Achterstevoren leven kan pijnlijk, zelfs misdadig zijn

Iedereen begint met dromen van de bibliotheek van Borges: álle boeken ter wereld, bij elkaar in je eigen kast. Tot blijkt dat je niet zozeer te maken hebt met de grenzen van het universum, maar met die van het onroerend goed. Vroeg of laat verdwijnen de ongelezen boeken uit de kast, op een groepje na, dat alle schiftingen overleeft omdat je kennelijk van plan bent ze toch ooit te lezen. Zo staan boeken twee, vijf of dertig jaar te wachten, in de (meestal vergeefse) hoop dat ze aan de beurt komen.

Time’s Arrow (1991) van Martin Amis verzamelt bij mij al 24 jaar stof. Ik kocht de Amerikaanse hardback destijds in de legendarische ramsjwinkel Van Gennep in Amsterdam. Een mooi boek om deze serie mee te beginnen, al is het maar omdat het zelf een reis terug in de tijd is: die van de Amerikaanse arts Tod Friendly (what’s in a name) die we volgen van zijn dood tot aan zijn geboorte. Daartussenin is hij kamparts in Auschwitz. De verteller is een naïeve geest die meemaakt en voelt wat Tod voelt, maar niet bevroedt dat alles in omgekeerde richting gebeurt. Een groot onderwerp in een spectaculaire vorm: een must read. Maar kennelijk niet meteen.

Knap gedaan is het zeker, en geestig ook. Amis vertelt niet alleen het verhaal achterstevoren (zoals Gustaaf Peek vorig jaar in Godin, held), maar hij laat alles daadwerkelijk andersom gebeuren. Dus loopt Tod Friendly achteruit, brengt hij haarlotion naar de drogist, waar deze wordt uitgepakt. Het levert geweldige passages op, met name waar het gaat om het dagelijks functioneren van een mensenlichaam. Zo neemt Tod plaats op de wc-pot, van waaruit zijn ontlasting in hem binnendringt. Ai! Eten ploft vanuit zijn mond op zijn bord, waarna hij het met mes en vork tot een geheel boetseert. Voor alles geldt: creation is quick – maar vernietiging is gedoe. Zie de moeite die het kost om een brief met een pen letter voor letter te veranderen in een leeg vel papier.

Zo spoedt Tod Friendly zich achterwaarts naar Auschwitz. De omdraaiing van de Holocaust is wreed absurdisme. Diep onder de indruk meldt de verteller hoe er uit het niets tienduizenden joden worden ‘gecreëerd’: in de gaskamers tot leven gewekt. Het is wéér knap gedaan, maar inhoudelijk is het eigenlijk weinig opzienbarend. Wat Amis beschrijft is pijnlijk, misdadig en eendimensionaal – en met een wel zeer voor de hand liggende moraal: nooit meer Auschwitz. En mij overvalt de gedachte dat ik 24 jaar geleden waarschijnlijk ontvankelijker was geweest voor de combinatie van virtuositeit en brave moraal die Amis hier etaleert. Ik heb dit boek te laat gelezen. In 1991 had ik het een meesterwerk gevonden. Al moet ik mijn eigen time’s arrow hebben om dat zeker te weten.