BP koopt schade olieramp af voor 18,7 miljard dollar

Voor onder meer schoonmaak van het gebied na explosie van platform Deepwater Horizon betaalde BP al miljarden.

De explosie van olieboorplatform Deepwater Horizon in april 2010 veroorzaakte de grootste olievervuiling in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Foto EPA

Het Britse olieconcern BP koopt voor 18,7 miljard dollar (16,9 miljard euro) de resterende schade af die het bedrijf in 2010 heeft veroorzaakt met de olieramp voor de Amerikaanse kust in de Golf van Mexico. Als de schikking door een federale rechter wordt goedgekeurd, is dit het hoogste bedrag dat ooit na een milieuramp is betaald. BP betaalt het bedrag gespreid over een periode van achttien jaar.

BP-topman Bob Dudley noemde het akkoord, waarover meer dan twee jaar moeizaam is onderhandeld, gisteren „een realistische uitkomst die aan alle partijen duidelijkheid en zekerheid biedt”. Na het bekend worden van de deal steeg de aandelenkoers binnen een uur met bijna 4 procent.

Het schikkingsbedrag komt bovenop de miljarden die BP al heeft betaald, onder meer voor de schoonmaak van het gebied en voor individuele schadeclaims. Het bedrijf schat dat de totale schade uiteindelijk ongeveer 54 miljard dollar zal bedragen.

Blow-out

De explosie van het Deepwater Horizon boorplatform in april 2010, na een zogeheten blow-out van een olieboorgat, staat te boek als de grootste olieramp in de VS. Elf mensen kwamen om het leven, zeventien raakten gewond. Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoeveel olie in zee is gestroomd. Een Amerikaanse rechter oordeelde dat het ging om 3,1 miljoen vaten olie, bijna 500 miljoen liter.

Pas na 87 dagen was het olielek gedicht. Het boorgat bevond zich op ruim 1.200 meter diepte, het gat zelf was meer dan 10.000 meter diep en de olie stond onder hoge druk. Doordat het olieplatform uitbrandde en zonk, was er geen vaste plek vanwaaruit het lek bestreden kon worden. Toen de afsluiter van het boorgat ook nog eens niet functioneerde, had BP eigenlijk geen idee hoe de oliestroom gestopt moest worden. Om de gevolgen van de vervuiling te bestrijden, werden chemicaliën gebruikt waarin de olie moest oplossen. Achteraf pakte dat voor het milieu averechts uit. In juli werd de oliestroom gestopt, maar pas op 20 september meldde BP dat het gat echt gedicht was.

Meteen begon het getouwtrek over schadeclaims. Partijen beschuldigden elkaar van nalatigheid. Zo zou het Amerikaanse Halliburton voor de afsluiter cement van slechte kwaliteit hebben geleverd. Alle partijen hadden bezuinigd op veiligheid om kosten te besparen. Halliburton, maar waarschijnlijk ook andere bedrijven, hebben daarna geprobeerd bewijsmateriaal achter te houden of te vernietigen. Na verschillende onderzoeken concludeerde een Amerikaans rechtbank dat BP voor ruim tweederde van de schade verantwoordelijk was.

BP hoopt nu van verdere claims te worden gevrijwaard. Dat is de vraag. Claims van individuen vallen er niet onder – daarbij gaat het om kleinere bedragen. En ook verschillende aandeelhouders, die BP beschuldigen van nalatigheid, eisen compensatie.