Open de Srebrenica-kluis

Srebrenica: „Een verkeerd ontworpen vredesoperatie, met te weinig middelen, zonder behoorlijke leiding”, aldus eerder deze week de kernachtige samenvatting van Joris Voorhoeve, minister van Defensie ten tijde van het drama dat nu bijna twintig jaar geleden zijn apotheose beleefde. Op zich is Voorhoeves conclusie geen nieuwe. Maar het is er wel een die deze week met onder meer door Voorhoeve zelf aangedragen aanvullende feiten, een nieuwe dimensie heeft gekregen.

De Nederlandse militairen van Dutchbat hadden in 1995 tijdens de Joegoslavische burgeroorlog tot taak het ‘veilige gebied’ Srebrenica te beschermen. Dat zij op het beslissende moment in de steek werden gelaten door de internationale gemeenschap, bleek de dag waarop Bosnisch Servische troepen de enclave aanvielen. Diverse keren hadden de Nederlanders om luchtsteun gevraagd toen de Serviërs onder leiding van generaal Ratko Mladic in aantocht waren. Evenzoveel keren werd dit verzoek afgewezen.

Over de werkelijke motieven van deze afwijzing deden al vrij snel diverse verhalen de ronde. De meest terugkerende verklaring was dat Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk tegen luchtaanvallen waren, omdat Serviërs tientallen van hun ‘blauwhelmen’ in gijzeling hadden. Er zouden hierover zelfs afspraken zijn gemaakt. In het rapport dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in 2002 publiceerde, wordt uitvoerig stilgestaan bij de verschillende hypotheses. Volgens de onderzoekers ontbrak elk bewijs van een formele deal.

Maar deze week dook in een documentaire van de VPRO en Human en in een boek van Voorhoeve een document op van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Hieruit bleek dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk eind mei 1995, een kleine twee weken voor de val van de enclave Srebrenica dus, met elkaar waren overeengekomen wel degelijk af te zien van luchtaanvallen op Servische doelen.

Het was een afspraak waaraan geen ruchtbaarheid gegeven diende te worden. Nederland wist dan ook van niets. Het maakt pijnlijk duidelijk hoe relatief het begrip bondgenoot is. Of luchtaanvallen het drama Srebrenica hadden kunnen voorkomen, is een wat-als-vraag die nooit beantwoord zal kunnen worden. Maar wel kan antwoord komen op de vraag wat sommige westerse bondgenoten in de weken voor de Servische aanval op Srebrenica op basis van informatie van inlichtingendiensten wisten, hoe hun onderlinge afspraken luidden en hoe die tot stand kwamen. Daar hebben alle betrokkenen recht op. De nabestaanden van de Srebrenica-slachtoffers en de militairen van Dutchbat voorop.