Als een geheim conflict over de geheime dienst ontstaat

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Ronald Plasterk, de geheime dienst en de controle op de dienst. Ofwel: waarom verdwijnen steeds passages uit toezichtrapporten?

Illustratie: Ruben L. Oppenheimer

Het politieke seizoen is afgesloten, dus laat ik u even vertellen over het fascinerendste conflict waarvan ik de laatste maanden hoorde. Een typisch Haags conflict was het op zich, met typisch Haagse logica en typisch Haagse manieren. Vertrouwelijke brieven. Ingehouden woede in gesprekjes. Een commissie die bemiddelt. En, tot slot, de keuze de zaak over de zomer heen te tillen. 

Pas als je hoorde welke autoriteiten het conflict uitvochten, en waarover het ging, begreep je dat dit beslist geen alledaags gevalletje was.

Tegenover elkaar stonden de Algemene Rekenkamer, de belangrijkste controleur van de regering, en de minister van Binnenlandse Zaken. De dienst waarom het draaide was de AIVD. De commissie die bemiddelde was ‘Stiekem’, de ‘zeer geheime’ commissie van fractievoorzitters uit de Tweede Kamer.

En het thema van conflict was er één waarvan je dacht: ja, daar mag wel eens aandacht voor komen. Juist omdat het haaks op de politieke mode staat.

Diezelfde mode veroorzaakt dat het debat over de AIVD al jaren om één ding draait: de dubieuze bezuinigingen die Rutte II in 2012 oplegde. In de formatie schrapten VVD en PvdA één derde van het jaarbudget. De vergissing werd snel hersteld met budgetverhogingen vanaf 2013, toen het aantal Syriëgangers groeide en IS opkwam.

Voor de AIVD was dit helaas te laat: de beste medewerkers hadden al aan hun stutten getrokken, de interne opleiding voor geheim agent was wegbezuinigd, zo was er meer onherstelbare schade. Voormalig AIVD-medewerker Kees Jan Dellebeke zette dit jaar de ongebruikelijke stap op deze pagina de interne spanningen hierover naar buiten te brengen

Ook de Rekenkamer oordeelde in mei vernietigend over de aanpak van het kabinet. „Waardevolle kennis en ervaring is verloren gegaan”, concludeerde het instituut. „De gevolgen (-) zullen nog jaren voelbaar zijn.”

Toch stonden in hetzelfde rapport, gebaseerd op onderzoek binnen de AIVD, óók nogal pijnlijke feiten over de dienst zelf. Zo constateerde de Rekenkamer dat de AIVD amper kan aantonen of de dienst zijn geld nuttig besteedt. En dat de Kamer „onvoldoende” weet wat bepaalde uitgaven opleveren.

Er stond: „Daarmee ontbreekt het overzicht over de bijdrage van de AIVD aan de nationale veiligheid en wat deze bijdrage mag kosten.”

Die passage, verstopt op pagina 57, was vrij bijzonder. Kamerleden weten dus helemaal niet – kunnen niet weten – of de AIVD haar jaarbudget van 213 miljoen euro verstandig besteedt. „De parlementaire controle” hierop, oordeelde de Rekenkamer verderop, was „de afgelopen jaren onvoldoende”.

En er was meer. Tussen de regels kon je ook lezen dat tijdens het AIVD-onderzoek spanning ontstond over „openbaarheid en geheimhouding”. Vandaar dat de Rekenkamer in de slotalinea aankondigde dat ze „zich zal wenden tot de CIVD [lees: de commissie-Stiekem; red.] en daar haar recente ervaringen met die demarcatielijnen bespreken”.

En het duurde even, maar het lukte me tenslotte vijf direct betrokkenen te vinden die konden uitleggen wat hier was gebeurd. Voorwaarde was dat zij anoniem bleven, omdat het hier – op papier – om staatsgeheimen ging.

Dit was meteen het punt: ging het om staatsgeheimen? Ik kreeg uitgelegd, en van diverse zijden bevestigd, dat Rekenkameronderzoekers bij de AIVD waren opgelopen tegen het probleem dat zij a) mochten rapporteren over beheerskosten van AIVD-operaties; maar b) onder geen beding operationele gegevens (hoe werkt de dienst?) mochten publiceren.

Dit laatste was logisch. Feind hört mit. Maar in de praktijk van het onderzoek was het probleem dat die grens vaak niet te bepalen was. Dit bleek eens temeer, kreeg ik uitgelegd, toen onderzoekers hun bevindingen in concept voorlegden.

