Hoogste tijd voor vernieuwing in het tennis

De Nederlandse Micky Lawler, baas van het vrouwentennis (WTA), wil dat de sport sneller wordt, relevanter.

De schaduw van de serverende Roemeense speelster Andreea Mitu, eerder in de week op Wimbledon. Foto AFP Foto Glyn Kirk / AFP

Donderdagavond, Marryat Road, Londen SW19, twee minuten lopen van Wimbledon. Een groot huis vol topspeelsters en decision makers uit het internationale vrouwentennis. De Servische Jelena Jankovic schept haar bord vol eten en de Zwitserse Martina Hingis ligt op de bank tennis te kijken – twee voormalige nummers één van de wereld. Een Chinese delegatie zit buiten te eten in de avondzon, als het nieuws doorsijpelt dat Rafael Nadal net is uitgeschakeld. „Really?”

Charmant middelpunt van het gezelschap is de lange, blonde Nederlandse Micky Lawler (54). Geboren in Eindhoven, opgegroeid in een Philips-gezin dat voor werk de wereld rondtrok, carrière gemaakt in Amerika bij sportmanagementbureau Octagon en sinds begin dit jaar president bij de vrouwentennisorganisatie WTA.

Lawler heeft het interview twee uur moeten uitstellen doordat er op het laatste moment een miljoenenonderhandeling met een mediapartner voor de Chinese tennismarkt tussendoor kwam. Maar nu heeft ze tijd. „Ga zitten, wil je wat eten? Rode wijn?”

Ze is drie weken in Londen voor Wimbledon, maar tijd om naar tennis te kijken heeft ze niet. Ze laat haar digitale agenda zien, die overloopt met besprekingen en vergaderingen. Ja voor één wedstrijd gaat ze goed zitten, de vrouwenfinale volgende week zaterdag. Dan mag ze voor het eerst in de Royal Box plaatsnemen, op het centrecourt. „Heel spannend”, zegt ze met Amerikaans accent – ze woont in Washington en spreekt enkel nog Nederlands met haar moeder.

Persvoorlichter

Door een personeelsadvertentie in de International Herald Tribune rolde Lawler op haar 25ste de tenniswereld binnen. Bij de voorloper van mannenorganisatie ATP zochten ze een persvoorlichter. Ze solliciteerde en mocht beginnen. Twee jaar lang reisde ze alle mannentoernooien af, als aanspreekpunt voor de media. „Een enorm goede leerschool.”

Er volgde snel een overstap naar een andere baan: in 1988 werd ze een van de eerste vrouwelijke tennisagents. Op haar tweede werkdag, tijdens Roland Garros, strikte ze al een tennisser: het Argentijnse talent Alberto Mancini. Hij was de eerste mannelijke speler met een vrouwelijke agent.

Hier in Londen beleefde ze haar hoogtepunt, in 1996, als manager van Wimbledon-winnaar Richard Krajicek. Vijf jaar eerder had ze hem vastgelegd, nadat ze concurrent IMG had afgetroefd. Ook was ze nauw betrokken bij het management van de Duitse Steffi Graf, de Russische Anna Kournikova en de Franse Amélie Mauresmo. „Een carrière als tennisser kan heel eenzaam zijn”, zegt ze. „Je hebt iemand nodig die je in je rug dekt.” Dat was haar job, 27 jaar lang. Het beschermende zit in haar, zegt ze. „Het is een soort moederinstinct.”

Vorig jaar kwam de aanbieding van de WTA. Ze hapte toe. Nu staat ze samen met de Canadese Stacey Allaster aan het hoofd van de Women’s Tennis Association, in 1973 opgericht door de Amerikaanse topspeelster Billie Jean King, jarenlang voorvechter van gelijk prijzengeld. Als overkoepelende organisatie waakt de WTA over het organiseren van toernooien en de begeleiding van profspeelsters.

Waar ze als manager bouwde aan het ‘merk’ van een speler, is ze in haar nieuwe baan verantwoordelijk voor de gehele sport. En op dat gebied staat veel te gebeuren, verwacht Lawler. Het ‘product’ tennis zal meer afgestemd gaan worden op de televisie- en internetkijkers. „Het moet korter, sneller, relevanter.”

