Bezwering

Nederland loopt niet alleen uit voor Le Grand Départ in Utrecht, het trotseert zelfs donder en bliksem bij de ploegenpresentatie. Alsof de polder element der elementen was geworden. Bij het onwennige bootje varen van de renners ontstond zelfs een lachende natie. Nou, het zijn zeldzame exemplaren die dit volk in een uitgerekte lachstuip kunnen vasthouden. Contador, Froome, Quintana en Nibali dus.

Hittegolf, wielerkoorts, het peloton dat als een volle ader over de stad is gevallen – alom onbehagen. En toch blijft het in Utrecht Koningsdag, inclusief commercie. Niet dat er voor het Nederlandse cyclisme veel te vieren valt, maar wielergekken zoeken moeiteloos het feest in zichzelf. Desnoods in een liturgie van nostalgie, toen er op l’Alpe d’Huez nog gewonnen werd. Toen geel het vale oranje had verdrongen als identitair kleurgewaad.

De Tour blijft een bezwering voor dood en leven.

In de magere jaren die volgden moesten eerst Theo Koomen en later Mart Smeets cabaretesk uit hun voegen barsten om onze nationale dwergen weer tot enige heroïek op te zwepen. Het motto van het Nederlandse cyclisme werd: etappewinst. Jan Nolten, Jan Raas en Jelle Nijdam achterna.

Een jubelzang over klassementsrijders horen we al in geen jaren meer. Top-tien zou mooi zijn, zucht ouwe krijger Laurens ten Dam. Top-vijf is mijn droom, kraait Bauke Mollema sidderend en bevend van onzekerheid.

Robert Gesink zegt niets, maar hij blinkt.

Een geslaagde comeback is het grootste geluk in een mensenleven. Ik geloof dat het er voor Robert Gesink in zit. Van ereburger van Varsseveld terug naar jeugdidool – de gedachte alleen al doet me juichen. De Hollandse dweepzucht met geel voor Tom Dumoulin in de proloog, hoort tot de categorie xtc-opwinding. De uitstraling ervan sterft binnen de week weg in echte exploten: waaiers in Zeeland, kasseien in Noord-Frankrijk, de Muur van Hoei. Het lijkt het voorjaar wel.

Alles aan Robert Gesink is nu anders. Van stugge kop tot vriendelijk, bijna feminien gezicht; van brokstukken in taal tot ronde zingzang. Hij snauwt niet meer, hij dialogeert. De metamorfose bewijst dat de klimmer een bevrijd mens is. Bevrijd van drieste ambities en persoonlijke sores. Senator geworden.

Het was niet niks wat hij de afgelopen maanden aan malheur heeft doorstaan: vader overleden, gebroken ledematen, hartritmestoornissen en hartoperatie, problemen bij de complexe zwangerschap van Daisy, pasgeboren zoontje in het ziekenhuis… Daarbovenop een paar lelijke valpartijen.

Gesink is helemaal gelouterd en dat zal in deze Tour blijken. Straks, op de Champs-Élysées komt hij gegarandeerd als eerste Nederlander over de streep. Hulde aan de ploegleiding die het vertrouwen heeft bewaard in die eindeloze calvarietocht van haar kopman. Dus toch een menselijke vonk bij Lotto.nl, het team van de platte zakelijkheid, met als attitude nurkser dan de neten.

Ik had het niet eerder in hem gezien, maar het zou kunnen dat Gesink in deze Tour de charismaticus van het Nederlandse profpeloton wordt. Hij is in ieder geval weer geliefd. Nu nog ouderwets klimmen en bewondering completeert de hitte van zijn brede aanhang.

Alberto Contador heeft laten zien dat het zomaar kan. Bevrijd van zijn verleden is zijn gezicht opgeklaard, nu zelfs tot een glinstering van het poëtische clair-obscur in Utrechtse wateren.

Ik hoorde zowaar een bergriviertje door zijn hakketakkerige vocabulaire lopen. Nu openlijk fragiel, maar des te zelfbewuster. Bereid om groots te sterven, maar lief in de kleine dood.

Zou Den Haag nog een beetje bij de les zijn? Zo ja, dan halen ze binnen de kortste keren een grote Ronde binnen. Tot diep in de Schilderswijk zullen geïmporteerde halfgoden alleen vrede en plezier brengen.

De galg eindelijk bevlagd.