Wonen

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

De buren in mijn dorp waren allemaal analfabeet en spraken geen Engels. Ik was van hen afhankelijk. Hun ongeschreven regels waren zo streng en moeilijk te doorgronden dat ik van vrienden een kind gekregen had om alles te vertalen: Zacharia, 10 jaar oud. Hij heeft een half jaar bij mij gewoond.

Elke morgen moest je water halen uit een verre put. Als ik puffend met de jerrycans thuiskwam waren de buurvrouwen al kwaad op mij: niet ik, maar mijn zoon moest het water halen. Het was fout als een volwassen vrouw dat deed. Daarom porde ik Zacharia op om het te doen, die er geen zin in had natuurlijk. Dan lachten ze me uit, roepende dat ik hun kinderen verknoeide.

Delen in armoede betekent ook delen in rijkdom en vaak dronken Zacharia en ik, met de deur op slot, stiekem een pak vruchtensap leeg dat ik verstopt had. Als ik eens iets aan hem gaf werd hij een meter buiten de deur al gedwongen het te delen. Hij was een fanatiek voetballer en mijn vrienden waren zo dom een FC Groningenshirt voor hem mee te nemen. Dat hangt nog altijd in flarden in de bosjes. Wonen was moeilijker dan werken.