zo blijkt later, de valse argumenten om het land binnen te vallen dan nog steunen. De troepen die klaarstaan op de grens met Koeweit trekken die dag het land in: 148.000 militairen uit Amerika, 45.000 Britse militairen, 2.000 Australiërs en 194 uit Polen. Steun is er bovendien van een Koerdische strijdmacht, die zo’n 70.000 man telt.

Die invasiemacht neemt snel het hele land in. Binnen een paar weken stort de Iraakse regering en het leger ineen. Een voor een vallen de steden in handen van de westerse coalitie. Nasiriyah, Najaf, Basra, Karbala. Na drie weken valt ook Bagdad, op 9 april. Meteen die dag wordt het twaalf meter hoge standbeeld van Saddam Hussein omvergehaald door Amerikaanse troepen. Het stond er precies een jaar.

Saddam zelf vlucht en duikt onder. Hij probeert te doen wat hij zijn volk ruim twintig jaar liet doen: niet opvallen. Hij laat een lange, grijze baard staan en laat zelfs zijn haar wat groeien. Op 13 december 2003 wordt hij door Koerdische en Amerikaanse troepen uit een primitieve ondergrondse ruimte getrokken, iets ten zuiden van Tikrit. Drie jaar later wordt hij opgehangen.

Acrassicauda hoeft ‘The Youth of Iraq’ nooit meer te spelen. Ze hopen zelfs dat er meer vrijheid voor ze in zit, dat is hun immers beloofd: de invasie heette Operation Iraqi Freedom. Het is kortstondig rustig, maar in het machtsvacuüm – mede gecreëerd door het desastreuze beleid van de Amerikanen, breekt sektarisch geweld uit in het hele land. Stammen vechten om de macht. Eerst sunnieten onderling, daarna komen de shi’ieten van Muqtada al-Sadr daar nog bij. De westerse coalitie zit met uitbrekende burgeroorlog die steeds gewelddadiger wordt, met scherpschutters, bomaanslagen en massamoorden.

De schattingen over het aantal burgerdoden in die eerste jaren van deze oorlog lopen op van 150.000 tot meer dan een miljoen. Iedereen let op iedereen. De straat opgaan is gevaarlijk. Met een shirt van Metallica aan is dat praktisch zelfmoord. Religieuze fundamentalisten zien het als duivelsverering en scherpschutters schieten op alles wat ze niet bevalt.

De jonge metalheads wilden onder Saddam Hussein al niet te veel opvallen, nu al helemáál niet meer. Toch blijven ze headbangen, in hun oefenruimte in een onopvallend pand. Hun muziek wordt gevuld met meer woede, haat en agressie, maar blijft apolitiek, want politiek maakt al genoeg kapot.

3.

Consumed by this darkness

I strive for the light

And the hope that they shattered

now buried inside

The anger I nurtured is nestled deep

It tears its way out,

wakes up from your sleep

(Rise)

Rond 2005 vallen er honderd burgerdoden per dag. Het is een kwestie van overleven in het Irak na Saddam. De bandleden blijven zoveel mogelijk binnen. Twee jaar lang zien ze elkaar weinig. Het Amerikaanse tijdschrift Vice volgt de band en helpt ze met het organiseren van een concert.

De veiligheidsmaatregelen rond die show zijn extreem. Voor de deur van het Al-Fanar hotel, tegenover het voormalige paleis van Saddam Hussein, zijn dikke, mobiele wanden neergezet die moeten beschermen tegen zwaar geschut. De straat staat vol betonnen afzettingen, zodat niemand er met een wagen vol explosieven op in kan rijden. De doodsbedreigingen die de band krijgt zijn serieus. Fundamentalisten denken dat ze de duivel vereren, al helemaal na die publicatie in Amerika. Voor de deur van het hotel staat een tank.

Maar binnen heerst vrijheid. Want er duikt publiek op, vrienden die net zoveel van metal zijn gaan houden als de bandleden. Ze zijn er met gevaar voor eigen leven, dolgelukkig dat ze bij een echte metalshow staan. De fans headbangen voorzichtig, sommigen zittend op hun knieën. Dat af en toe de stroom uitvalt deert niemand. Handen met uitgestrekte pink en wijsvinger gaan omhoog – het internationale signaal van heavy metal. Het is het laatste concert in Bagdad van Acrassicauda.

Niet veel later slaat een raket in op hun oefenruimte. Geen idee waarom of door wie. De leden van Acrassicauda zijn niet aanwezig, maar de oefenruimte is verwoest. Bassist Firas vindt na een dag graven hun instrumenten in stukken terug.

Het is het begin van diepe uitzichtloosheid. Hun muzikale ambities liggen in puin, en de onderdrukking wordt erger. Bovendien wordt de stad geteisterd door autobommen, bombardementen, mortierinslagen en scherpschutters. De doodsbedreigingen blijven komen, iedereen die er afwijkend uitziet, wordt in die tijd gruwelijk afgeslacht. De bandleden vluchten.

Ze bereiken met z’n allen het dan nog stabiele Syrië. Firas neemt z’n vrouw en baby mee. De bandleden worden belazerd en beroofd tijdens een levensgevaarlijke busrit door de woestijn. Zestien uur lang zitten ze in doodsangst, maar ze komen aan – dat kan niet iedereen zeggen. Onderweg zien ze drie totaal leeggeroofde bussen in de woestijn. Verlaten.

