Vaste rijkssubsidie voor het Festival Oude Muziek, niet voor Oerol

Het Festival Oude Muziek moet van de Tweede Kamer weer structureel gesubsidieerd worden. Het krijgt nu jaarlijks 250.000 euro van het Fonds Podiumkunsten. Maar de Kamer wil het festival rechtstreeks rijkssubsidie geven door het weer op te nemen in de zogenoemde basisinfrastructuur (BIS). Het muziekfestival valt daarmee in de prijzen: moties om ook theaterfestival Oerol en jeugdfilmfestival Cinekid terug in de BIS te krijgen, haalden gisteravond laat geen meerderheid.

Met 20 moties over de plannen van minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) voor de subsidieperiode 2017-2020 trachtten de Kamerleden de schade door de bezuinigingen van haar voorganger Zijlstra (VVD) te repareren. Zelf had Bussemaker al steun aan onder meer het Metropole Orkest en Tropenmuseum mogelijk gemaakt.

Er moet een negende jeugdtheatergezelschap in de BIS komen, vindt de Kamer. Sinds de bezuinigingen van Zijlstra waren dat er acht, die bovendien flink werden gekort. Een negende gezelschap, Kwatta, dwong in 2014 alsnog subsidie af via de rechter. De 800.000 euro die Bussemaker wil uittrekken om hun pijn te verzachten, moet besteed worden aan een gezelschap, zoals Kwatta, vindt de Tweede Kamer.

Ook Zijlstra’s subsidiestop aan de productiehuizen, waar jonge theatermakers, dansers en musici worden begeleid, wordt ongedaan gemaakt. Tot 2013 kregen 21 productiehuizen structurele subsidie van het ministerie. Dat biedt weer kansen voor huizen als Frascati, Toneelschuur en Korzo.

Bussemaker wilde het beleid van haar voorganger verzachten door onder meer het Fonds Podiumkunsten 1,6 miljoen euro extra te geven voor talentontwikkeling. De Tweede Kamer wil nu dat de minister dat geld via de BIS besteedt aan productiehuizen. Na het zomerreces wordt duidelijk of de minister de moties zal overnemen.