Drie weken herstellen is cruciaal

Als de Tour de France een rekensom is, wint Nairo Quintana en eindigen vier renners van Lotto-Jumbo tussen 8 en 20. Wielertrainer Louis Delahaye over hoogtestages, extreem vermageren het geheim van ketonendrank.

(v.l.n.r.) Vincenzo Nibali, Alberto Contador, Chris Froome en Nairo Quintana

Bau en Lau vooraan in de cols, eindelijk weer eens ‘ouderwets’ succes voor Nederland, dat was nog eens een Tour, twee jaar geleden met Mollema en Ten Dam. „Dat is wat perceptie doet”, waarschuwt Louis Delahaye. „Iedereen was lyrisch maar we werden zes en dertien, en wonnen niets. Vorig jaar wint Lars Boom een rit, eindigen we met twee bij de eerste tien en drie in de top vijftien. Eigenlijk beter, maar iedereen haalt de schouders op. Net als in 2010 toen Robert Gesink als jong rennertje zesde werd en nauwelijks erkenning kreeg.” Frustratie bij de Lotto-Jumbo-trainer? „Ik kan me niet meer druk maken om perceptie. Wij hebben de objectieve gegevens.”

Op papier is het simpel. De toprenner die in de loodzware laatste Tourweek vol aankomsten bergop nog het meeste vermogen kan trappen per kilogram lichaamsgewicht, wint in Parijs. Watt per kilogram, luidt de formule. „Alle ploegen kennen de gegevens ongeveer van elkaar, renners praten erover in het peloton”, zegt Delahaye. Dus niet langer gokken in de Tourtoto, maar simpelweg uitrekenen wie wint? De Limburgse wielertrainer, die sinds 2006 alle cijfers van zijn renners verzamelt, aarzelt. „Er gaan stemmen op om alles online te zetten, leuk voor het publiek. Maar ik ben daar niet voor. Als iemand ineens hogere vermogens scoort, krijg je direct verdachtmakingen. Je moet getallen kunnen interpreteren om het te snappen. Anders gaan allerlei pseudodeskundigen van alles roepen.”

Toch komt Delahaye tot opmerkelijke vaststellingen. „We hebben veel data van Robert Gesink, die is fysiek zo goed. Volgens mij was in onze ploeg nooit iemand beter. Bauke Mollema niet en ook Wilco Kelderman niet. Maar die is nog jong. Hij kan zomaar toptien rijden, maar het kan ook dat hij een dag ‘rot’ gaat.” Is Gesink na alle tegenslagen weer de oude? „Vorig jaar in de Vuelta haalde hij zijn beste niveau ooit, beter dan in die Tour van 2010. Daarmee zou hij in die Vuelta als zesde zijn geëindigd (Gesink verliet de ronde aan het eind wegens privéomstandigheden). Knap, maar blijkbaar kom je tegenwoordig met dat hoge niveau relatief minder ver. Quintana, Contador, Froome en Nibali zijn renners uit de Champions League. Die zijn beter dan onze mannen.”

De cijfers van de Lotto-Jumbo-troeven Gesink, Kelderman, Ten Dam of Steven Kruijswijk zijn volgens hun trainer duidelijk over hun plaats ten opzichte van de topfavorieten. „Als je reëel bent: het niveau tussen 8 en 20, daar hebben we er vier van.” Het strijdplan voor een hoge klassering? „Als je deze Tour analyseert, moet je over een paar kwaliteiten beschikken. Het aller, allerbelangrijkste is dat je drie weken lang goed blijft herstellen. In de laatste week is het vuurwerk. Dan moet je nog wat dynamiet in de benen hebben.”

Juist in deze kwaliteit excelleerde Kruijswijk de afgelopen Giro. Zelfs eindwinnaar Contador keek op van de jonge Nederlander die zijn beste tijdrit ooit reed, bergop dagelijks aanviel en opklom naar de zevende plaats. Eindelijk succes voor de Nederlandse ploeg, na een slecht voorjaar. En een bewijs dat de trainingsaanpak werkt. „De vermogens die Stevie in de laatste week rijdt, zijn niet spectaculair. Maar het is wel speciaal dat hij op het eind nog 5,5 Watt/kg haalt waar hij in het begin 5,8 rijdt. Anderen verliezen in die drie weken 0,5 tot 0,8.” Die dag in het begin, toen hij acht minuten verloor? „Toen reed hij juist zijn hoogste vermogens in de hele Giro, maar miste net de slag.”

Het fundament onder een goed Tourklassement wordt gelegd op hoogtestages. In de ijle lucht kweken renners meer rode bloedcellen, en daarmee een beter uithoudingsvermogen. Net als het verboden wondermiddel epo, maar dan legaal. „Iedereen doet het, geheimen zijn er niet meer”, stelt Delahaye. „Ideaal is drie weken op hoogte, minimaal 14 uur per dag boven 2.000 meter.” De effecten? „Die verschillen individueel maar meestal ben je als je beneden komt eerst goed, dan even slecht en dan weer goed. De kortetermijneffecten wisselen, het langetermijn-effect is stabiel.”

