In deze zes etappes wordt de Tour de France beslist

Chris Froome (in het geel) tijdens de beklimming van de Alpe d'Huez in de Tour van 2013. Links van hem in het wit Nairo Quintana. Foto EPA / Bernard Papon

Met maar liefst vier kanshebbers op de eindoverwinning belooft de 102de editie van de Tour de France een van de spannendste rondes in jaren te worden. En ook het parcours werkt mee: weinig sprints en veel klimmen. Welke etappes je echt niet mag missen? NRC zet ze voor je op een rij.

Bij het tekenen van het parcours had de organisatie van de Ronde van Frankrijk duidelijk een gevecht in de bergen voor ogen. Het aantal tijdritten is deze ronde namelijk gereduceerd tot twee: een korte van 13,8 kilometer door het centrum van Utrecht en een ploegentijdrit van 28 kilometer aan het einde van de eerste week.

Het parcours van de Tour de France in 3D:

Daartegenover staan liefst zes aankomsten bergop, eerlijk verdeeld over de Alpen en de Pyreneeën. Zo wordt onder meer gefinisht op de Alpe d’Huez en op Plateau de Beille. Voeg daarbij de drie etappes die bovenop een heuvel eindigen en het wordt wel duidelijk dat deze Tour bedoeld is voor de klimmers.

Etappe 1: Utrecht – Utrecht (4 juli)

In een Tour vol bergen is de korte tijdrit in Utrecht eigenlijk de enige kans om afstand te nemen van pure klimmers zoals de kleine, tengere Nairo Quintana. Want bergop mag de jonge Colombiaan één van de beste renners ter wereld zijn, maar in een rit tegen de klok is hij minder sterk dan zijn concurrenten.

Verwacht dus niet dat Chris Froome, Alberto Contador en Vincenzo Nibali – stuk voor stuk renners die goed kunnen tijdrijden – met enige reserves aan de eerste etappe beginnen. Voor hen is het zaak om Quintana zoveel mogelijk schade toe te brengen voordat de Tour de Pyreneeën ingaat.

Etappe 4: Seraing – Cambrai (7 juli)

Op weg naar Cambrai staat het peloton een soort kleine versie van Parijs-Roubaix te wachten. In de laatste 50 kilometer van de vierde rit ligt namelijk 11,5 kilometer aan kasseien. Een lastige opgave dus voor de klassementsrenners, die niet gewend zijn om op de gladde, hobbelige klinkertjes te rijden.

Lars Boom wint de kasseienrit van vorig jaar:

De vierde etappe is er overigens niet één waar je de Tour kunt al winnen, maar je kunt de ronde er zeker wel verliezen. Zo moest Chris Froome in de kasseienrit van vorig jaar opgeven na valpartijen, terwijl Joaquim Rodríguez meer dan 20 minuten verloor.

Een ander voorbeeld is de rit in 1999 over de Passage du Gois, een weg die twee keer per dag overspoeld wordt door hoogwater. Op de gladde passage vonden meerdere valpartijen plaats. Ongeveer de helft van het peloton ging die dag onderuit en enkele klassementskandidaten verloren meer dan zes minuten.

Etappe 10: Tarbes – Arette La Pierre Saint Martin (14 juli)

De etappe direct na de eerste rustdag is de eerste dag van de rest van de Tour. Niemand hoeft zich nog zorgen te maken over tijdrijden, kasseien of waaieretappes. Vanaf de tiende rit staan er alleen nog bergetappes op het programma. En de eerste echte klim van de ronde is de La Pierre-Saint-Martin.

Voor de renners die in de tijdrit of op weg naar Cambrai achterstand hebben opgelopen, is de klim – 15,3 kilometer met een stijgingspercentage van 7,4 procent – een ideale kans om wat van die achterstand goed te maken. Wellicht dus dat Quintana zijn concurrenten vandaag al laat zien wat hen de rest van de Tour te wachten staat.

Etappe 12: Lannemezan – Plateau de Beille (16 juli)

De derde en laatste bergrit in de Pyreneeën is waarschijnlijk meteen de moeilijkste. In de 195 kilometer na Lannemezan staan vier cols op het programma, waaronder twee van de eerste categorie. De 15,8 kilometer lange slotklim naar Plateau de Beille (7,9 procent) is zelfs van de buitencategorie.

Wie op het lastige Plateau weet te winnen deelt zijn concurrenten niet alleen een sportieve, maar ook een symbolische tik uit. Van de laatste vijf winnaars op de Pyreneeëncol waren er maar liefst vier eveneens in Parijs de beste. Onder hen Alberto Contador, die in 2007 zowel de rit naar Plateau de Beille als de gele trui won.

Etappe 19: Saint-Jean-de-Maurienne – La Toussuire (24 juli)

Wanneer de etappe naar La Toussuire van start gaat, is voor een belangrijk deel waarschijnlijk al wel duidelijk hoe de verhoudingen liggen. Na de Pyreneeën zijn ook de eerste twee Alpenritten immers al achter de rug. Maar anders dan bij in de voorgaande dagen staat het peloton in de 19de etappe een stevige slotklim te wachten.

Als de renners beginnen aan die col van eerste categorie – 18 kilometer lang, stijging van 6,1 procent – zijn ze overigens al drie bergen over. De moeilijkste daarvan is de Croix de Fer. Een ideale rit dus om de boel nog één keer op te schudden. Zoals Carlos Sastre deed in de Tour van 2008.

Etappe 20: Modane – L’Alpe d’Huez (25 juli)

Hoewel de kans groot is dat de eindwinnaar zo vlak voor Parijs al vaststaat, mag deze korte koninginnenrit niet in dit overzicht ontbreken. Net als een dag eerder staat opnieuw de Croix de Fer op het programma, waarna het peloton de Alpe d’Huez wordt opgestuurd. Twee cols van buitencategorie in 110 kilometer.

Foto ANP / Koen van Weel

Lars Boom beklimt de Alpe d’Huez in de Tour van 2013. Foto ANP / Koen van Weel

Aanvankelijk was de voorlaatste rit overigens nog spectaculairder, maar door aardverschuivingen is de weg over de Col du Galibier (2645 meter) onbegaanbaar en werd die berg uit de route gehaald. Wie nog iets wil moet dat deze etappe doen, want in de laatste, vlakke rit naar Parijs wordt traditiegetrouw niet meer aangevallen.