Die discussie wordt momenteel volop gevoerd binnen de WTA. „Wie heeft er vandaag de dag nog drie uur de tijd om naar een tenniswedstrijd te gaan zitten kijken? Wel tijdens de grandslams, want die zijn speciaal. Maar bij de andere toernooien op de tour ligt dat anders.”

Hoe gaat dat er concreet uitzien in het van oudsher vrij traditionele tennis? Meest vooruitstrevende idee dat ze noemt is een tenniswedstrijd van één uur – degene die op het einde de meeste punten heeft, wint. „Dat zou ik spannend vinden.”

In dit ‘uurduel’ zou tennis tegemoet komen aan de vele onzekerheden in de dagplanning bij toernooien – nu is vooraf nooit bekend hoe lang een wedstrijd duurt. Lawler: „We zitten elke middag met een planning die bijna onmogelijk is. Het toernooi en de sponsors willen dit, speelsters dat, fans zo en de televisie wil het weer anders.”

Ze grijpt met haar handen in haar haar. „Oh mijn god, je haar gaat er rechtop van staan.”

Voor de televisieplanning is het een groot voordeel als een duel standaard één uur duurt. „Van één tot twee de eerste wedstrijd, daarna nog een en dan een pauze. Is dat tennis? Who knows. Maar we moeten niks van tafel vegen.”

De tennissport zit nog in een oriëntatiefase, hoe om te gaan met het tijdperk waarin geen geduld meer is voor urenlange wedstrijden. Andere ideeën om het spel sneller te maken, worden al regelmatig in het (mixed) dubbel gebruikt. Een beslissend punt op deuce spelen en een derde set die versneld wordt afgewerkt in een supertiebreak. Lawler acht de kans groot dat dit op termijn ook in het enkelspel wordt geïntroduceerd.

„Je moet de sport constant heruitvinden en nooit in slaap vallen”, zegt ze. Innoveren ligt haar, gezien haar uitverkiezing tot ‘Game Changer: Women in Sports Business’ door de Sports Business Journal in 2012. Ze ziet de ontwikkelingen in het tennis in een bredere trend, vergelijkbaar met de opkomst van het snellere, dynamischere Rugby Sevens. En ook het hockey innoveert erop los met diverse veranderingen – recent nog met de introductie van vier kwarten.

Supersterren

Met Serena Williams en Maria Sjarapova heeft het vrouwentennis twee supersterren. Maar daarachter? Vaak wordt verzucht dat diverse tennissters in de top – Oost-Europeanen en speelsters uit de Balkan – inwisselbaar zijn, vanwege het gebrek aan persoonlijkheid en uitstraling. Lawler: „Dat hoor ik al jarenlang. Maar die meisjes zijn zo goed, ze pushen het hele vrouwentennis naar boven. Misschien is het omdat ik ze ken, maar voor mij zijn het supersterren.”

Ook vindt ze de kritiek onterecht dat het niveauverschil tussen de top en modale speelsters groot is. Op Wimbledon werden deze week drie tennissters met 6-0 en 6-0 vermorzeld. En Kiki Bertens won één game tijdens haar helletocht van 35 minuten tegen de Tsjechische Petra Kvitová. Maakt Lawler zich zorgen over het klasseverschil? Resoluut: „Nee. Twintig jaar geleden was het verschil veel groter, top en subtop zijn naar elkaar toegegroeid.”

Prijzengeld

In de nasleep van de partij van Bertens werd een oude discussie over het gelijke prijzengeld opgerakeld. Is het eerlijk dat een speelster die in 35 minuten verliest, net zoveel verdient als een mannelijke collega die na vier uur strijd wordt uitgeschakeld (zoals de Slowaak Martin Kližzan)? „Die fase zijn we voorbij”, zegt Lawler. „Je kan zeggen dat een wedstrijd die in 35 minuten is gewonnen, niet zo veel waarde heeft als een partij die over vier uur is gespeeld. Maar ja, dan kan je wel van elke partij een vergelijking maken. Je moet een grens stellen.”

Lawler, zelf moeder van drie kinderen, geeft een voorbeeld: „Als je een dochter en een zoon hebt, moet je dan tegen je dochter zeggen dat ze minder gaat verdienen dan je zoon, terwijl ze net zo veel talent heeft? Nee, onacceptabel. Daarin kunnen we geen stappen terug doen.”