Een agent moet in een split second beslissen

Een agent moet altijd zelf bepalen hoeveel geweld hij gebruikt tegen mensen. Eigenlijk moet hij zich steeds vooraf vijf vragen stellen.

Agenten trainen op het gebruik van geweld. Op de Politieacademie zouden ze beter moeten worden voorbereid op incidenten die wekelijks voorkomen, vindt lector Otto Adang. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het is zeer waarschijnlijk dat de hardhandige aanpak van agenten zijn dood veroorzaakte, zei hoofdofficier Kitty Nooy van het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag. Het is echt fout gegaan, zei de Haagse politiechef Paul Musscher.

Vijf agenten zijn in verband gebracht met de dood van Mitch Henriquez (42). Hij werd afgelopen weekend tijdens een festival in het Haagse Zuiderpark aangehouden door de politie. Volgens het OM zou hij hebben gezegd dat hij een wapen bij zich had. De agenten drukten hem tegen de grond, waarna de man overleed aan zuurstofgebrek. De agenten zijn op non-actief gesteld.

Gedragswetenschapper Otto Adang (59) is lector openbare orde en gevaarbeheersing aan de Politieacademie. Hij doet al dertig jaar onderzoek naar de interactie tussen politie en publiek. Als de agent een fout maakt, wordt vaak gedacht dat in een split second een verkeerde beslissing is genomen. Maar dat klopt vaak niet, zegt Adang. „Als het misgaat, ging het daarvoor al mis. Er zijn vooraf verkeerde keuzes gemaakt.”

Hoe bereidt een agent zich voor op een melding?

„Zaterdag was er geen sprake van een melding. Maar of het nu gaat om moord, een gewapende overval of iets kleins als geluidsoverlast, er zijn vijf vragen die agenten zichzelf moeten stellen wanneer ze optreden.

„Vraag één is: wat is het doel? Ga ik iemand waarschuwen of helpen, of geweld stoppen? Daarna komt vraag twee: wat zijn de risico’s? Kan mijn bezoek uit de hand lopen of zijn de risico’s beperkt? Als agenten daar in hun hoofd een antwoord op hebben geformuleerd, komen ze bij vraag drie: mág ik optreden? Oftewel, wat zijn mijn bevoegdheden? Vraag vier is: kán ik ook optreden? Of zijn we met te weinig? En de laatste vraag is dan: hóé ga ik het aanpakken?”

Waarom zijn deze vragen belangrijk?

„De meeste fouten worden gemaakt omdat een of meer van deze vragen niet goed zijn beantwoord. Als je je deze vragen bij iedere melding stelt, en dat bij nieuwe informatie opnieuw doet, dan ben je goed voorbereid op mogelijke escalaties.”

Hoe vaak gaan agenten dit vragenlijstje af?

„Dat weet ik niet. De laatste keer dat het werd onderzocht, is alweer tien jaar geleden. Toen werd het in één op de vijf situaties toegepast. Daarom is deze methode destijds vast onderdeel geworden van de training op de Politieacademie. Het is wel weer tijd voor een herhaalonderzoek.”

Volgens de wet mogen agenten bij het uitvoeren van hun taak geweld gebruiken. Ze moeten na een aanhouding of incident zelf melden hoeveel geweld ze hebben toegepast tegen een persoon. Het geweld moet altijd redelijk en gematigd zijn, het doel moet het geweld rechtvaardigen.

De leidinggevende beslist daarna of het geweld binnen de perken bleef. Zo niet, dan wordt de agent gestraft. De straffen kunnen variëren van een maand geen salaris tot ontslag. De vijf agenten hadden afgelopen weekend gemeld dat Henriquez in de bus onwel was geworden. Videobeelden suggereren dat hij daarvoor al niet meer reageerde. Het is niet bevestigd of hij toen al dood was.

Als agenten zelf geacht worden te melden wat voor geweld ze hebben gebruikt, kunnen ze het toch makkelijk verbloemen?

„Er wordt in dit soort situaties vanuit gegaan dat er naar eer en geweten is gehandeld.”

Volgens Adang zijn er geen tekenen dat de politie de voorbije tijd meer geweld is gaan gebruiken. Er ligt volgens hem „soms te veel politieke druk op de training van agenten”.

Als er iets uitzonderlijks gebeurt in de samenleving, zoals de schietpartij in het winkelcentrum van Alphen aan den Rijn in 2011, dan wil de politiek dat agenten daar beter op zijn voorbereid en wordt de training aangepast, zegt hij. „Maar dit zijn uitzonderlijke gebeurtenissen. Ze zouden zich beter kunnen voorbereiden op incidenten die wekelijks voorkomen.”