‘Griekenland is de bakermat van onze beschaving’

illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

Het gaat niet alleen om geld. Volgens sommigen zou een Grexit óók een slecht idee zijn omdat Griekenland nu eenmaal bij ons hoort en wij bij Griekenland. Het is een vaak gehoorde bewering – in schoolboeken, in reisgidsen en vooral als bijzinnetje dat voor waar aangenomen wordt – dat het oude Griekenland de bakermat van onze westerse beschaving is.

Maar hoeveel waarheid schuilt er in die bewering? Is er sprake van een bakermat of een bakerpraatje?

En, klopt het?

Het antwoord op die vraag is hoe dan ook het resultaat van een afweging, want tja: wat kenmerkt onze beschaving? Ten eerste: het concept ‘beschaving’ kun je wél oorspronkelijk Grieks noemen. De Grieken deelden de wereld in in beschaafde wereld (zijzelf) en ‘barbaren’ – de mensen die een taaltje spraken dat als ‘barbar’ klonk.

En wanneer is iets een bakermat? Als dat inhoudt dat er fundamenten zijn gelegd die nog altijd bestaan, moeten we opmerken dat de huidige westerse samenleving behoorlijk verschilt van het oude Griekenland. Kortom: het is een gradueel verschil, en hoeveel overeenkomsten zijn er nodig voor je van ‘de bakermat’ kunt spreken? (Dat nadenken over wortels en tradities is trouwens niet Grieks, maar typisch iets van de achttiende-eeuwse Romantiek.)

Dat wat we delen met de oude Grieken is in de tussenliggende geschiedenis ook wel eens weggeweest. Dat betoogde historicus Bastiaan Bommeljé onlangs nog in NRC Handelsblad: „Zo kon men in de Middeleeuwen veroordeeld worden tot de brandstapel voor alleen de gedachte aan het vertalen van de ‘ketterse’ Plato; deed Paus Urbanus IV in de dertiende eeuw deed alle werken van Aristoteles in de ban; en toen Petrarca in de veertiende eeuw Grieks wilde leren, kon hij in heel Italië niemand vinden die hem deze taal kon onderwijzen.”

Voor één ding kunnen we ze sowieso bedanken, en dat is de democratie. Dat Griekenland de bakermat van de democratie is, is vol te houden: terwijl andere samenlevingen er nog een staatsbestel met een heersende vorst op nahielden, luisterden de Grieken (de Atheners, met name) naar de mening van het volk. Daar werden politieke besluiten genomen bij meerderheid van stemmen, zonder dat er onderscheid werd gemaakt naar klasse of inkomen van de stemgerechtigden.

Maar: een paar kanttekeningen. Alleen mannen mochten stemmen – vrouwenstemrecht is een verworvenheid van de vorige eeuw. En de democratie die we nu kennen, met verkozen volksvertegenwoordigers, stamt uit de Middeleeuwen.

Wat hebben we wél aan de Grieken te danken? De filosofie: ons denken is grotendeels gestoeld op wat zij ooit in gang zetten. En een populair westers staatsbestel: de republiek.

En wat hebben we níét aan de Grieken te danken? Een groot deel van ons waardenstelsel: dat stoelt op de joods-christelijke traditie, waarvan de oude Grieken nog geen kaas gegeten hadden. Een populair westers staatsbestel: de monarchie bestond al vóór de Grieken.

Conclusie

Wat kenmerkt onze beschaving? Onze politiek? Ons staatsbestel? Onze gedachten? Het moge duidelijk zijn: de (Romantische) vraag naar die oorsprong ontaardt algauw in een filosofische discussie – met dank aan de grondleggers van de filosofie, de Grieken. Maar het idee dat er feiten zijn die je kunt checken, is weer typisch een voortvloeisel van de Wetenschappelijke Revolutie. Dat Griekenland de bakermat van onze beschaving is, is een te exclusieve claim: daarom beoordelen we de stelling als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die we moeten checken? Mail nextcheckt@nrc.nl