Wie neemt verantwoordelijkheid?

Europese en Griekse leiders doorkruisen het niemandsland tussen de verstreken deadline van 30 juni en het referendum van 5 juli nog met telefonades, persconferenties, noodbrieven, tv-toespraken, tweets en vijf-na-twaalf-acties. Het is alles ruis, want vorige week ging het mis. Twee momenten waren beslissend in de hectische dagen voor de deadline: twee momenten waarop leiders hun verantwoordelijkheid niet namen maar afschoven. De gevolgen voor de Griekse bevolking kunnen catastrofaal zijn.

Meest flagrant, vrijdag 26 juni, was toen premier Tsipras een referendum uitriep over het bod van de crediteuren. Het is, zei iemand, alsof de kapitein van de Titanic in het zicht van de ijsberg de passagiers vraagt het stuur over te nemen. Met dit gebaar blies Tsipras de bruggen op richting zijn Europese partners. Niet eens met het referendum als zodanig – het idee hangt sinds 2011 boven de markt – maar wel met het stemadvies ‘nee’. Dat is ongekend. Een referendum dient om zware besluiten een steviger draagvlak te geven dan het parlement biedt. Dan moet je wel voor je zaak staan. Als premier Balkenende ons in 2005 een ‘nee’ inzake de EU-grondwet had aanbevolen, zouden zijn Europese collega’s hem niet meer hebben aangekeken. In die zin veranderde Tsipras van collega in nood (Merkel en Hollande brachten uren met hem door) in onbetrouwbare leider van de oppositie. Weg was het laatste restje vertrouwen en geduld. Het verklaart de snoeiharde opstelling van deze week, met name in Berlijn en financiënkringen. Tsipras moet nu op zijn blaren zitten en het Griekse volk met hem.

Het andere belangrijke moment waarop politieke verantwoordelijkheid werd afgeschoven, minder opgemerkt, was maandag 22 juni. Donald Tusk had een top van eurozoneleiders belegd. Dijsselbloems euroministers draaiden vruchteloos rondjes met collega Varoufakis: 18 rekenmeesters tegen één ideoloog, beide partijen vast in hun eigen gelijk. Geen zinnig mens kon daar nog een doorbraak verwachten. Gezien de hoge inzet en nakende deadline werd het tijd naar Merkel, Hollande, Rutte en Tsipras op te schalen: laat de bazen de knoop doorhakken. Zo gaat het vaak in de EU, ook in de eurocrisis. Maar de bazen hadden er ditmaal geen zin in. Voorzitter Tusk zei die maandag al voor het overleg dat er geen besluiten zouden vallen. De hete aardappel belandde terug in Dijsselbloems Eurogroep. Inderdaad het officiële loket voor hulpprogramma’s, maar in dat stadium de keus voor doorkoersen richting ravijn. Het signaal aan Athene: geen uitzonderingen meer, regels zijn regels. Zo viel een politiek vacuüm (sindsdien niet gevuld). Het bood mede de ruimte aan Tsipras voor zijn referendumtroef. „Jullie willen niet aan politiek doen, nou, ik wel.” Zie zijn tv-toespraken sinds die vrijdagavond: steeds draait het om respect, vernedering, democratie, soevereiniteit, Griekenland, Europa, trots – misplaatst misschien, maar allemaal politieke woorden. Taal waarop de Europese zijde geen antwoord heeft.

Cynisch is nu het zwartepieten. Een ramp dreigt, maar het is hun schuld. Indekgedrag terwijl leiderschap vereist is. Verantwoordelijkheid nemen betekent over de eigen schaduw (en die van de achterban) heen springen. In een onderhandeling vergt dit evenwel vertrouwen endat ontbreekt volkomen. Paranoia heerst. Stuurt Tsipras zijn vijf voor twaalf-brief, leest Brussel een zet in de blame game. Laat Merkel het woord aan de Griekse kiezer, ziet Athene de kille calculatie dat het Tsipras’ einde zal inluiden. Wat de uitslag zondag ook wordt, en hoe die ook wordt geduid, het gesprek moet worden vlot getrokken. Hopelijk zijn intussen niet te veel splijtende krachten losgemaakt. De potentiële instorting van de Griekse economie is een hoge prijs om een gesprekspartner werkelijkheidszin bij te brengen.