Fingerspitzengefühl van de trainer kan verschil maken. Voormalig triatleet Delahaye bracht in totaal twee jaar van zijn leven op hoogte door, dit jaar alleen al negen weken. „Vroeger nam ik op hoogtestage beslissingen door veel te meten, tegenwoordig door goed te kijken. Als iemand wat gammel oogt, pas je het schema direct aan. Dat is ervaring.” Het uitgangspunt is duurtraining. „De tendens in de internationale topsport is: minder omvang, meer kwaliteit. Daar ben ik het absoluut niet mee eens voor de Tour. Als je te veel kwaliteit traint, fik je renners af. Om goed te zijn in de laatste week moet je gewoon veel uren maken.”

Opvallend is dat bijna elke topper een andere hoogteplanning maakt, zelfs binnen één ploeg. Gesink en Ten Dam gingen naar Amerika, acclimatiseerden en keerden pas na ruim een week terug in de Ronde van Zwitserland. „Om de jetlag te verwerken, en Robert heeft altijd een of twee slechte dagen na hoogte.”

Kruijswijk trok na de Giro zelf weer de bergen in, Kelderman ging direct na een stage in de Sierra Nevada koersen in de Dauphiné. Maar de opvallendste keuze maakte Mollema, die bij zijn nieuwe ploeg Trek pas na de Dauphiné op hoogte ging tot afgelopen woensdag. „Dat vind ik te tricky”, zegt Delahaye. „Je zult je slechte dag maar net hebben op de kasseien.”

Ook de Tourfavorieten zweren elk bij hun eigen aanpak. Contador nam rust na de Giro en ging toen op hoogte in Livigno. „Hij doet hetzelfde als Kruijswijk, in theorie moet je dan weer goed kunnen zijn in de Tour.” Froome doet met Sky al jaren zijn hoogtestages op Tenerife. „Hij is wat ze in Duitsland noemen een echte ‘Höhe-getter’. Hij is het hele jaar op hoogte, in blokken van tien of twaalf dagen.”

Nibali valt te vergelijken met Kelderman. „Om het effect zolang mogelijk vast te houden, kun je twee dingen doen. Of je pakt thuis de hoogtetent, dat doen wij onder anderen met Wilco. Of je gaat zoals Nibali nog een keer op hoogte.”

Delahaye wil best voorspellen wie de Tour wint. „Ik denk Quintana.” Niet omdat de 1.67 meter korte Colombiaan thuis in Colombia de beste hoogtestage deed van allemaal. In de toverformule ‘Watt per kilogram’ is gewicht net zo belangrijk als vermogen. Elke gram extra kost bergop extra kracht. Nairo Quintana weegt naar verluidt slechts 58 kilo. Hij is de lichtste van alle favorieten, een niet te onderschatten factor in een Tour vol aankomsten bergop. Zie hoe hij met regen, wind en kasseien gaten dicht rijdt in Dwars door Vlaanderen. „Zijn vermogen zit wel goed.”

Vermageren dan maar, met alle extremiteiten die topsporters eigen zijn? „Je ziet mensen te ver gaan”, constateert Delahaye. „Op hoogte val je vanzelf af. Wij monitoren dat scherp, je merkt dat het onder de renners een thema is.” Hoe minder je de berg op sleept, hoe beter? „Als je te licht wordt, haal je geen hoge vermogens meer en word je ziek. Maar blijkbaar zijn er renners die toch nog een hoog vermogen halen, ondanks schijnbaar ondergewicht. Wij zijn op Tenerife, dan zie ik Porte en Froome. Dat zijn twee extreme gevallen, zeker Porte. Maar als het in Romandië of de Giro slecht weer is, zakt hij door het ijs. Ik weet niet of het door zijn gewicht komt maar het is wel opvallend.”

Sky beschikt als enige over de wonderdrank deltaG, waarvan je meer energie krijgt en toch zou afvallen. Dankzij ketonen, een voedingssupplement en niet op de dopinglijst. Exclusief voor de Britse sport ontwikkeld voor de Spelen van 2012 en een geheim achter de Tourzeges van Wiggins en Froome. „Ketonen hebben niets met gewicht te maken, het is gewoon brandstof”, zegt Delahaye, die het wetenschappelijk onderzoek naar de drank „op slinkse wijze” in bezit kreeg. „Je verbrandt ketonen en spaart koolhydraten. Daardoor houd je de inspanning langer vol.”

Als de drank in november vrij op de markt komt, slaat ook Delahaye toe. „Het is een marginal gain. De een heeft ketonen, wij gebruiken op maat gemaakte maaltijden van Daily Fresh. En een uitgekiend hoogteprogramma, onze eigen matrassen. Van die dingen ga je niet ineens de Tour winnen. Van ketonen ook niet. Epo, dat maakte veel verschil. Dit niet.”

Zoals de Tourwinst nooit een rekensom wordt. Neem de hectiek vooraf, het gedrang in de eerste week, een tactische meesterzet of ziekte. „We kunnen steeds meer wetenschappelijk onderzoek doen, verzamelen steeds meer data. Maar de Tour blijft een ongrijpbaar gekkenhuis.”