‘Ik voel me meer katalysator dan rolmodel’

Simone Brummelhuis

(49) was advocaat en medeoprichter van restaurantsite Iens. Nu steunt ze vrouwelijke ondernemers

foto maurice boyer

Overtuiging

„Ik ben heel dubbel opgevoed. Werelds en competitief, met een studie aan Columbia University waar alleen topprestaties telden. Op de Montessorischool had ik juist geleerd mijn eigen pad te kiezen en te excelleren als ik daar aan toe was. Zelf ben ik ook ambivalent van natuur. Secundair, maar ook heel direct. Creatief en intellectueel. Ik geloof sterk dat mensen zelf moeten bepalen of ze iets kunnen. In oktober is The Next Women Crowd Fund gestart. Inmiddels hebben veertig vrouwen geld ingelegd om gezamenlijk starters te financieren. Dan ga ik niet selecteren wie er mag instappen, dat regelt zich wel.”

Inzet

„Als ondernemer moet je zoveel meer hebben dan het beste product of de beste dienst. Goede contacten, toegang tot kapitaal en talent. Vrouwen kennen vooral vrouwen, terwijl 95 procent van de investeerders man is. Dat verkleint dus de kans op succes, dat moet veranderen. Met The Next Women, het ondernemersprogramma en het online tijdschrift, heb ik de kennis van vrouwen willen vergroten. TheNextWomen100 gaat verder, deze honderd vrouwen zijn bereid hun kennis en netwerk te delen om anderen te helpen, één op één. Je komt nu eenmaal beter binnen als iemand je introduceert en zo je geloofwaardigheid vergroot.”

Leerpunt

„Ik ga voor de inhoud, heb minder met vorm. Soms is dat wel nodig, omdat je daardoor de inhoud beter over het voetlicht krijgt. Bij IENS hadden we een periode drie logo’s, best verwarrend; het gaat toch om de restaurantreviews, dachten we. Timing is ook vorm. Als de timing niet klopt, ben je nergens. Negen jaar geleden kocht ik europeanmuseumguide.com. Een soort IENS met recensies van musea, ik zag het helemaal zitten. Maar dat was in de tijd dat iedereen veronderstelde dat musea alleen online zouden blijven bestaan. Moet je nu eens zien. Ik had het dus bij het rechte eind, alleen de timing schortte.”

Houvast

„Ik voel me meer een katalysator dan een rolmodel. Een rolmodel zie je op afstand iets doen en dan denk je: zo wil ik ook worden. Zelf heb ik altijd promotors gehad, mensen die mijn enthousiasme versterken en me steunen in wat ik wil. Een voorbeeld was een partner bij Loeff Claeys Verbeke, hij vroeg mij al als stagiair in een vergadering altijd wat ik vond. Ik durfde in Iens te stappen doordat een van de investeerders daar me het vertrouwen gaf: doen. Dat zijn doorslaggevende mensen. Ik vind het knap als mensen alles op eigen kracht doen, maar ik geloof in het scheppen van kansen, voor elkaar en voor mezelf.”

Wrijving

„Startende ondernemers vinden alles prachtig wat ik doe, ik ben immers hun springplank. De vrouwen van de NextWomen100 zijn pittiger, die zeggen: what’s in it for me? Wat zijn de doelstellingen, de prioriteiten? Voor mij is deze groeifase uitdagend. We moeten op zoek naar een duurzamer bedrijfsmodel. In mijn hoofd heb ik scherp waar ik heen wil, maar in het uitzetten van de route ben ik minder goed. Dat geeft wel onrust. Toch heb ik met IENS gezien hoe mooi het is te professionaliseren en iets te bouwen van waarde. Emotioneel, maar ook financieel. Want met dat geld kun je daarna weer wat anders doen.”

Samenhang

„In de tijd van Iens kwam ik een keer op televisie en stond er ‘terrassenexpert’ bij mijn naam, dat vond ik wel erg. Ik: gestudeerd, slim. Toch klopte het, ik wist er alles van, zoals ik nu alles van vrouwen, ondernemerschap en innovatie weet. Wie wie is, welke programma’s het beste zijn, wat de invloed van overheidsbeleid is. Ik weet het en ik vind dat ik er iets mee moet doen. Voor de economie en de diversiteit. Dus geef ik internationaal lezingen en zit ik in adviesraden. Mensen willen me graag in een hokje zetten, maar zo werkt dat niet bij mij. De rode draad is kennis en data. En een beetje haast.”

Bewustwording

Pick your battles, dat is mijn uitdaging als adviseur of commissaris. Als advocaat moet je van alles een punt maken en overal fel op zijn. Als ondernemer eigenlijk ook. Ik word gevraagd voor een raad van advies of raad van commissarissen om die dynamiek in te brengen, maar ik moet ook onderdeel worden van het team. Ik moet leiderschap tonen, soms volharden: het moet anders. Maar het hoeft niet per se zo te gaan zoals ik in mijn hoofd heb. Kritiek gedijt het beste in een omgeving van vertrouwen. Het is een valkuil dat ze gaan denken: heb je haar weer. Mijn rol vinden en ieders rol accepteren, daar komt het op neer.”