...maar moslims mogen niet drinken

Sommige moslims zien ook voordelen van een hete vastentijd. Want als je niet eet, krijg je het minder snel warm.

Vrouwen rusten uit bij de vrouweningang van de Kocatepe moskee in Rotterdam-Zuid. Ze hebben net gezamenlijk de koran bestudeerd. foto Peter de Krom

Nurgül Tasdemir (32) heeft al een paar keer haar hoofddoek onder de koude kraan gehouden. Het vasten valt haar zwaar, zeker omdat ze ’s nachts slecht slaapt. Ze staat met kringen onder haar ogen in de gordijnenwinkel van haar familie, tussen de lichte vitrages, goudgestikte draperieën en donkere gordijnen die met dikke koorden opzij worden gebonden. Haar dochter Zeineb (4) zit buiten voor de winkel met haar voeten in een teiltje. Ze speelt met het water.

De lucht zindert boven het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid. Een vrouw stapt met haar hak in de gesmolten kauwgom en trekt lange draden. Een oude man loopt aan de rand van het plein, net in de schaduw. Een vrouw met een rollator ademt zwaar. Ze hoeft nog maar een klein stukje, dan is ze bij haar flat. Daar houdt ze alle gordijnen en ramen dicht.

De hitte is niet alleen pittig voor ouderen en zieken. Deze maand is ook zwaar voor moslims, vanwege de ramadan. Ze mogen tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten, roken, seks hebben. En niet drinken. Dat laatste in de warmte het lastigst om vol te houden.

Het is een beetje uitzitten, zegt Nurgül Tasdemir. De dagen duren lang. Pas na tien uur mag er weer gegeten en gedronken worden. De dorst is heftig, de mond de hele dag droog. „Je moet kracht hebben van binnenuit”, zegt Tasdemir en klopt met haar hand op haar hart. In de middag kookt ze voor haar kinderen en probeert ze even te slapen. Pas rond half tien wordt het leuk. „Dan komen mijn zussen. We dekken de tafel mooi, zetten glazen neer. En de salades. De laatste minuten, die kruipen voorbij. En dan mag je eten. Ah!”

Veel mensen hebben smoesjes om niet te hoeven vasten, zegt ze. Ook in haar eigen familie. Ze hebben hoofdpijn, of voelen zich duizelig, niet zo lekker, of ze moeten medicijnen gebruiken. Haar eigen man vast niet. In Turkije is dat ook zo, hoor. Ze heeft het gehoord van een familielid dat net in Istanbul was. „Er zijn veel mensen die tijdens de ramadan gewoon roken, eten en drinken. Zelfs buiten, op straat!”

Haar neef Yussef (14) komt de winkel binnen, hij is in de weer met een steekwagen. Hij houdt zijn hoofd onder de koude kraan. Yussef vast wel. Nurgül Tasdemir kijkt vertederd. „Hij is sterk”, zegt ze. „Marokkaanse kinderen doen vaak al jong mee. Op de basisschool, bij mijn dochter van 10 in de klas zitten kinderen die vasten. Ik vind dat te jong. Zij mag niet meedoen. Hooguit een dag op zondag.”

Neset Jildez is eigenaar van een kleine supermarkt en de hele dag aan het werk. „Als je oprecht gelooft, is het goed te doen”, zegt hij. En bijkomend voordeel: „Als je niet eet, krijg je het minder snel warm.”

Hij ziet om zich heen dat jongeren de ramadan niet altijd even serieus nemen. „Ze hebben geen zin in vasten. Geen zin in werken. Te veel dingen kosten te veel moeite. Maar wat zeg je als je straks tegenover God staat en hij zegt: Ik heb je alles gegeven, wat geef je terug?”

Vasten is een plicht, dat doe je gewoon. Dat vinden de vrouwen in lange jassen die de Kocatepe moskee verlaten. Ze kletsen en lachen met elkaar. Tijdens de ramadan lezen zij elke dag samen van tien tot twaalf uur in de koran.

Emina Altundag (55) was zeven jaar toen ze begon met vasten. Het is voor haar zo gewoon dat ze zich niet afvraagt of het zwaar is of niet. Het is een prettig soort routine, zo dagelijks bij elkaar te komen. Gezellig ook. Na het avondeten, rond half elf, treffen de vrouwen elkaar bij de moskee. Dan bidden ze samen. De rest van de dag doen we waar we zin in hebben, zegt Altundag. „Met mijn voeten in een bak koud water zitten bijvoorbeeld.”

De twee oudere dames keuvelen samen in de schaduw in het park. Ze praten over van alles maar niet over eten of drinken. De een vast, de ander niet. Ze heeft suiker. Dan mag het niet van de dokter. Die zegt: ‘Suiker is suiker. Dan moet je eten.’