In die periode komen er drieduizend Irakezen per dag Syrië binnen. Ze zijn er „minder dan nul”. De Syriërs moeten hen niet, het werk dat ze er kunnen krijgen – illegaal – betaalt nauwelijks. Reizen mag niet. Ze wonen in Damascus in een aftands gebouw ver van het centrum, in appartementjes zonder ramen. Boven hen wonen Somaliërs, die naar hun gevoel een hogere status genieten. Iedereen geniet een hogere status, lijkt het.

Ze zijn er wel veiliger. Ze kunnen er zelfs een rockshow geven met wat covers van Guns N’ Roses – géén heavy metal, dat is ook in Syrië verboden. De toeschouwers zijn door het dolle. Ook zij zien nooit een rockband live. De Irakezen kunnen in Damascus bovendien een paar nummers voor een demo opnemen met van een Turkse band geleende spullen.

Maar dan verandert plots het beleid. Syrië bepaalt dat de bandleden in Bagdad opnieuw een visum moeten aanvragen. Dat zit er niet in: de fundamentalisten wachten de jongens op.

Ze komen in Turkije terecht, waar ze zich anderhalf jaar redden tot Vice in 2007 hun documentaire over de band uitbrengt: Heavy Metal in Baghdad. Acrassicauda is in één klap beroemd. Dat maakt het nog moeilijker om terug te keren. Maar tegelijkertijd wordt het makkelijker een grote stap te maken: ze vragen asiel aan in de Verenigde Staten. Met succes. 

Vice-documentaire Heavy Metal in Baghdad:

4.

So you held close to a memory

Far from the void of reality

Sequence of raptures

Where you are a hero not a martyr

(Requiem for reverie)

In januari 2009 komt Marwan als laatste aan in de VS. Daar lopen de bandleden van Acrassicauda in het zwart. Zwarte broeken, zwarte metalshirts met stoere logo’s, en natuurlijk komt hun haar nu voorbij de schouders. Faisal heeft een lange sik laten staan.

Ze maken de EP Only the Dead See the End of the War, waarmee ze door de hele VS rondtoeren. De legendarische metalband Ministry laat ze in hun voorprogramma spelen in New York, waar de zanger voor duizenden fans roept dat Acrassicauda zijn favoriete band is. Ze ontmoeten bands die ze eerst alleen van hun slecht overgetapete bandjes kenden: Testament, Slayer, en ze zijn de speciale gasten bij een concert van Metallica. Van zanger James Hetfield krijgen ze een gitaar. Gitarist Tony Aziz neemt die in ontvangst, maar weet niks uit te brengen. Hetfield lacht, slaat hem op z’n schouder en schrijft op de gitaar ‘Welcome to America’.

En Amerika verwelkomt ze. Eerst als vluchtelingen, daarna met een green card en later met citizenship. Ze zijn nu Amerikanen. Marwan heeft een appartementje in Brooklyn. Zodra hij aan de Nederlandse kant van de Skype-verbinding een T-shirt van de Zweedse metalband Opeth ziet, maakt hij een stopgebaar met zijn hand en loopt hij weg. „Wacht, wacht.” Even later komt hij terug. Hij heeft ook een Opeth-shirt aangetrokken. Met brede lach: „Ik heb ze hier in Amerika al twee keer gezien. Ik had nooit gedacht dat dat zou gebeuren.”

En wie had gedacht dat zijn grootste wens in vervulling zou gaan, een professioneel opgenomen, eigen album. Acrassicauda heeft het onlangs uitgebracht, Gilgamesh, na een intensieve Kickstartercampagne waarbij fans werd gevraagd geld te steken in het album in ruil voor een tegenprestatie, afhankelijk van de donatie.

Marwan regelde het allemaal zelf. Het uitbrengen van Gilgamesh, de website, interviews, hun Facebook-pagina en de release en distributie van het album neemt hij voor zijn rekening. Hij verkoopt het album via de ‘Acrassicauda Official Merch Store’. Daar kun je ook shirts kopen met hun logo, en teksten als ‘We’re not gonna stop’, of ‘Onwetendheid is een misdaad’ – in het Arabisch.

5.

Shout out loud

We are the elements

No matter what they say

Choices are infinite

(Elements)

Ook in het Midden-Oosten, in Irak, valt Acrassicauda weer op. Omdat het voor fans daar nog altijd moeilijk is om aan hun muziek te komen, zeker als diensten als Paypal niet of nauwelijks voorhanden zijn, krijgen ze een link om het album gratis te downloaden. „We zijn er nog niet natuurlijk. We willen nog een veel groter publiek en onze verhalen aan meer mensen vertellen. Het gaat ‘so far so good’ met de plaat. Wat vind jij van het album? Do you like it?” vraagt hij.

Er blijft één droom over voor de mannen van Acrassicauda: optreden in Irak. Maar Marwan denkt niet dat dat er binnenkort in zit. Hij heeft weinig hoop voor Irak.

Gilgamesh is opgedragen aan Bagdad. Op de achterkant van de cd staat: ‘May peace find it’s path back to you.’ „Nu het album er is kunnen mensen ons nog steeds zien als vluchtelingen, maar wel als vluchtelingen die hun rug recht hebben gehouden. Die gingen voor wat ze belangrijk vonden.” <<