De minister, Ronald Plasterk, aldus een direct betrokkene, vroeg daarop dat – onder meer – „passages over uitstroom (van personeel, red.), ict, afbouwen financial intelligence en zo” werden „geschrapt”. Anders gaf de Rekenkamer inzicht in „de slagkracht” van de dienst en de veranderingen van die slagkracht. Dit raakte aan de werkwijze van de dienst, redeneerde hij, dus dat kon niet.

En tenslotte erkende de Rekenkamer dat de minister, ingevolge artikel 51 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het recht had niet-publicatie van de passages te vragen. Zo geschiedde.

Tegelijk bleek me dat betrokkenen binnen de Rekenkamer, inclusief collegelid Arno Visser (VVD), twijfels hadden of ‘staatsgeheim’ voor Plasterk geen alibi was om pijnlijke discussies te ontlopen – over zwak beheer van de dienst, en zwak beleid van de minister zelf.

Overigens zei een woordvoerder van de Rekenkamer vrijdag, nogal raadselachtig, dat er „niets aan de hand is” en er „nooit passages waren verwijderd”. Een verklaring die binnen de Rekenkamer gedocumenteerd wordt weersproken. (Plasterk en de commissie-Stiekem wilden formeel niet reageren.)

Feit is dat de Rekenkamer, bevestigen drie betrokkenen, de commissie-Stiekem van de niet-gepubliceerde passages op de hoogte heeft gebracht. ‘Stiekem’ vroeg daarop uitleg van beide partijen, en daarbij waren inderdaad „grote woorden” gevallen, begreep ik. De zaak van de verwijderde passages is daarom maar even over de zomer heen getild.

Intussen is de ironie dat óók binnen ‘Stiekem’ zelf scepsis bestaat over haar controle op de AIVD. ‘Stiekem’ onderzoekt dan ook eigen manieren om het „parlementaire toezicht” op de AIVD te „versterken”, aldus een geheime commissiebrief die vorig jaar september naar deskundigen ging. Zo merkt ‘Stiekem’ te vaak dat gevoelige informatie bij haar wordt gedumpt om openbare debatten over zo’n zaak te voorkomen, zei een betrokkene.

En feit is dat Plasterk óók in 2014 afdwong dat de vaste toezichthouder op de inlichtingendiensten, de CTIVD, gegevens niet publiceerde. Toen ging het om het aantal taps dat de AIVD plaatst, en CTIVD-voorzitter Harm Brouwer kwam daar onlangs, in het CTIVD-jaarverslag, op terug. Hij noemde „het zwarten” van de aantallen door de minister „geen hoogtepunt”. Brouwer vertelde me telefonisch dat publicatie van dit getal verbeterd inzicht in het werk van de dienst had gegeven. Ook hij informeerde de commissie-Stiekem, en bronnen bevestigden me dat die Plasterk in het gelijk stelde. „Het laatste woord kwam bij de Kamer te liggen en zo hoort dit in ons systeem”, aldus Brouwer.

En zo blijken de AIVD en haar minister steeds scepsis van controlerende lichamen op te roepen. De Rekenkamer en de CTIVD moesten toezien dat de minister, op grond van zijn bevoegdheid, publicatie van gegevens wist te beletten. Intussen zoekt de commissie-Stiekem, zeker nu de minister deze week verdere verruiming van de wettelijke bevoegdheden voorstelde, mogelijkheden voor verscherpt toezicht op de dienst – uit ongemak over de bestaande praktijk.

Dus je kunt zeggen dat de AIVD de afgelopen jaren is gemaltraiteerd door de onverhoedse bezuinigingen. Maar je kunt óók zeggen dat de dienst (en de minister namens de dienst) uitstekend in staat is gebleken zijn controleurs van zich af te slaan. En omdat dit onder het staatsgeheim valt, komen we dit alleen bij hoge uitzondering te weten.

Zodat, schokkend eigenlijk, nog steeds geen politicus kan weten of het AIVD-budget zinvol wordt besteed.

En het is een curieus toeval, maar ondanks deze recente geschiedenis hebben Plasterk en de driekoppige leiding van de Rekenkamer volgende week zéér belangrijke afspraken met elkaar.

Ze komen apart. Het gaat om Kees Vendrik (GroenLinks), Arno Visser (VVD) en de onlangs benoemde Francien Giskes (D66). Ze worden door Plasterk gehoord over de opvolging van de recentelijk vertrokken president Saskia Stuiveling. Haar opvolger moet uit hun midden komen.

Aan Plasterk de taak één van deze drie als nieuwe president aan de ministerraad voor te dragen. En formeel kan er nog een kink in de kabel komen, maar in de coalitie is in principe overeenstemming dat Arno Visser (VVD) het wordt.

Dezelfde Visser die de afgelopen maanden intern zo sceptisch over de AIVD was.