Regering, de rechter is niet uw debatpartner

Illustratie Bill Day

De politieke reacties op het broeikasvonnis zijn stuitend. De regering zal in 2020 de wet overtreden als zij haar milieubeleid niet aanscherpt, betogen Pieter Pauw en Sander Chan.

Een fabriek loost al jarenlang afvalwater in de Rijn. Onderzoek wijst uit dat het afvalwater giftig is en een bedreiging vormt voor de drinkwaterkwaliteit, flora en fauna. Omdat de fabriek weigerde het water te zuiveren, stapten burgers en milieuorganisaties naar de rechter. De rechter oordeelde dat de fabriek moest zuiveren. Hoe reageerde de fabriek? Ze erkende het probleem, maar legde het vonnis naast zich neer.

Ze vindt zuivering namelijk zinloos zolang er ook nog andere vervuilende fabrieken langs de Rijn staan. Ook zegt de fabriek dat milieumaatregelen de groei van het bedrijf in de weg kunnen staan. Belachelijke reactie? Toch gebeurde vorige week iets vergelijkbaars toen de rechter het kabinet met een historisch vonnis hard op de vingers tikte. De staat handelt onrechtmatig: zij erkent de gevaren van klimaatverandering, maar verzuimt burgers te beschermen. Zelfs als de staat haar ambities haalt, zal Nederland in 2020 slechts 17 procent minder broeikasgassen uistoten dan in 1990. De rechter beval de staat minimaal 25 procent minder uit te stoten.

Hoe reageerden de regeringspartijen? Niet anders dan onze hypothetische fabriek. VVD-Kamerlid Dijkstra stelt dat Nederland goed bezig is en dat balans moet worden bewaard tussen welvaart, werkgelegenheid en vermindering van uitstoot. Minister Kamp zegt niet bezig te zijn met extra doelstellingen, omdat hij voor de huidige energiedoelstellingen al alles uit de kast moet halen. Volgens staatssecretaris Mansveld delen de staat en Urgenda (dager in de zaak) hetzelfde doel: „Alleen over de manier waarop we dit bereiken, verschillen we van mening.”

Ongepaste pavlovreacties. Politici kunnen niet simpelweg een andere „mening” hebben over een vonnis om vervolgens naar eigen goeddunken te handelen. Bovendien gaan hun reacties voorbij aan twee belangrijke vragen: wie is er politiek verantwoordelijk en hoe kan de regering de koers fundamenteel wijzigen? Dat deze vragen nauwelijks gesteld worden is verbazingwekkend - er zijn politici om minder opgestapt. Eerst de verantwoordelijkheid. De omstandigheden om uitstoot te verkleinen waren uitstekend. Geld was er, want sinds 1990 is de Nederlandse economie in omvang bijna verdrievoudigd, en door schaalvergroting en innovatie zijn de kosten van de meeste vormen van hernieuwbare energie inmiddels lager dan die van fossiele energie. Toch is Nederland al jarenlang nalatig. Ondanks afspraken in VN, EU en nationaal verband, is de uitstoot van broeikasgassen slechts met 11 procent gedaald sinds 1990. De uitstoot van bijvoorbeeld verkeer steeg zelfs.

Dan de koerswijziging. Waar kabinet Balkenende IV nog 20 procent duurzame energie wilde in 2020, staat in het regeerakkoord 16 procent, en stokt het energieakkoord bij 14 procent. Onder Kamp kwamen er drie kolencentrales bij en kreeg de zware industrie extra compensatie voor hoge energierekeningen. Minister Schultz steekt miljarden in de uitbreiding van het wegennet en verhoogt de maximumsnelheid. Staatsecretaris Mansveld zet in op groei van de luchtvaartsector, en ziet juist in aanpassing aan klimaatverandering kansen voor het bedrijfsleven. Gaan deze politici de koerswijziging inzetten?

De tijd dringt. Den Haag zal de wet overtreden in 2020 als zij nog langer haar verantwoordelijkheid voor klimaatverandering negeert. Alsof de hypothetische fabriek ondanks een gerechtelijk bevel gif blijft lozen.

Pieter Pauw en Sander Chan zijn onderzoekers bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn