Vooral blijven oefenen

Deze zomer bezoekt nrc.next iedere week een club in Nederland. Vandaag: goochelen met de Dutch Magical Society.

Foto Lars van den Brink

Zag je het?” De goochelaar kijkt vragend door de glazen van zijn ronde brilletje. „Zag je dat ik de kaart daar heb neergelegd?” We zitten op gouden stoeltjes, aan een tafeltje met een zwart kleed. Alles om ons heen is zwart: de muren, de vloerbedekking, de gordijnen op het podium. De goochelaar heeft zojuist voor de vierde keer een klaver vijf onder mijn waterglas vandaan getoverd. „Nee hoor”, antwoord ik. „Of nou ja… de laatste keer zag ik je volgens mij een snelle beweging maken. Maar toen wist ik waar ik moest kijken.”

Quintus van Amstel (32), alias Quintus de paarse goochelaar, is de beste straatgoochelaar van Nederland. Hij won dit jaar drie prijzen: één voor close-up, één voor toneel- en één voor straatgoochelen. Dat wil niet zeggen dat hij zomaar alles kan. Over de truc met het glas is hij bijvoorbeeld nog niet tevreden. Het is een technische truc, moeilijk om te oefenen. „Hebben jullie misschien nog opmerkingen?” De mensen in de zaal schudden hun hoofd. De meesten konden het niet zo goed volgen. Dat is het nadeel van close-up magie, zegt Quintus: het is niet geschikt voor een groot publiek.

Vitrines vol goochelboeken

Wie zich wil bekwamen in de ‘kunst van het schijnbaar onmogelijke’ kan zich in Nederland aansluiten bij een goochelgenootschap, zoals de Dutch Magical Society. Iedere tweede vrijdag van de maand komt deze club bijeen in het Magic Art Center, een theater in een voormalige bollenschuur in Bennebroek. Het Magic Art Center doet z’n naam eer aan. Het werd opgericht door de in 2001 overleden Richard Ross, bekend om zijn onnavolgbare ringenroutines. Het wordt nog altijd gerund door zijn weduwe Véronique. Er zijn vitrines vol goochelboeken en magische objecten. Aan de wand hangen affiches van oude legenden: Harry Houdini, Tommy Wonder, Fred Kaps.

Ger Copper (61) hangt niet aan de muur, maar dat had best gekund. De drievoudig Nederlands kampioen en wereldkampioen van het jaar 1979 zit aan de bar en drinkt een cola. Hij is hier vanavond om feedback te geven. Veel mensen denken dat magie altijd groots en theatraal moet zijn, maar volgens Ger is dat een misverstand. „Iedereen hangt tegenwoordig de Hans Klok uit, maar dat is helemaal niet origineel. Er is maar één Hans Klok, en dat is hij zelf.” Ger kan het weten – jarenlang was hij de leermeester van de blonde illusionist.

„Kijk, daar heb je de rattenvanger van Hamelen”, zegt Ger als Dennis Renardel de Lavalette met zijn rolkoffer binnen komt wandelen. Zelf noemt Dennis (40), een tengere man met golvend haar, zich liever „de knuffelvoorzitter”. Hij staat klaar voor alle leden. „Als ze ergens mee zitten, kunnen ze bij mij terecht.” Dennis is een kindervriend. Voordat hij DMS oprichtte, werkte hij 15 jaar als docent in het speciaal onderwijs.

Iedere bijeenkomst van de club kent een min of meer vast verloop: eerst wordt geïnventariseerd wie er wil optreden, dan is er tien minuten voorbereidingstijd, gevolgd door een aantal acts. Na de pauze (met frikadellen) volgt een tweede ronde. Na iedere act is er gelegenheid voor opbouwende kritiek.

„Wat ik heel goed vind, is dat je niet meer met dingen smijt”, zegt Dennis tegen de 12-jarige Xander (artiestennaam ‘Hans Klik’), nadat hij samen met zijn assistente Mymique een ontsnappingsact met touwen heeft uitgevoerd.

De truc van Sjoerd (11) vormt het hoogtepunt van de avond. Met een sjaal, een schaal water, een ventilator en witte zakdoekjes tovert hij een sneeuwstorm op het podium. Dennis: „Wat prachtig, wat sereen, wat sierlijk. Ik vind dit een feest om naar te kijken.” Zijn advies aan de jonge illusionist: vooral blijven oefenen.„En zorg maar dat je geen pukkels krijgt. Haha, nee hoor. Ook die kunnen we hier laten verdwijnen.”