Column

De Giro, dat was echt iets voor de gemeente Arnhem

In de schaduw van de Tourstart in Utrecht maakten de Giro d’Italia en de provincie Gelderland bekend dat de ronde van Italië in 2016 naar Gelderland komt.

Met een tijdrit door Apeldoorn en twee (!) etappes tussen Nijmegen en Arnhem van maar liefst 180 kilometer. Dat is planologisch al een ongekende prestatie, de twee steden liggen op nog geen twintig kilometer van elkaar.

Jan Markink, de gedeputeerde van sport, deed in de media alsof ‘we’ met de door hem aan de organisatoren betaalde miljoenen voor een dubbeltje op de eerste rij zaten, terwijl het natuurlijk andersom is. Als ze bij de Vuelta (Ronde van Spanje) of de Giro begrotingsproblemen hebben is er altijd wel een Nederlandse gemeente of provincie met een Jan Markink aan het roer die de financiële gaten wil dichten omdat hij vindt dat de Ronde van Italië echt iets voor Gelderland is. Zoals de Ronde van Italië in 2002 ook echt iets voor Groningen was en in 2010 echt iets voor Amsterdam.

Gelderland, de gemeenten Arnhem en Nijmegen voorop, verheugden zich alvast op enorme toeristenstromen en internationale media-aandacht. Wethouder Gerrie Elfrink van Arnhem: „Je spreekt tevoren af wat tijdens de tv-registratie in beeld komt. Ik wil in ieder geval het Openluchtmuseum in beeld hebben, en de dierentuin. En onze nieuwe stationshal.”

Zijn collega uit Nijmegen wilde de nieuwe nevengeul naast de Waal prominent in beeld.

Het mooiste was dat al die enthousiaste Gelderse bestuurders er meteen bij zeiden dat het – „Kijk eens naar Utrecht!” – een grote reclamespot voor de regio betrof, alsof al die buitenlandse tv-kijkers meteen denken dat ze ernaartoe moeten, naar dat bijzondere, oneindige gebied tussen Arnhem en Nijmegen. Vanwege de dierentuin, een nieuwe vaargeul en de Rijnbrug. Kennen die mensen hun eigen steden? Het centrum van Nijmegen is aardig opgebouwd, maar je gaat geen stedentripje boeken omdat je op televisie wielrenners op de Oranjesingel hebt zien fietsen.

Ook leuk: elke etappe moet van de organisatie twee klimmetjes tellen, hetgeen tussen Arnhem en Nijmegen toch echt een probleem is. Maar dan toch niet voor Jan Markink, die wist nog wel een paar bergjes. Die stuurt dat hele peloton gewoon een keer of vier de Posbank over. Daar gaan ze in het buitenland echt van genieten hoor, van the Dutch mountains met al die natuur die ze in een land als Italië niet kennen. Doorkomst in Velp, de woonplaats van mijn moeder, waar alle gehoor- en brillenwinkeltjes en de plaatselijke Bruna op last van de organisatoren met roze lappen zullen moeten worden afgeplakt. Daar staat wel wat tegenover: veel buitenlandse toeristen, misschien wel net zo veel als er na de Vuelta naar Emmen kwamen, en de hoop dat Jan Markink de Ronde van Lombardije naar Velp haalt.