Ode aan opwindende clubcultuur

„Mijn steeldrum brengt warmte, ” zegt Jamie xx over zijn album-optreden op het PITCH festival in Amsterdam.

Producent en muzikant Jamie xx uit Londen speelt op het elektronische muziekfestival Pitch: „De underground van de jaren negentig is cruciaal voor de muziek die je nu overal hoort.” Foto Andreas Terlaak

Dance, dubstep, housemuziek en rave culture. Jamie xx groeide ermee op in de straten van Oost Londen, waar techno en reggae zich mengen als de geuren van exotische gerechten. Uit winkels en kelderbars klinkt een multiculturele mix van vette hiphop en grime naast wulpse Caraïbische klanken. Als producer, remixer en bandlid van The xx zuigt Jamie, ware naam Smith, al die invloeden in zich op. Nu hij zijn eerste soloplaat uitbrengt is het tijd om kleur te bekennen.

Natuurlijk heeft hij volop keyboards, computers en geluidsapparatuur in zijn studio. Maar zijn trots is de authentieke steeldrum uit Trinidad die hij zelf bespeelt. De heldere, zonnige klank is prominent aanwezig op Jamie xx’ album In Colour. „Ik had een kindermodel steeldrum waar ik een beetje op oefende, totdat ik les kon krijgen van een topmuzikant uit Trinidad. Hij importeerde een uitzonderlijk fraai instrument voor me. De steeldrum brengt warmte en authenticiteit, alsof je getransporteerd wordt naar een Zuid-Amerikaans carnaval. Die warmte zoek ik ook in elektronische muziek.”

Jamie xx (26) kwam in de afgelopen zes jaar razendsnel op als producer van twee succesvolle albums van The xx en als remixer van tracks van Adele, Florence & the Machine en Radiohead. Hij was nauw betrokken bij het laatste album I’m New Here van de in 2011 overleden soulzanger Gil Scott-Heron en werkte mee aan muziek van Drake, Rihanna en Alicia Keys. Zijn medebandleden in het trio The xx ontmoette hij op de Elliott School in Londen, waar ze al hun vrije tijd in de muziekstudio doorbrachten. Romy Madley Croft en Oliver Sims doen nu ook mee op In Colour, een album dat vele malen luchtiger klinkt dan de sombere muziek van The xx.

Op jonge leeftijd raakte Jamie Smith verslingerd aan piratenradio en clubcultuur. Zijn liefde voor drum-’n’-bass bracht hem naar de club Plastic People, een broeinest voor de opkomst van dubstep in de late jaren negentig. Hoewel Jamie te laat werd geboren om aanwezig te zijn bij de opkomst van dubstep en grime, kreeg hij er genoeg van mee om de zware subbassen van die hippe dancestromingen tot een prominent onderdeel van zijn eigen producties te maken. Zijn album is een ode aan de opwindende clubcultuur van toen. „Nostalgie kun je het niet noemen”, zegt hij over de samples en stemfragmenten die hij van oude radiotapes overnam, „want ik was er zelf nog niet bij. Maar de underground van de jaren negentig was cruciaal voor de muziek die je nu overal hoort. Nieuwe ontwikkelingen kunnen niet ontstaan zonder kennis van het voorgaande. Muziekvernieuwers doen één stap terug om er twee vooruit te zetten.”

Hoe verschilde zijn werkwijze op In Colour met muziek die hij met The xx maakt? „Ik kon me meer vrijheid veroorloven. Bij The xx hebben we altijd in ons achterhoofd dat we alle drie tevreden moeten zijn met een nieuw nummer, want als we er daarna mee op tournee gaan, zitten we er twee jaar aan vast. Op eigen titel kon ik eerst lekker een paar maanden rommelen in de studio, en daarna nog eens kijken of er tracks waren die vocalen nodig hadden. De Amerikaanse rapper Young Thug en de Jamaicaanse dancehallartiest Popcaan heb ik zelf bij elkaar gebracht. Romy en Olly kwamen pas in beeld toen ze teksten leverden die pasten bij het thema van dit album. Loud Places met zang van Romy gaat over de schijnbare contradictie dat je naar plekken gaat waar keiharde muziek gedraaid wordt, om mensen te vinden met wie je in een intiemere omgeving een band wilt opbouwen.”

Dancemuziek is een sociaal gebeuren, vindt Jamie. Als hij ergens draait let hij altijd goed op de dansvloer. „Ik hou niet van dj’s die een grote egotrip opvoeren, zonder aandacht voor het feit dat je daar staat om mensen een goede avond te bezorgen. Ik draai alles door elkaar, van techno tot jazz en van drum-’n’-bass tot Afrikaans. Mijn steeldrum komt mee. Het geeft de muziek een aardse factor. Eerst contact maken met de grond. Daarna kun je het publiek in extase brengen en ze naar de hemel laten reiken.”