opnieuw

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Onderzoeker reizigersstromen Matthijs Lamberts (33, rechts) keek voorjaar 1983 naar zijn moeder Maureen (58) in zijn geboortehuis op de Van der Hofstatstraat 7 in Oirschot.

„Het lijkt alsof mijn moeder op mijn voorhoofd blies, maar ze noemde mij net bij mijn koosnaam: ‘Thijsje’. Ik ben de oudste van drie kinderen. Mijn ouders, beide tandarts, wisten al vroeg dat ik een jongetje was. Een bevriende arts dacht aan problemen tijdens de zwangerschap en raadde een echo aan. Dat was destijds niet gewoon. Alles bleek gezond en dus een jongen: mijn vader reed direct naar Eindhoven en kocht bij sigarenzaak Rooymans Muller een doos Cubaanse Partagas om het te vieren. Van mijn moeder begreep ik dat de bevalling verliep als mijn karakter: enigszins tumultueus. Ik denderde er als vanzelf uit, en zou dat denderen een groot deel van mijn jeugd volhouden. Mijn ouders noemden me een energiek kind. Zelf denk ik dat ik wist wat ik wilde en dat betekende soms kattenkwaad uithalen. Ernstig werd dat nooit, ook omdat ik niet kon liegen. Mijn moeder wist altijd wanneer ik iets wilde verbergen. Ik voelde me dan heel betrapt. Later vertelde ze mij dat ik mezelf verried door te loensen. Als baby deed ik dat al: op de foto keek ik met mijn rechteroog haar recht aan. Het werd allengs minder, behalve als ik iets voor mijn moeder wilde verbergen. Tegenwoordig wijst mijn vriendin Inge me erop als ik nog wel eens loens. Dat gebeurt dan omdat mijn aandacht voor een gesprek verslapt. Onlangs vertelde mijn vader dat mijn geboorte alles in zijn leven 180 graden deed draaien. Ineens wist hij waarom hij alles deed, begreep hij de zin van het bestaan. Dat was bijzonder om te horen, ook omdat Inge en ik over twee weken ons eerste kind verwachten.”