Geheime diensten hebben machtig tegenwicht nodig

Voortaan mogen inlichtingendiensten niet alleen communicatie via de kabel aftappen maar ook via internet. Het is de belangrijkste verruiming in de nieuwste versie van de Wet op de inlichtingendiensten, die het kabinet deze week vrijgaf voor internetconsultatie. Die stap komt niet onverwacht. De wetgever tracht hier de techniek bij te benen. Overheden die vroeger telefoonkabels aftapten, hebben nu toegang tot glasvezel nodig. Niemand kijkt ervan op. Maar de vraag hoe en door wie daarop toezicht gehouden moet worden, is van geheel andere orde. Daar mist het kabinet een belangrijke kans.

De adviescommissie Dessens vond destijds dat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) zelfstandig geheime diensten een halt moest kunnen toeroepen als die te ver gaan. Dat zou van de onafhankelijke CTIVD een soort rechter maken, die bindende besluiten neemt. Een duidelijke versterking van het toezicht en een betere waarborg voor de burger dus.

Helaas gaat het kabinet hier niet in mee. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) liet gisteren in de krant geruststellend weten dat hij, ruw geschat, 95 procent van de adviezen van de CTIVD toch wel volgt. Of we hem maar op zijn woord willen vertrouwen. Volgens de toekomstige wet zou bij de 5 procent waarin hij een advies naast zich neerlegt, een meldingsplicht bij de parlementaire commissie Inlichtingen en Veiligheidsdiensten, ook wel ‘Commissie Stiekem’, volstaan. In die commissie zitten fractievoorzitters die de minister kunnen controleren. Dat is toezicht zonder tanden.

De CTIVD is al relatief zwak – het gaat om controle achteraf en alleen op rechtmatigheid, niet op doelmatigheid. En de oordelen zijn niet bindend. Dat voldoet niet aan de eisen die de Europese rechters in Luxemburg en Straatsburg stellen aan het rechtstatelijk gehalte van controle op geheime diensten. Europa eist dat die door rechters wordt uitgeoefend en hun oordeel bindend is. Alleen onder voorwaarden mag daarvan worden afgeweken. CTIVD-voorzitter Harm Brouwer zei vorig jaar in de Eerste Kamer dat onze toezichthouder zich op een hellend vlak bevond. En ronduit niet voldeed aan de Europese vereisten. In de buurlanden Duitsland en België bestaan wel parlementaire of magistratelijke toezichthouders die zowel vooraf als achteraf bindend kunnen besluiten of taps gestaakt moeten worden en gegevens vernietigd.

Het kabinet kiest nu voor een oplossing uit de sfeer van coalitieoverleg in de polder. Terwijl een volwassen, onafhankelijke toetsing dringend gewenst is: insluipen, afluisteren en meekijken op het web vormen immers de meest ingrijpende inbreuk op de privacy. Hier is echt onafhankelijk en machtig tegenwicht nodig.