Leider, Mollema zegt het terloops

Zelfs de grote Fabian Cancellara cijfert zich weg voor zijn Nederlandse kopman. Doel? „Top vijf.”

Bauke Mollema heeft als kopman van Trek volop vertrouwen in de Tour de France die morgen van start gaat. Foto BAS CZERWINSKI/anp

Alsof hij er zelf geen deel van uitmaakte, stond Bauke Mollema zich in 2011 in de perszaal van Les Herbiers te verbazen over het spektakel bij de Tourstart. Gisteren was hij in de Jaarbeurs van Utrecht stralend middelpunt bij de presentatie van zijn Amerikaanse ploeg Trek. Op elke vraag een gevat antwoord, van cameraploeg naar cameraploeg, een babbeltje met een sponsor toe. Binnen vier jaar van schuchtere debutant tot zelfverzekerde kopman.

Als Nederlander met de fiets naar Utrecht gekomen? „Nee, met het vliegtuig”, zegt Mollema met een grijns. Pas woensdag keerde hij terug van een hoogtestage in de Sierra Nevada. Warm in Utrecht? „Daar was het warmer dan hier. Beneden was het tussen de 30 en 40 graden, soms zelfs warmer.” Weer die lach richting de internationale pers in de zaal. Nog last van de rug, die na een zware val in de Ronde van het Baskenland opnieuw opspeelde in de Dauphiné begin juni? „De rug is oké, ik heb geen training gemist, ik ben 100 procent.” Leuk om in Utrecht voor 600 á 700.000 mensen te fietsen? „Mooi, en misschien worden het er nog wel meer. Het gaat een gekkenhuis worden.”

Twee jaar geleden startte Mollema bij Belkin voor het eerst als onbetwiste kopman in de Tour. Samen met ploeggenoot ‘Lau’ ten Dam zorgde ‘Bau’ voor een hype in eigen land. Lang had hij zelfs het podium in zicht, ziek van vermoeidheid eindigde hij uiteindelijk als zesde. Hoor hem ploeggenoot Robert Gesink tot de orde roepen na een bergrit, in de NOS-documentaire ‘de Tour van Bauke’. Een geboren leider? Maar vorig jaar knapte er iets tussen Mollema en zijn ploeg, uitmondend in openlijke ruzie met de leiding om zijn slechte fiets na een dramatische slottijdrit in de Tour. Hij zakte van plaats zeven naar tien. Zijn vertrek naar Trek was toen al rond.

Mollema (28) heeft zijn eigen loopbaan stevig in handen genomen. Hij weet precies wat hij wil. Nieuwe ploeg, nieuwe impulsen. Al in de winter werkte hij keihard aan zijn tijdrit. „Andere fiets, andere positie. Ik heb het hele jaar door twee keer per week op de tijdritfiets getraind.” Hij wist hoe belangrijk het was meteen het vertrouwen van zijn ploeggenoten te winnen, blonk uit met een tweede plaats in Tirreno-Adriatico. „De leiding heeft heel veel vertrouwen in mij uitgesproken als klassementsrenner van de ploeg. Dat geeft rust.”

Zie hem op het podium zitten naast ploeggenoot Fabian Cancellara, olympisch en viervoudig wereldkampioen tijdrijden, veelvoudig winnaar van klassiekers en Touretappes, liefst 28 keer drager van de gele trui. En meer dan dat. Spartacus (34) was jarenlang de onmisbare gids voor de broers Schleck in het gewring van het peloton. Andy is inmiddels gestopt, Fränk geblesseerd. Dus stelt de grote Cancellara zijn krachten ter beschikking van Mollema. „Met Bauke hebben we een nieuwe troef om 100 procent uit te spelen”, zegt de Zwitser. Doel? „Top vijf”, klinkt het onomwonden.

Mollema zal Cancellara niet tegenspreken. „Fabian heeft veel ervaring, dat is heel belangrijk met deze eerste week.” Na de openingstijdrit wacht meteen de wind in Zeeland, de Muur van Huy en de kasseien. „We hebben een sterke ploeg. Naast Fabian hebben ook Stijn (Devolder), Rasty (Gregory Rast) of Bob (Jungels) veel ervaring in Parijs-Roubaix. Dat zijn jongens die weten hoe ze de leider uit de crashes moeten houden in de eerste week.”

Leider, hij noemt het woord terloops. Bij Trek – dat ooit miljoenen verdiende als sponsor van Lance Armstrong en al jaren een vaste waarde is in de Tour - zet Mollema door wat ooit bij Rabo begon met een vierde plaats en puntentrui in de Vuelta van 2011. Steeds zelfbewuster vindt hij zijn weg in de wielerwereld. In de aanloop naar de Tour bekritiseerde hij op een blog internationale wielerunie UCI en ploegen omdat niets wordt gedaan aan de vele valpartijen. „Ik hoop een discussie op gang te brengen.”

Ook na de tegenvallende Dauphiné twijfelde hij niet aan zijn planning om tot vlak voor de Tour een lange hoogtestage te doen. De beruchte slechte dag in de eerste week na zo’n stage? „Ben ik niet bang voor.” De afgelopen twee jaar deed hij de laatste stage voor de Ronde van Zwitserland. „Toen heb ik ook geen last gehad. Ik zou niet weten waarom nu wel.”

Van Les Herbiers tot Utrecht, hij weet het zeker: Het beste van Bauke Mollema moet nog komen. Onzekere factoren? „Die zijn er eigenlijk niet.”