Hittescenario

Het is niet uitgesloten dat u dit stukje zit te lezen in de schaduw van een parasol, met uw voeten in een teiltje koud water en een glas prikwater met ijsblokjes onder handbereik. De voorspelling die ons de hele week steeds meer aan het schrikken heeft gemaakt, is uitgekomen. Op de warmste plaats is het 37,8 graden, en het kan nog warmer worden. De weervrouwen en -mannen zijn in de hoogste staat van opwinding. Het Nationaal Hitteplan is in werking getreden. Gevaren die u onder normale omstandigheden achteloos hebt getrotseerd zijn tot doodsgevaar geworden. Pasgeboren kinderen en oude vetzakken hebben het extra moeilijk. Veel water drinken, in een koele slaapkamer vroeg naar bed, enz.

Onder zulke omstandigheden voltrekt zich een nationaal scenario. Eerst ontstaat bij een voorhoede van wetenschappers het vermoeden dat ons weleens iets heel uitzonderlijks zou kunnen overkomen, meestal meteorologisch. Ze vertellen het aan hun vakgenoten van de weersverwachting op de televisie. Als het winter is groeit de overtuiging dat het land weleens in een polaire luchtstroming terecht zou kunnen komen. Dan verschijnen op de televisie een paar Friezen die op een vliesdun laagje ijs staan. Ze hebben er een gaatje in gemaakt. Nog te dun voor de Elfstedentocht. Maar het woord is gevallen en zolang het blijft vriezen, blijven we speculeren. Als ik me niet vergis is de Tocht der Tochten dit jaar nèt niet doorgegaan.

En nu hebben we de hittegolf in verregaande staat van aantocht. Op 30 juni had Het Parool de meest huiveringwekkende prognose. „In Amsterdam is het nog veel warmer dan daarbuiten. De stad is één groot hitte-eiland”, lezen we op de voorpagina. En verderop „Gevoelstemperatuur 55 graden op de Dam”, en daarbij een stadskaart waarop de buurten met de meest kwetsbare bewoners staan aangegeven. En dan weer iets eigenaardigs. Van de opwarming van de aarde hoor je op het ogenblik niets.

Is die grote controverse voorbij? Dit is me een jaar of vijftien geleden gebeurd, in januari. Ik woonde in Manhattan, maakte een ochtendwandelingetje door de 23ste straat. Al Gore, de vicepresident, had juist zijn film An Inconvenient Truth over de opwarming van de Aarde gelanceerd. Onderweg werd ik aangehouden door een jongen die pamfletjes uitdeelde. Ik had er geen zin in. Al Gore is a big fat liar, riep hij me achterna. Op de televisie werd het weerbericht verteld door een begaafde actrice, Janice Huff, bijgenaamd the Weather Goddess. Ze was in staat van grote opwinding. Snowstorm! Snowstorm! Ze had gelijk. Eerst kwamen er een paar vlokjes, de volgende dag was heel New York ingesneeuwd.

Sindsdien heb ik me nog één keer met het klimaat bemoeid, een paar jaar geleden toen we een uitzonderlijk lange en warme zomer hadden. Ik schreef een column met als strekking dat degenen die van mening waren dat de aarde langzaam opwarmde nu hun gelijk bewezen zagen. Daarop kreeg ik een stroom van haatdragende tot verbitterde reacties. Wie ik wel was, wat ik me verbeeldde. Zo ben ik tot de conclusie gekomen dat het probleem van de opwarming voor mij te moeilijk is.

Maar nu, of de duvel ermee speelt, als naar alle waarschijnlijkheid de hittegolf op zijn hoogtepunt is, begint in Utrecht de Tour de France, le Grand Départ. Daarvoor is de stad al drastisch omgebouwd. Dat hebben we de laatste tijd op de televisie kunnen zien. Misschien komen er een half miljoen mensen kijken, of meer. Je weet het tegenwoordig niet met zulke evenementen. Maar gedrang in de hittegolf maakt het land niet veiliger. Ik ben benieuwd naar de krant van aanstaande maandag.

Ik moest weer eens aan Jean-Paul Sartre denken. Hij was in New York tijdens een hittegolf. Hij zei: „Dit is geen klimaat. Het is een ziekte van de dampkring.”