De problemen voor de politie komen van verschillende kanten

Terwijl de incidenten zich opstapelen en de reorganisatie van de landelijke politie zich voortsleept, is het vertrouwen in de leiding diep gedaald.

Het sneeuwde nogal onder in de berichtgeving over de dodelijke arrestatie van Mitch Henriquez. Maar er was deze week nog een onheilstijding voor de politie.

De grootscheepse reorganisatie die al ruim twee jaar voortsleept, gaat nog drie jaar extra duren. De omvorming van de 26 korpsen tot een nationale politie onder één korpsleiding gaat ook 230 miljoen euro extra kosten, stelt het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat betekent nog jarenlange onzekerheid voor agenten en rechercheurs, terwijl die juist de afgelopen maanden steeds luider aandacht vroegen voor de problemen.

Problemen, die als ze niet veroorzaakt worden door de voortdurende reorganisatie, dan toch in ieder geval niet voortvarend worden opgelost zolang het corps bezig is zichzelf opnieuw uit te vinden.

Veel van de ruim 60.000 werknemers weten na 2,5 jaar nog niet waar ze uiteindelijk zullen werken, of in welke functie. Het ziekteverzuim is te hoog. Er is een achterstand in training en opleiding. Door de sluiting van kleine bureaus hebben agenten het gevoel dat ze contact met de wijken verliezen. Ook zijn de ICT en de administratie nog niet op orde.

Daarnaast zijn er flinke kwaliteitsproblemen. Dit voorjaar bleek bijvoorbeeld uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie dat veel agenten niet beschikken over de vereiste theoretische basiskennis over hun eigen bevoegdheden. Wanneer mag je ergens binnentreden bijvoorbeeld of staande houden.

Ook verscheen een boek van een voormalige Amsterdamse financieel rechercheur waarin de recherche wordt beschreven als incompetent en ineffectief. In een reactie liet de korpsleiding weten de problemen te onderkennen. Een rapport over de dramatisch verlopen zaak Bart van U. – de vermoedelijke moordenaar van Els Borst – liet vorige nog eens zien dat de informatievoorziening binnen de politie te kort schiet.

Door alles heen speelt het harde cao-conflict, dat eerder dit jaar tot scherpe acties leidde. Het kabinet-Rutte heeft beloofd de politie van de nullijn te halen, waar ze al jaren zit, maar wil dat alleen als de politie ook allerlei rechten opgeeft – en de loonsverhoging dus deels zelf betaalt.

Een andere pijnlijke zaak is discriminatie. Korpschef Bouman sprak dit jaar zijn zorgen uit over discriminatie in eigen kring. De hardnekkige beschuldiging van ‘racial profiling’ door de politie heeft na de dood van Mitch Henriquez in Den Haag de vlam in de pan doen slaan.

Het is niet duidelijk hoe de politie deze problemen moet gaan oplossen. En ook niet of de huidige korpsleiding, Bouman voorop, het meest geschikt is om een nieuwe aanpak te vinden.

„Het is vastgelopen, dat mag je wel zeggen”, aldus Guus Meershoek. Hij is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Het is geen kwestie van hetzelfde plan uitvoeren, maar er gewoon langer over doen. „Je moet nu met ideeën komen die iets in beweging brengen en agenten kunnen motiveren.” Of dat onder dezelfde leiding kan? „Dat is voor de zittende korpsleiding eigenlijk niet te doen.”

De machtige politiebonden hebben geen vertrouwen in de korpschef. Men vindt Bouman onzichtbaar, en hij zou geen voeling hebben met de klachten en ervaringen op de werkvloer. De afgelopen week liet Bouman zich nergens zien: niet bij de nabestaanden van Henriquez, maar ook niet bij zijn agenten die een dagenlange veldslag uitvechten in de Schilderswijk.

„Agenten hebben behoefte aan iemand op topniveau die naar hen luistert”, zegt SP-Kamerlid Nine Kooiman. „Iemand die hen het gevoel geeft dat er aan een oplossing van hun problemen wordt gewerkt.” Daar zat het van meet af aan al fout. „Bij de benoeming van de politietop, aan het begin van de reorganisatie, is onvoldoende gekeken of ze wel draagvlak hadden.”

Dat is symptomatisch voor de top van het departement, zegt Kooiman. De minister zegt dat hij luistert naar signalen uit het korps, maar als ik hem met die geluiden confronteer, weerspreekt hij ze alleen maar. „Het is nu aan de minister om het draagvlak van de korpsleiding te herstellen”.

Er wordt inmiddels relatief openlijk gespeculeerd over opvolgers voor Bouman. Een van hen zal de reorganisatie waarschijnlijk nog dit jaar overnemen. Meest genoemde kandidaten binnen de politieorganisatie zijn de Amsterdamse en Rotterdamse korpschef± Pieter-Jaap Aalbersberg en Frank Paauw. Als kandidaat van buiten wordt genoemd Erik Akerboom, die ooit als politieman is begonnen en nu secretaris-generaal op het ministerie van Defensie is.